Lieve Vadertje Langbeen,
Ik ben in het Korfbal twaalftal en ik wou dat je de rozet op mijn
linkerschouder eens kon zien. Ze is blauw met bruin en binnen in een
klein oranje knoopje. Julia Pendleton wilde ook in het twaalftal komen,
maar ze kwam er lekker niet in. Hoera!
[Illustratie: Judy op het Korfbalveld]
Nu zie je eens, wat een min schepseltje ik ben.
O, ik vind het hier hoe langer hoe prettiger. Ik houd van de meisjes en
de leeraressen en de lessen en de openluchtspelen en ook van het eten,
dat we hier krijgen. Zeg, we krijgen twee keer in de week roomijs en
nooit meer maismeelpap. Je wou eigenlijk maar één keer in de maand van
me hooren, is het niet, en ik overstroom je elk oogenblik met mijn
brieven. Maar denk eens aan, Vadertje, wat heb ik niet veel nieuws
beleefd in dien korten tijd! Ik ben zoo opgewonden, dat ik er wel met
iemand over _moet_ spreken en jij bent de eenige dien ik ken. Erger je
dus maar niet als ik het je zoo erg vaak lastig maak. Ik zal wel gauw
weer tot bedaren komen en als mijn geschrijf je verveelt, wel, dan kun
je mijn brieven altijd verscheuren en ze in je papiermand gooien. Ik
beloof je plechtig, je nu niet meer te schrijven voor midden November.
Dag,
Je kleine babbelzieke
Judy Abbott.