Weken waren verstreken.
Graaf Koenraad reed door het woud, dat tot zijn bezitting behoorde.
In gedachten verzonken -- hij was niettegenstaande de verhoogde
vroolijkheid der drinkgelagen steeds treurig gestemd -- had hij niet
bemerkt, dat een ridder met gesloten vizier hem tegemoet draafde.
Verrast hield hij hem aan en vroeg zijn naam en wat hij wenschte.
"Mijn wapenschild antwoordt u," zeide de ridder met een bijzondere
stem. "Maria's wreker ben ik, die u van laffe trouwbreuk beticht en
Gods oordeel over u en mij zal laten beslissen. Maak u gereed tot
den strijd." Deze trotsche uitdaging prikkelde den toorn van den
ridder zeer. De klank van de gedempte stem had hem zeer
opgewonden, het wapen van het schild behoorde tot het geslacht van
zijn vroegere verloofde. Het moest haar broeder zijn, die in het
Morgenland vertoefde, overlegde hij bij zich zelf, en gaarne had hij
het tweegevecht vermeden.
Maar reeds reed de tegenstander voor. Het was een korte strijd. De
zwakke arm van den vreemdeling was ongeoefend, door een forschen
stoot van ridder Bayer, die zich door zijn pantser heenboorde, zonk
hij zonder geluid te geven ter aarde. De overwinnaar snelde toe, om
den helm los te maken. Een kreet van ontzetting kwam over zijn
lippen.
In de handen hield hij het hoofd zijner verlaten bruid, uit een
gapende wond vloeide bloed.
"Door uw hand zocht ik den dood, sedert uw trouw voor mij gestorven
is." Zij fluisterde dit met brekende stem, terwijl de wanhopige
ridder zich over de stervende heen boog.
* * *
Sedert dien dag was in het slot te Boppard de feestvreugde voor
altijd verstomd; stil werd het ook in het woud, waar vroeger
dikwijls jachthoorns en hondengeblaf weerklonken hadden.
[Illustratie: Gefangener Raubritter
Nach dem Gemälde von Konrad Weigand <zur Sage: Die Clemenskapelle>
The Imprisoned Robber Knight La prise du chevalier gillard]
Op deze plaats in het bosch heeft men een klooster gebouwd,
Marienberg genaamd (nog steeds draagt het dezen naam), en daaraan
heeft ridder Koenraad Bayer, de stichter, al zijn goederen vermaakt
om zijn schuld te boeten. Hij zelf is naar het Heilige Land gegaan,
waar de vrome kruisvaarders met de ongeloovigen vochten over het
bezit van de Heilige plaatsen. Zonder pantser heeft hij gevochten --
men zegt, dat hij steeds opzettelijk het strijdgewoel opzocht -- en
wonderen van dapperheid heeft hij in het leger der kruisvaarders
verricht. Daar trof hem, bij de bestorming van Ptolomeus een
vijandelijke lanssteek.
Hij stierf in het vertrouwen op God en met den naam van zijn
ongelukkige verloofde op de verbleekte lippen.