[1] Zalig zijn de zachtmoedigen.
[2] Katoen-regen, regen als kapas (katoen).
[3] Krater.
[4] Vuur.
[5] Goed zóó!
[6] Sterken drank.
[7] Koffie.
[8] Water.
[9] Prinses.
[10] Afschuwelijk.
[11] Mijn jongen.
[12] Waar is het?
[13] Jongen.
[14] Slecht.
[15] Zwijg, zwijg!
[16] Vergist je niet en kijkt hier vooral in de woordenlijst, jongelui!
[17] Goedendag, mijnheer! Goedendag Mevrouw!
[18] Neemt uw atlas en rekent het na!
[19] Opzoeken!