DE VERDRONKEN ACTEUR.

De Acteur Jeroen, meestal besist,

Had zeker 's nachts de straat gemist;

Want 's morgens werd hij opgevischt,

Voor elks verwonderde oogen,

Doch 't graantje had zoo sterk gegist,

Dat hij, hoe door de gracht verfrischt,

Van toeten noch van blazen wist,

Ten spijt van ieders pogen!

Maar stil, daar komt de snuggre Nol,

Van wien er vier zijn op den hol,

Daarbij zoo blind nog als een snol,

Op 't driftigst aangestevend:

"Roen dood ..." zegt hij, "wat! ben je dol?

"Zie, zóó natuurlijk speelt de bol!

"Nooit stierf hij immers in zijn rol,

"Of steeds werd hij weêr levend?"

De Liereman · 第 23 / 62 题