Hoera! Daar komt alweer een nieuwe bende,

De heele oude garde in 't geweer!

JUFFR. EKSTER.

Komaan, 't is goed dat wij haar vinden hier. (gedempt tegen Valk).

Wij hebben hem!... nu gauw met hem naar haar. (gaat naar Anna toe).

STROOMAN (met afwerende beweging).

Zij heeft geen verdere overreding noodig;

Doet maar de Heil'ge Geest Zijn eigen werk

Dan is 't volbracht...! (bescheiden). En heb ik iets gedaan,

Dan kreeg ik kracht...!

MEVR. HALM.

Nu, dan niet langer dralen...

Verzoening, hè?

DE TANTES (aangedaan).

Och Heer, wat is dat mooi!

STROOMAN.

Ja, is er wel een hart zoo hard, zoo kil,

Dat niet aangrijpend zoo'n tooneel zou vinden?

Het werkt zoo scherpend, het gemoed zoo prik'lend.

't Is zoo opwekkend zulk een kind te zien,

Onmondig nog, een offer brengend, droef,

Doch willig, op het altaar van den plicht.

MEVR. HALM.

Maar haar familie deed er ook haar best voor.

JUFFR. EKSTER.

De tantes, ja, en ik,... of ik het weet!

Jij, Lind, bezit den sleutel van haar hart;

Maar wij, vriendinnen hebben nog een looper

Die opensluit, waar soms de sleutel faalt;... (drukt hem de hand).

En mocht het noodig zijn in later tijd,

Kom dan tot ons,... vriendinnen blijven wij.

MEVR. HALM.

Ja, wij zijn bij je, waar je gaat of staat...

JUFFR. EKSTER.

Beschermen je voor tweedrachts felle smarten.

STROOMAN.

O, dat vereend zijn! Liefdezorg en vriendschap!

Een oogenblik zoo blij, en zoo weemoedig toch! (wendt zich tot Lind).

Maar jonge vriend, laat nu de zaak dan uit zijn. (leidt Anna naar

hem toe).

Neem haar... je bruid... je bruid... neem haar... en kus haar dan!

LIND (reikt Anna de hand).

Ik ga niet weg!

ANNA (tegelijkertijd).

Ik ga wel mee!

ANNA (verbaasd).

Ga jij nu niet?

LIND (evenzoo).

Wil jij wèl?

ANNA (hulpeloos omkijkend naar de omstanders).

Maar, dan zijn we immers toch gescheiden weer!

LIND.

Ja, hoe zit dàt?

DE DAMES.

Wat nu?

JUFFR. EKSTER (bedrijvig).

Neen, hier bestaat een

Misverstand... dat 's zeker.

STROOMAN.

... Met hem te gaan

Heeft zij beloofd!

JUFFR. EKSTER.

En Lind bezwoer te blijven!

VALK (lachend).

En beiden voegden zich; wat wil men meer?

STROOMAN.

Neen, die verwarring wordt mij nu te machtig! (gaat naar den

achtergrond).

DE TANTES (tegen elkaar).

Maar waar komt eigenlijk 't geschil van daan?

MEVR. HALM (tegen Goudstad en Stuiver, die buiten in den tuin gewandeld

hebben en nu nader komen).

Hier is oneenigheid aan alle kanten. (spreekt zacht met hen).

MEVR. STROOMAN (tegen juffr. Ekster als zij ziet dat de theetafel

gedekt is).

Nu krijgen we haast thee.

JUFFR. EKSTER (kortaf).

Goddank.

VALK.

Hoera!

De vriendschap, thee, de liefde en de tantes!

STUIVER.

Maar nu de zaak dan zoo is afgeloopen

Nu kan die licht een vroolijk einde nemen.

't Proces berust dus op een paragraaf

Waar 't heet: den man te volgen is de vrouw

Verplicht. Dat 's duidelijk voor iedereen.

JUFFR. EKSTER.

En wat beteekent de overeenkomst dan?

STROOMAN.

Zij mag aan hoogre wet zich niet onttrekken...

STUIVER.

Maar Lind kan toch wel aan die wet ontkomen. (tegen Lind).

Je stelt je reis maar uit, en blijft stil hier.

DE TANTES (blij).

Ja, dat kan best!

MEVR. HALM.

Welzeker!

JUFFR. EKSTER.

Dan is 't uit.

