X.

Den anderen morgen voor hij wegging riep Wouter zijn moeder nog even

apart en zei: "Wat ik u bidden mag, moesje, geen woord aan Margreet over

wat we gisteren .... bespraken. Belooft u me dat?"

"Als jij me dan belooft...."

"Ja, ja! .... ik weet wel wat u zeggen wilt, goed, goed!" En hij drukte

haar zenuwachtig de hand en was weg.

En de moeder tobde en tobde en tobde....

De vreemde plant · 第 15 / 47 题