XXVI.

Wouter moest er nu al twee maanden zijn. En er was nog geen brief.

Rubrecht's patroon informeerde bij een handelsvriend in Johannesburg en

vrij gauw kwam er antwoord. Zeker, de jonge Rubrecht was daar bekend,

hij was bediende aan een groote handelsinrichting, een goede betrekking.

Blij met dat bericht, trotsch op zijn zoon die daar toch maar weer zoo

gauw een goede positie had gekregen, schreef de oude Rubrecht hem

dadelijk zes zijdjes vol. Het verwonderde hem, dat zijn vrouw niet zoo

blij scheen; hij vroeg of zij niet een briefje bij den zijnen wou doen.

Zij deed 't. Ze schreef een korten brief:

"Vader heeft je 't weinige verteld wat hier gebeurt," schreef ze, "maar

waarom heb jij ons niet geschreven? O, Wouter, als je wist hoe ik

verlang naar een brief van je! Waarom? waarom schreef je nog niet? Hoe

voel je je nu? Hoe leef je, wat doe je? O, schrijf, dat je gelukkig

bent, ik verlang er zoo naar, 't zal me zoo goed doen! Mijn lieve

jongen, ik wil je geen verwijt maken .... maar och! waarom schreef je

nog niet?"

Anna's uitzet gaf veel drukte en afleiding. Dag in dag uit zaten moeder

en dochter te naaien .... te zoomen.... En toen kwam de drukte van het

trouwen zelf.

Maar een brief van Wouter kwam er niet....

In een roes van veel doen voor Anna en Wim trachtte moeder Rubrecht dat

vlijmend leed te vergeten, maar iederen morgen was 't toch 't eerste

weer waar ze aan dacht: Nog geen brief van Wouter.

Eindelijk trouwden ze. 't Ging alles heel eenvoudig en burgerlijk toe.

De familie van Wim bestond uit kleine winkeliers, kommiezen en klerken.

Er was een dansavond waar veel werd gezongen en gezoend.... Maar op den

trouwdag werd er niet rondgereden, dat had moeder Rubrecht niet gewild;

Wim had 't land tegenover zijn familie.

Ze gingen wonen ergens in een nieuwe buurt, in een aartsvervelende

rechte straat; bovenhuizen, benedenhuizen, alle gelijk, twee en twintig

huizen onder één gevel. 't Was een heel eind van de oude gracht naar

die nieuwe straat....

Er was nog altijd geen brief.

De vreemde plant · 第 34 / 47 题