Emma en Eginhard keeren met veel praal aan het hof van den keizer
terug. Karel schonk hun het prachtige slot te Ingelheim, en gevoelde
zich door het bijzijn zijner kinderen veel jeugdiger. Op de plaats,
waar hij hen wedergevonden had, liet hij een klooster oprichten en
later ontstond daar een stad, tot op heden Seligenstadt (d. i. stad
der zaligen) genaamd.
In de kerk te Seligenstadt bevindt zich het graf van Eginhard en
Emma. Volgens hun wensch werd hun stoffelijk overschot in dezelfde
sarcophaag bijgezet.