(Zwaanhilde en de dienstmeisjes hebben intusschen de theetafel gedekt

onder aan de verandatrap. Uitgenoodigd door mevr. Halm gaan al de dames

om de tafel zitten. De rest van het gezelschap gaat gedeeltelijk op

de veranda of in het priëel zitten, gedeeltelijk in den tuin. Valk

zit op de veranda. Onder het volgende wordt er thee gedronken).

MEVR. HALM.

Zoo trok dit kleine onweer dan voorbij,

Als zomerregen, achterna weldadig;

Dan schijnt de zon nog mooier, en belooft ons

Een zomermiddag klaar en wolkeloos.

JUFFR. EKSTER.

Ja, 't bloemetje der liefde heeft ze noodig

Die buitjes, groot en klein, die houden 't frisch.

VALK.

Het sterft zoodra 't gebracht wordt op het droge...

Daarin heeft 't overeenkomst met een visch...

ZWAANHILDE.

Neen, want de liefde kan van lucht toch leven...

JUFFR. EKSTER.

En daarin sterft de visch...

VALK.

Volkomen waar.

JUFFR. EKSTER.

Daar hebben wij u nu gevangen, hè?

MEVR. STROOMAN.

Dat 's goede thee, dat kan men daadlijk ruiken.

VALK.

Nu, laten wij het houden bij de bloemen.

Liefde is een bloem; ontbreekt haar zoele regen,

Zoodat de lieflijke zou gaan verkwijnen... (houdt stil).

JUFFR. EKSTER.

Wat dan?

VALK (met een galante buiging).

Dan komen tantes met een gieter.--

Maar die gelijkenis, al is zij lang

Gebruikt, door dichters eindloos nagepraat,

Is toch nog niet heel duidlijk voor de meesten;

Want bloemen zijn er in zoovele soorten.

Zegt eens, welk bloempje zou de liefde wezen?

Noemt dat wat er het meeste op gelijkt.

JUFFR. EKSTER.

Dat is een roos; dat weet toch iedereen,...

Zij geeft aan 't leven toch een rozengloed.

EEN JONGE DAME.

Een anemoon is 't, groeiend onder sneeuw,

Want als die uitkomt wordt het lente eerst.

EEN TANTE.

Het is een paardebloem die tiert het best

Wordt zij vertrapt van mans- of paardevoet,

Ja, maakt nieuw schot als zij is platgetreden,

Dat heeft ons Pietersen zoo mooi beschreven.

LIND.

't Sneeuwklokje is 't; dat in je jonge ziel

Het Pinksterfeest van 's levens jeugd inluidt.

MEVR. HALM.

Neen, 't is de klimop, die al is 't December

Nog even groen is als in 't hart van Juni.

GOUDSTAD.

Neen, het is IJslandsch mos, dat jonge dames

Geneest, die lijdend zijn aan zwakke longen.

EEN HEER.

't Is een wilde kastanje,... te waardeeren

Als brandhout, maar de vrucht is ongenietbaar.

ZWAANHILDE.

Neen, een camelia, die op soirées

De hoofdtooi uitmaakt van de dames daar.

MEVR. STROOMAN.

Neen, zij lijkt op een bloem, die was zoo lief;...

Wacht eens... was die niet grijs... neen violet;...

Hoe heet die nu...? Laat zien... zij leek veel op die...;

'k Ben zoo vergeetachtig, dat is zoo raar.

STUIVER.

Neen, al die bloemebeelden gaan toch mank,

Mij doet zij aan een bloempot eerder denken;

In 't eerst is daar maar nauwlijks plaats voor één,

Maar later kan die heel wat spruiten bergen.

STROOMAN (te midden van zijn kindertal).

Neen, liefde is gelijk een pereboom;

In 't vroege voorjaar wit van bloesemsneeuw;

Wat later zet de bloesem zich tot vruchten

En worden tot veel groote groene bessen;

Door d' ouden stam gevoed met levenssappen

Worden het eens, zoo God wil, rijpe peren.

VALK.

Ja, zooveel hoofden, zegt men, zooveel zinnen!

Maar allen dwaalt u op verkeerde wegen.

Geen enkel beeld gaat òp; hoor nu naar 't mijne;...

Dat kan u draaien, keeren, naar believen, (staat op in

redenaarspositie).

In 't verre Oosten groeit een kostbaar kruid;

De "Zoon des Hemels" plant het in zijn tuinen...

DE DAMES.

Dat is de thee!

VALK.

Ja juist.

MEVR. STROOMAN.

