III.

De paltsgraaf ontving spoedig de treurige tijding. Zijn vaderhart

was vervuld van smart en toorn. Hij beval de valsche toovenaarster

dood of levend bij hem te brengen. Op den namiddag van den volgenden

dag zeilde een goed bemande boot den Rijn af. Vier schippers

roeiden, stoere, door de zon gebruinde mannen. Somber ziet het oog

van den stuurman onder de borstelige wenkbrauwen naar de rots, die

ernstig en zwijgend wenkt. Smart en toorn staan op het gelaat van

den breedgeschouderden man te lezen. Hij had verlof gevraagd de

duivelsche verleidster van den top der rots naar beneden in de

golven te mogen werpen, waar haar een wisse dood wachtte -- want

haar tooverkunsten konden wellicht de gevangenen van hun boeien en

kerker bevrijden. De paltsgraaf had het wraakplan goedgekeurd.

Sagen van den Rijn(#60942) · 第 50 / 108 题