EENVOUD (1).

Eenvoud, beminlijke schoone!

Nog nooit naar verdienste geschat;

Van iedre schoone de kroone,

En toch op uw schoonheid niet prat;

Die zinloozen pronk kunt versmaden,

Hoe wansmaak er gapende op tuur,--

U hullende in eigen gewaden,

In 't hemelsche kleed der Natuur!

De gordel der liefelijkheden,

Die Ciprus haar tooverkracht gaf,

Versiert uw bevallige leden,

Zij stond, bereidvaardig, dien af:

"U," sprak zij, "u moet hij omhullen,

"Wie meerder dan gij is hem waard?

"Die zoo veel geluk zult vervullen,

Tot zegen der jubelende aard!"

En evenwel, weinige aanbidders

Voor u in het blinkende staal;

Bestegen de meeste der ridders,

Voor vreemdere kleur niet het zaal?

Waar 't letterveld ook wordt ontsloten,

Voor strijders verhit op den krans,

Zit ge, eedle! vaak droevig verstooten,

Schaars breekt men voor Eenvoud een lans!

Zoo 't oog meer uw waarde doorschouwde,

Het leven had vreugdvoller loop;

Wie ooit op uw weldaden bouwde,

Beschaamdet gij nooit in zijn hoop!

Waar ge, Eenvoud! de blikken laat zweven,

Of waar zich uw voetdruk bevindt,

't Krijgt alles een krachtiger leven,

Een lieflijker aanschijn en tint.

Wen 't aardrijk uw' invloed ten toon spreidt,

In lusthof, in bosschen en beemd,

Een meer dan Arkadische schoonheid,

Die 't kluistervaste oog er verneemt;

Had bouwlust in steden en dorpen,

Steeds 't oor naar uw uitspraak gerigt,

Uw wet waar' zoo vaak niet verworpen,

Bij 't rijzen van 't kostbaarst gesticht!

Wel hem, wiens gemoed gij verblijdde

Door 't dierbaarst geschenk uwer gunst!

Wie gij tot het priesterschap wijdde,

In 't heerlijk gebied van de kunst!

Wat lauwer op aarde verdorde,

Zijn eerloof tart tijden en lot,

Met regt prijkt een Cats in uwe orde,

Maar Swaanenburgs naam werd ten spot!

Door Eenvoud is Neêrland verrezen

Uit modderig slijk en moeras;

Door Eenvoud, kan Neêrland weêr wezen

Zoo groeijend en bloeijend als 't was;

Den weg, door de Vadren betreden,

Wijst Eenvoud het nakroost nog aan,

Dáár slechts kan, bij deeglijke zeden,

En welvaart, en kunstschoon ontstaan!

* * * * *

(1) Ik neem hier eenvoud als vrouwelijk, om reden dit meer met

mijn doel overeenkomt.

De Liereman · 第 50 / 62 题