ELCK ZIJN WAEROM.

(_Spreuk van Maria Tesselschade Visscher._)

Elk zijn waarom, sprak Tesselschâ,

En o! zij had het regt;

Die spreuk is zonder wedergâ,

De ervaring doet haar regt;

Want hoe men cijfert, dit 's de som:

Elk mensch op aard heeft zijn waarom!

Dat's wijs, dat's goed, den mensch tot eer

En God zij dank en lof;

Hij wierp ons niet op aarde neêr,

Als wormen in het stof;

Zijn vaderliefde rigt ons oog,

Naar 't zielvereedlendst doel omhoog!

Maar, wee hem! die dat doel weêrstreeft,

Zijn' boezem ingeplant;

Het hart eene andre rigting geeft,

Tot eigen schade en schand!

Wie zijn waarom naar zelfzuchts-wensch,

Misbruikt tot hoon van God en mensch!

Ja blijve, o Tesselschade! uw spreuk

Ons aller wenschend wit;

Die spreuk zoo rein van smet en kreuk,

Waar de eêlste les in zit!

Elk zijn waarom--o spreuk zoo waard,

Rigt gij mijn' blik op meer dan de aard'!

De Liereman · 第 34 / 62 题