Zijn stem klinkt net

Als die van Strooman, als...

STROOMAN.

Nu niet hem storen.

VALK.

Uit 't land der fab'len stamt het, uit de dalen

Heel ver weg, achter dorre zandwoestijnen;...

Schenk mij eens in, Lind! Dank je. 'k Zal nu drinken

Op thee en liefde, en daarover toosten.

(de gasten schuiven nader bij elkaar).

Het stamt oorspronklijk uit het sprookjesland;

Och, daar hoort immers ook de liefde thuis!

Alleen de Zoon der Zon wist, naar men zegt,

De plant te bouwen, kweekend haar met zorg.

En met de liefde is het evenzoo;

Een druppel zonnebloed moet in ons zijn,

Zal liefde wortel schieten in ons binnenst

En groeien, bloeien, blad en bloesems dragen.

JUFFR. EKSTER.

Maar China is een oud, een heel oud land,

Dus moet de thee ook wel al lang bekend zijn...

STROOMAN.

Die was er al vóór Tyrus en Jeruzalem.

VALK.

Was al bekend, toen d' oude heer Methusalem

Als kleine jongen prentjes zat te kijken...

JUFFR. EKSTER (triomfant).

En 't wezen van de liefde is juist jeugd!

Uw beeld gaat daar niet op, dat voelt u zelf.

VALK.

Welneen, de liefde is juist verbazend oud;

Dat is een leer, die we allen onderschrijven.

In Kaapstad en in Rio en Kamschatka,

Van Napels tot aan 't goede stadje Brevig,

Zal menigeen beweren, liefde is eeuwig;

Nu, dat is mogelijk wat overdreven,...

Maar oud is zij... dat valt niet te ontkennen.

JUFFR. EKSTER.

Maar liefde en liefde is toch altijd eender,

En thee bestaat in soorten, goede en slechte.

MEVR. STROOMAN.

Ja, thee is er in vele kwaliteiten.

ANNA.

De groene voorjaarsspruitjes allereerst...

ZWAANHILDE.

Voor zonnedochtren groeien die alleen.

EEN JONGE DAME.

Men zegt dat die bedwelmend zijn als ether...

EEN ANDERE.

Als lotos geurend en zoet als amandelen.

GOUDSTAD.

Die komt niet aan de markt om te verhandelen.

VALK (die intusschen van de veranda gekomen is).

Ach lieve dames, in zich zelf draagt elk

Een heimelijk klein hemelsch rijkje in zich.

Daar schieten duizenden van zulke spruitjes,

Omheind door schroom, als door Chineeschen muur.

Maar al de popjes van uw fantazieën,

Die in de schaduwen der kiosken zitten

En smachtend droomen... sluiers om de lenden,

En gouden tulpenbloemen in de handen...

Voor hen plukt u de eerste groene knoppen;

Wat later herfst daar vond, was u om 't even.

Kijk, daarom krijgen wij met stof en steeltjes,...

Een napluk, die er staat als vlas tot zijde,...

Een oogst met moeite van den struik geschraapt...

GOUDSTAD.

Dat is de zwarte thee.

VALK (knikkend).

Die vult de markt.

EEN HEER.

Dan spreekt nog Holberg van een thé de boeuf...

JUFFR. EKSTER (snibbig).

O, dat is zeker iets uit vroeger dagen.

VALK.

Liefde de boeuf bestaat er ook wel, ja;

Die maakt ons dwaas... alleen maar in romans.

Van haar pantoffelrijk vindt men soms sporen

Bewimpeld onder echtlijke gordijnen.

In 't kort, gelijknis is er, waar u die

Het minst verwacht. Zoo zegt de oude spreuk

Dat, komt de thee tot ons over de zee,

Dan lijdt zij, en verliest wat van den geur,

Het fijn aroma, dat haar eigen is.

Door de woestijn moest zij en over bergen,...

Moet aan Kozak en Rus den tol betalen;...

Die stemplen haar, dan mag zij verder gaan,

En geldt bij ons dan pas voor echte waar.

Maar gaat het met de liefde ook niet zoo

Door 's levens woestenij? Wat waar 't gevolg,

Wat 's werelds oordeel, als eens u of ik,

Boud onze liefde vrij invoeren wilde!

"O, het moreele aroma ging verloren!

"De geur der wettigheid is glad er af!"

STROOMAN (staat op).

Jawel, Godlof, in zedelijke landen

Is zulke waar nog altijd contrabande.

