Verwoed streden in Iberië het kruis en de halve maan om de
heerschappij. Hevige gevechten werden geleverd, veel bloed werd door
de christenen en de ongeloovigen vergoten. Bloedige overwinningen
behaalden de moedige paladijnen van den koning der Franken, het
dapperste echter streed Roland. Zijn zwaard baande den keizer den
zegetocht, het dekte het leger van den keizer, toen het zegevierend
in het onbekende vijandelijke land trok. Het was in Ronceval, in dat
dal, dat naderhand zoovele dichters in het Duitsche en Waalsche land
bezongen hebben. Gescheiden van het hoofdleger, trekt Rolands
dappere achterhoede, tegen het vallen van den avond, langs den
boschweg. Daar klinkt plotseling woest geschreeuw van de hoogten,
verwoed vallen de laffe Mooren het troepje Franken aan. Met
heldenmoed vechten zij. Gelijk een koningsarend vliegt Rolands
strijdros Brilliador nu hier, dan daar heen, en menige schedel der
Saracenen wordt door zijn machtig zwaard Durando gespleten. Maar de
overmacht overwon de dapperheid. Steeds kleiner wordt de schaar der
Franken, en nu wordt ook Roland door een lanssteek van een
reusachtigen Moor getroffen. Over hem heen woedt de woeste strijd.
Toen de nacht treurig zijn donkeren mantel over het slagveld
uitspreidde, hadden de ongeloovigen hun afschuwelijk werk volbracht.
De Franken waren verslagen. Slechts eenigen waren aan den dood
ontkomen.
Waar is Roland klonk de angstige vraag. Hij was niet onder de
geredden. Waar is Roland? vroeg Karel de Groote ontsteld aan de
vermoeide boden. Door het geheele rijk weerklonk het antwoord:
Roland de held viel in den strijd tegen de Saracenen. Overal
verwekte deze treurige tijding oprechte droefheid.
Ook aan den Rijn werd zij vernomen. Op een dag verschenen er
koningsboden op de Drachenburg, die de treurige boodschap
overbrachten en tevens de deelneming van den keizer betuigden.
Smartelijk zuchtte de oude Heribert, terwijl hij de oogen met de
hand bedekte. Hildegonda stiet een vreeselijken gil uit.
Hartverscheurend was haar verdriet. Voor het beeld van de Moeder
Gods lag ze snikkend op de knieën en smeekte om bijstand in haar
groote smart. Dagenlang sloot ze zich in haar kamertje op, en zelfs
de woorden van troost, die de vader haar bood, vermochten het
ontzettende leed niet te verzachten.
Nadat er weken verstreken waren, trad het bleeke meisje, op een dag
het vertrek van den ridder binnen, kalmer dan voorheen. Een
bovenaardsche glans lag over haar ernstige trekken. En toen de vader
de knielende naar zich toe trok, deelde zij hem het besluit mede,
dat in haar zwaarbeproefde ziel gerijpt was. Smartelijk hebben de
oogen van graaf Heribert haar aangezien. Vervolgens heeft hij een
kus op haar rein voorhoofd gedrukt.
Toen is de dag aangebroken, waarop de klokken beneden op het eiland
Nonnenwerth plechtig luidden. Voor het altaar knielde gesluierd een
nieuwe novice, de lieftallige dochter van graaf Heribert. In de
heilige stilte van het klooster zocht zij den vrede, dien zij in den
vaderlijken burcht niet vond. Met een laatsten snik had ze den naam
van den geliefde uit het hart verbannen, de vlammen van de treurende
liefde uitgedoofd, en nu moest haar ziel vervuld zijn van het
heilige vuur van reine godsvereering. Te vergeefs hoopte de geknakte
vader, dat de ongewone eenzaamheid van het klooster het besluit van
de geliefde dochter aan het wankelen zou brengen en zij aan het
einde van het proefjaar in zijn armen terug zou keeren. Integendeel;
de godsvruchtige jonkvrouw smeekte den bisschop, die aan het
geslacht van den vader verwant was, de goedheid te hebben haar geen
proefjaar op te leggen en haar reeds na korten tijd toe te staan, de
onherroepelijke belofte voor Hem af te leggen, aan wien ze haar
leven gewijd had. Haar vurige wensch werd vervuld. Toen er een maand
verstreken was, vielen de gouden lokken van Hildegonda's hoofd en
door een heilige belofte verbond de lieftallige dochter van den heer
van de Drachenburg zich voor eeuwig aan den almachtigen God.