XXXII.

De slaaf had eene schuilplaats gezocht en zoo toevalligerwijze den

schat ontdekt. Geschiedenis van den schat: hij was daar neergelegd

door den laatsten afstammeling van een oud geslacht; klacht van den

eenzamen grijsaard; na zijnen dood maakt de draak zich van de have

meester.--De draak ontdekt den diefstal; hij is strijdlustig en vliegt

met de avondschemering uit, om wraak te nemen.

Beówulf Angelsaksisch volksepos vertaald in stafrijm en met inleiding en aanteekeningen voorzien · 第 75 / 137 题