VALK.

Ja, zal zij hier te lande vrij passeeren

Dan moet zij door der vormen koud Siberië,

Waar frissche zeelucht haar niet schaden kan;...

Moet zij den stempel toonen, zwart op wit,

Van organist en klokkenist en koster,

Familie, vrienden, kennissen, ja, wie niet,

En vele andre braven nog... behalve

Den vrijpas, dien God zelf haar heeft gegeven...

En dan het laatste punt van overeenkomst;

Ziet, hoe beschavingshand zoo loodzwaar drukt

Op 't Zonneland, daarginds, in 't verre Oosten;

Zijn muur vervalt, gebroken is zijn macht,

De laatste echte Mandarijn gehangen.

Profane handen plukken nu den oogst.

Weldra is 't Zonneland nog maar een sage,

Een sprookje waaraan niemand meer gelooft;

De heele wereld wordt één nevelgrauw!...

Ten grave droegen wij het wonderland.

Maar is dat zoo,... waar blijft dan nu de liefde?

Ach, dan is immers zij ook mee verdwenen! (heft zijn theekop op).

Wel, dat verga dan, wat niet kan bestaan:...

Met deze thee drink ik op dooden Amor!

(drinkt; groote ontstemming en beweging in het gezelschap).

JUFFR. EKSTER.

Dat was wel een zeer zonderlinge toost!

DE DAMES.

Alsof de liefde heusch zou zijn gestorven!

STROOMAN.

En zij zit hier gezond en jong en blozend,

In allerlei gestalten om ons heen.

Hier zit de weduwe in haar zwarte kleed...

JUFFR. EKSTER.

Twee trouwe echtgenooten...

STUIVER.

Wier verbond

Nog menig stevig liefdepand kan kweeken.

GOUDSTAD.

Daarna komt liefde's lichte ruiterij,

Verloofde paren in verscheiden soorten.

STROOMAN.

Vooraan de veteranen, trouw verbonden

Al vele jaren lang.

JUFFR. EKSTER (afbrekend).

En dan de kleintjes...

De jongste klasse... 't paartje van vandaag...

STROOMAN.

Hier ziet u zomer, winter, herfst en lente;

Die waarheid heeft u hier dus maar te grijpen,

Te hooren en te zien...

VALK.

Nu ja, en dan?

JUFFR. EKSTER.

En toch zou u de deur haar willen wijzen!

VALK.

U heeft mij heelemaal verkeerd begrepen.

Wanneer heb 'k daarvan ooit 't bestaan ontkend?

Maar u moet bij dat alles wel bedenken

Dat rook niet altijd is 't bewijs van vuur.

Ik weet het opperbest, men neemt ten huwlijk,

Maakt zich gezinnen en dat alles meer;

U zal mij zeker nooit hooren ontkennen

Dat de één een ring krijgt, de ander een refuus,

Dat rose briefjes stil worden geschreven

En dicht gemaakt met duifjes... samen kijvend;

Dat er verliefden loopen door de straten

En de visites chocolade krijgen,

Dat het gebruik een formulier uitvond,

Een eigen vormen-codex voor verliefden;...

Maar lieve Heer, wij hebben ook majoors,

Een arsenaal met heel wat materiaal;

Daar vindt men trommels, sporen en rapieren,...

Maar wat bewijst dat dan toch allemaal?

Alleen dat er soldaten zijn en wapens.

Maar wapendragers zijn toch nog geen helden.

Ja zelfs als er een leger stond van tenten,...

Zou daarmee heldenmoed zijn te bewijzen?

STROOMAN.

Wel, laat ons billijk zijn; eerlijk gezegd

't Is niet altijd naar waarheid, als beweerd, wordt,

Dat jonge liefde 't sterkst zou zijn, en zoo...

Ja, zoo alsof die juist de een'ge was.

Op die is niet ten allen tijd te bouwen.

Neen, eerst in 't huwlijk, het intieme leven,

Rust liefde op een rotsgrond, vast en zeker,

Die nooit kan wijken, nooit ons kan ontglippen.

JUFFR. EKSTER.

Neen, die opvatting kan 'k niet met u deelen.

Ik meen dat een verbond van vrije menschen,

Dat jaren duurt, al kan men 't daaglijks breken,

Het best beantwoordt aan der liefde echtheid.

ANNA (met gloed).

O neen,... een nieuw verbond, nog frisch en jong,

Is toch in 't wezen rijker, sterker nog.

