Toen de schemering viel en de horizon in vlammen was gezet, moesten

de jonge meisjes hun klooster weer opzoeken en moesten daarbij door

het dorp gaan. Er heerschte op straat een diepe stilte, daar de wind

was gaan liggen na zonsondergang; een drukkende stilte was gevolgd

en scheen loodzwaar op de natuur te drukken. Trots de toenemende

duisternis onder de onbewegelijke palmen zou men het niet hebben

moeten wagen, zich eenige vertrouwelijkheid te veroorloven tegenover

de meisjes; ze zouden wel heel gauw klaar zijn geweest den gevreesden

verzoeker te verjagen met een "covi... covi... satana!..." den uitroep,

waarmee de dames haar afkeer van Europeanen te kennen geven.

Het was nu al drie weken geleden, dat wij op de Walliseilanden aan

wal waren gegaan, en de hydrographische werkzaamheden, waarvoor

wij er heen waren gezonden, liepen ten einde. We hadden bakens van

koraalgesteente opgericht met ijzeren punten gekroond, die het kanaal

moesten aanwijzen, waarlangs Mata-Utu moest worden bereikt, over een

lengte van drie mijlen.

Die werken stelden ons tevens in de gelegenheid, op te merken, met hoe

groote zekerheid het stelsel der persoonlijke heerendiensten werkt. De

koning had beloofd, het noodige materiaal op een bepaalde plaats

te doen neerleggen, en de inboorlingen brachten op het aangewezen

uur blokken koraal, zooals wij hadden besteld, maar het was ons

onmogelijk, hun hulp te erlangen voor het plaatsen der bakens. We

moesten daartoe een beroep doen op hun hoofdman, en onze eischen

hadden bijna aanleiding gegeven tot een diplomatieke quaestie.

Daar de vorm der diensten, door ons verlangd, iets nieuws was, vreesde

de monarch, misbruik te maken van zijn gezag, als hij er het bevel toe

gaf. Na lange onderhandelingen ontving men aan boord het koninkje

met de eerbewijzen van iederen souverein, dus 21 kanonschoten,

en de moeilijkheden waren uit den weg geruimd. De onderdanen,

blijkbaar gevleid, dachten er niet meer over, om te protesteeren;

en dank zij den handenarbeid van ongeveer 1500 van de inboorlingen,

was ons werk spoedig afgeloopen.

Wij woonden ook nog den dag voor ons vertrek een plechtigheid bij,

die interessant was, omdat de locale overleveringen er in werden

geëerd naast den christelijken eeredienst. Er werd een vrouw begraven,

die bij de bevalling gestorven was. Het lichaam was gewikkeld in een

groot stuk tapa, dat voor vocht ondoordringbaar was gemaakt en werd

op een draagbaar door mannen gedragen. Bij die gelegenheid stemden

de inboorlingen zeer ernstige liederen aan.

Ik geloof, dat er ter wereld geen meer verwaarloosde kolonie bestaat

dan de archipel der Wallis-eilanden; Frankrijk weet er niets van en

trekt ook geen enkel voordeel uit het bezit; de kolonie is als een

tooisel, waar een mooie vrouw geen waarde aan hecht.

Geen enkele plaats geeft zoozeer het gevoel, dat men zich op een

eiland bevindt, afgescheiden van de overige wereld. Zooals het bij het

bestijgen van de hellingen van een berg gebeuren kan, dat men, na de

opwekkende kracht van de hoogere streken te hebben gevoeld, plotseling

de onaangename gewaarwording krijgt, die ontstaat door de verdunning

van de lucht, zoo brengt dit verloren eiland een gevoel teweeg van

sombere en doffe lusteloosheid, waar toch geen physieke oorzaak voor

is aan te wijzen. Het heeft iets van eerbiedige ingetogenheid, van

teederheid, van vergetelheid der wereld en haar belangen, maar laat

een ontmoedigende leegte achter.

Door een onverklaarbare tegenstelling gevoelt ge nu eens de behoefte,

altijd te blijven op deze plaats van zoete rust, en in een volgend

oogenblik heeft er een snelle reactie plaats en er wordt in u een

vurige wensch geboren, om weg te vluchten, een begeerte, die u bij de

onmogelijkheid der vervulling, troosteloos en weemoedig achterlaat. Er

komt een vermoeidheid over u; de ziel wordt onrustig en weifelend

als de kompasnaald bij een onweder.

Toen wij eindelijk vertrokken waren, en Uvea niet meer was dan een

nevelachtig plekje tegen de lucht, ademden wij vrijer; maar het

afscheid ging toch wel gepaard met gevoelens van droefheid.

Door Centraal-Oceanië De Aarde en haar Volken, 1908 · 第 3 / 3 段