(_Spreuk van Anna Visscher._)
Het daaglijksch brood--
Wat gift, hoe groot,
O Opperheer!
Genoeg is meer!
Is hij slechts rijk,
Wiens woekrend slijk,
Al hooger klimt,
Al heller glimt?
Hij arm, wie niet
Dien goudberg ziet?
Wiens eerlijk zweet
Hem kleedt en reedt?
o Gij, beslis,
Ervarenis!
Uw wijze stem,
heeft kracht en klem:
"Tevredenheid,"
Zegt zij, "bereidt
"Het beste deel,--
In weinig veel!"
Het daaglijksch brood,
Wat gift, hoe groot,
O Opperheer!
Genoeg is meer!