Schoon 't voor ons oog onmooglijk schijn',
Gij ziet het hier, het kan zoo zijn;
Want ik vraag aan 't Hollandsen oor:
Wie leest dit verstaanbaar voor?
"t Is onmooglijk zult gij zeggen."
Vraag ik zulks op Schiermonkoog
Daar is 't duidlijk voor hun oog.
En dat is ook Neerland's grond
Waar men het verstaanbaar vond.
Ook nog aan 't Schiermonniks oor
Geeft het soms een valsch gehoor
Veeltijds brengt de tong te regt
Wat de pen te scheef u zegt.
Het zal niemand ooit gelukken.
't Zijn klinkletters wat ons schort:
'k Schiet er nog wel zes te kort.
Eer ik 't heb ter neer gezet
Heb ik meer dan eens gelet,
Om de klanken zoo te wringen,
Als de tong ze u op kan dringen.
Die het zonder fouten schrieuwt,
Zis ik dat mien mester blieuwt;
Want buug dit krume noch zö lang
Het wet net jogt dan trog uus tang.