Lieve Vadertje Langbeen,
Luister eens naar wat ik vandaag weer heb geleerd:
De ruimte van de bolle oppervlakte van de kegels van een regelmatige
pyramide is het halve product van de som van den omtrek van zijn basis
en de hoogte van elk van zijn trapeziums.
Het klinkt niet erg waarschijnlijk, maar het is tòch zoo en ik kan het
bewijzen ook.
Ik heb nog nooit over mijn kleeren gesproken, wel Vadertje? Nu, hoor dan
eens:
Ik heb zes japonnen, allemaal nieuw en mooi en extra voor mij gekocht en
niet eerst voor een ander, die er nu uitgegroeid is. Misschien begrijp
je niet eens, wat voor een punt van belang dat wel in het leven van een
John Grier-Home-kind uitmaakt. Ik heb ze alle zes van jou gekregen en
ik ben er je heel, heel dankbaar voor. Het is een zalig gevoel een
goede opleiding te krijgen maar toch is het niets, vergeleken bij het
overstelpend genot, de eigenares van zes nieuwe japonnen te zijn.
Juffrouw Pritchard, die zooals je weet een geregelde bezoekster van
het J. G. H. is, heeft ze voor me uitgezocht—gelukkig niet Juffrouw
Lippett! Ik heb een avondjapon, zacht roze voile op roze zijde gewerkt
(als ik die aan heb, ben ik heusch mooi) en een blauwe japon om naar de
kerk te gaan en een japon voor 's avonds aan tafel, roode voile met een
mooie Liberty rand (net een Zigeunermeisje is kleine Judy dan) en weer
een andere met een roze zijden ceintuur en een grijs mantelcostuum en
een daagsche japon om onder de les te dragen. Julia Rutledge Pendleton
zou het niet veel bijzonders vinden, maar voor Jerusha Abbott is het een
schat!
Nu denk je zeker: wat is ze toch een dom, frivool klein ding en waarvoor
heb ik haar nu eigenlijk naar College gestuurd.
Maar kijk eens, Vadertje, als je, zooals ik, je heele leven lang geruite
katoenen jurken hebt moeten dragen, zou je wel kunnen begrijpen wat ik
nu voel. En toen ik naar de middelbare school ging, brak er voor mij een
nog veel erger tijd aan dan die met de geruite jurken.
Toen kreeg ik de afleggers van de kinderen uit mijn klas.
O, je weet niet hoe vreeselijk ik het vond in die afleggertjes op school
te komen! Ik was er zeker van, dat ik in de klas naast het meisje moest
zitten, dat mijn kleeren eerst had opgedragen en ik voelde, dat ze zou
gaan gichelen en fluisteren en ginnegappen met de anderen en er pret
over zou maken. Het was zoo vernederend, de afgedragen kleeren van die
nesten te moeten dragen, waaraan je zoo het land hebt, en het toch niet
anders te kunnen! Al kon ik mijn heele verdere leven zijden kousen
dragen, dan zou dat toch niet het verdriet uitwisschen, dat ik toen op
school heb geleden!
Laatste oorlogsbulletin!!
Nieuws van het slagveld!
Bij de vierde rondte op Donderdag 13 November dreef Hannibal de
voorhoede der Romeinen op de vlucht en leidde de Carthagers over de
bergen in de vlakte van Casilinum. Een krijgsbende van licht gewapende
Numidiërs kwam in botsing met het voetvolk van Quintus Fabius Maximus.
Twee veldslagen en een kleine schermutseling. Na zware verliezen trokken
de Romeinen zich terug.