Soemenap.—op Madoera. Laat uw onderwijzer u iets vertellen van de
zoutmakerijen.
Sarang.—loshangend lendenkleed. Wat batikken is, weet uw onderwijzer
wel.
Tropen.—„Troop” wil zeggen: keerwoord. Als een woord gebruikt wordt in
een andere beteekenis dan die, welke het gewoonlijk heeft, dan spreekt
men van een troop. Eén der tropen is de prosopopeia, waarbij het
levenlooze als levend en als persoonlijk wordt gedacht. ’t Geweld wordt
in staat geacht, een erf te verwoesten, de laster, een kleed te verven,
enz.
(Ga nu voor uzelf de andere prosopopeia—of persoonsverbeeldingen—na!)
Tirailleur.—soldaat die strijdt in de voorste verspreide linie.
Daarachter staat de meer gesloten afdeeling.
Van Vlinders, Bloemen en Vogels.—Dit boek was toen eigenlijk nog niet
verschenen. De lezer vergeve den schrijver deze tijdrekenkundige fout,
terwille van het goede doel: de aandacht nog eens te vestigen op dit
uitstekende en leerzame boek en zijn jongere broertjes.
Voorvechter.—iemand, die zich bij een gevecht ter dood heeft gewijd. De
voorvechters kleeden zich ten teeken hunner gelofte in het wit. ’t
Behoeft niet te worden gezegd, dat het de meest geduchte strijders zijn
en dat ze het langst standhouden.