Lieve Vadertje Langbeen,
Je hebt nog altijd niet op mijn vraag geantwoord en toch was die van
groot belang.
_Ben je kaal?_
Ik heb bij me zelf nog eens overdacht, hoe je er wel uit moet zien en ik
weet het nu precies. Maar als ik den kruin van je hoofd bereik, is mijn
heele kennis uitgeput. Het maakt me radeloos! Ik kan maar niet uitmaken
of je sneeuwwit haar hebt of wel ravenzwarte lokken of peper-en-zout of
wel heelemaal niets.
Hier heb je je portret.
[Illustratie]
Maar nu de hoofdzaak: moet ik er nog wat haar opplakken?
Wil je weten wat voor kleur oogen je hebt? Ze zijn grijs en je
wenkbrauwen steken als luifels naar voren (in romans spreken ze altijd
van dreigende, zwarte wenkbrauwen maar ik vind dat niet leuk), je mond
vormt een rechte, besliste lijn, bij de mondhoeken trekt die heel even
spottend naar beneden. Zie je wel, dat ik je ken? Je bent een scherpe,
oude heer, toch heel aardig, maar je hebt een lastig humeur.
(Daar gaat de bel. We moeten naar de kapel).