De Liereman.
Het Kaartspel.
De Oude en Nieuwe Maat.
De Droom.
De Patrijzen.
Jan.
De twee Honden.
De vrome Werkbaas.
De Vlieg.
Het Medaillon-Portret.
De verdronken Acteur.
Het Portret van den Dood.
De Gekken.
Stalen Pennen.
Mijn Grootje.
Gerust in de onstuime Baren.
Een klein Spruitje wordt eindelijk een Boom.
Voor Godsdienst en Vaderland.
Deugd schept Vreugd.
Elck wat Wils.
Genoegh is meer.
Elck zijn Waerom.
Elck spiegele Hem Zelven.
't Kan Verkeeren.
Hora ruit.
Peut-être.
Repos ailleurs.
Vita mortalium vigilia.
Getrouw.
't Uur is dáár.
Huwelijks-Liedje.
De Ooijevaars.
Op den Dood van een' Landman.
Aan een' rat.
De Lach.
Het Weesje.
Huwelijksvereeniging.
Drift.
De Laster.
Eenvoud.
Aan een' blinden Toonkunstenaar.
De Muis.
t' Huiskomst.
Wie?
De Mensch.
Aan een' Schilder.
De Grafsteen.
Toonkunst.
Gedachten bij het Graf van _A. C. W. Staring_.
Het levenspad.
Het blinde Vinkje.
Troost.
WAARSCHUWING
van eenen Onbevooroordeelde.
Hoe de Liereman ook roepe en schreeuwe en zijne koopmanschap
aanprijze, men meene daarom niet, dat al wat hij uitvent, voor den
zang geschikt, of zoo bijzonder mooi is.
In geenen deele; hij handelt meestal in oude snuisterijen, en nieuwe
snuifjes zoudt ge vruchteloos bij hem zoeken.
Gij moet dus wel opletten, dat hij u geene appelen voor citroenen in
handen stopt, want, ieder is een dief in zijne nering.
Nogtans, ik wil zijn nadeel niet, en wensch zijne waar eene even
vleijende recensie, als het onlangs bij den Boekhandelaar LAGERWEY te
Dordrecht uitgegevene product: Engelin! vergeet mij niet, geheeten--
welke beoordeeling Refer. (Letteroefeningen N° 9, voor Julij 1843.)
aldus eindigt: "Ook Luimigheid is een lief stukje, hetwelk gelijk mede
sommige der overigen, geen ongeschikt Volksliedje zou wezen."
VORDEN,
30 Sept. 1843.