LIND (peinzend).

Wie weet of daar niet de idee in schuilt,

Van de anemoon die groeit onder de sneeuw.

VALK (plotseling uitbarstend).

Gevallen Adam! Dáár kwam 't heimwee op,

Dat 't Paradijs zocht achter scheidingsmuur.

LIND.

Och wat!

MEVR. HALM (gekrenkt tegen Valk, terwijl zij opstaat).

Dat is nu juist niet heel vriendschappelijk,

Om twist te stoken waar wij vrede maakten;

Heb voor uw vriend en zijn geluk geen zorgen...

EENIGE DAMES.

Neen, dat 's secuur!

ANDEREN.

Dat weten wij heel zeker.

MEVR. HALM.

Wel heeft ze op school geen koken nog geleerd,

Maar dat zal 'k haar wel dezen herfst nog leeren.

JUFFR. EKSTER.

En zelf zal zij haar bruidsjapon borduren.

EEN TANTE (klopt Anna op het hoofd).

En recht verstandig wordt zij stellig ook.

VALK (lacht luid).

Och dat verstand, paskwil, dat doodend werkt,

Waanzins hansworsterij uit vriendenmond!

Was 't dan verstand dat hij bij haar wou vinden?

Was 't een professor van het keukenboek?

Hij kwam hierheen als lente's blijde bode,

En koos een wilde roos zich uit den hof.

U ging die kweeken; nu kwam hij terug...

Wat vond hij toen? Een bottelstruik!

JUFFR. EKSTER.

Welzoo?

VALK.

Heel nuttig in 't gebruik,... welzeker, ja!

Maar 'n bottelstruik was niet zijn lentebruid!

MEVR. HALM.

Ja, als hij uitkeek naar een balprinses,

Dan was hij hier niet aan een goed adres.

VALK.

O ja, ik weet, er wordt gekoketteerd

Met huislijkheid, dat hoort er ook zoo bij;

Dat is een uitwas van de groote leugen,

Die hoog zich opwerkt als de wilde hoprank.

Ik neem, mevrouw, mijn hoed af heel eerbiedig,

Voor iedre "balprinses"; zij is de schoonheid,...

En in de balzaal spint er gouden draden

Het ideaal,... in kinderkamers zelden.

MEVR. HALM (met onderdrukte woede).

Uw uitval laat gereedlijk zich verklaren,

'n Geëngageerde is voor zijn vriend verloren;

Dat is de heele kern van de zaak.

'k Heb ondervinding, geloof mij, op dat punt.

VALK.

Natuurlijk wel;... zeven getrouwde nichtjes...

MEVR. HALM.

En goed getrouwd!

VALK (met nadruk).

Als dat maar waar is, ja!

GOUDSTAD.

Wat nu!

JUFFR. EKSTER.

Maar Valk!

LIND.

Is het je doel om ruzie

Te zoeken?

VALK (uitbarstend).

Ja, oorlog, strijd en twist!

STUIVER.

Jij leek in 't vak, wil jij ons gaan beleeren?

VALK.

Laat maar begaan... Toch wil 'k mijn vaandel heffen!

En oorlog wil 'k, en strijd met al mijn krachten

Tegen die leugen, zóó diep ingeworteld,

Die je allen kweekt en teederlijk verzorgt,

Dat hoog zij opschiet en op waarheid lijkt.

STUIVER.

Ik protesteer... 't is alles onbewezen,

Ik wil verzet aanteek'nen...

JUFFR. EKSTER.

Hou je stil!

VALK.

Dat noem je dus der liefde frissche bronwel,

Die fluistert van der weduwe verlies,...

Van liefde, die in lichte zonnedagen

Aan "klagen" noch "verlangen" ooit deed denken!

Dat noem je dus der liefde fiere stroom,

Loom door der echtelieden ad'ren kruipend!

Van liefde, allen sleur met voeten tredend,

Die dapper op de buitenwallen stond,

En lachte om der werelds wijze dwazen!

Dat noem je dus der liefde schoonheidsvlam,

Die een verloving lange jaren aanhoudt!

Och kom! Is dat dezelfde, die ontstak

Het dichtvuur in den nuchtren ambtenaar?

Dat noem je dus der liefde jong geluk,

Dat bang is zich te wagen over zee,

Dat offers eischt, en liefde's schoonst kleinood

Zich zelf te offren... jammerlijk versmaadt!

O gij, der alledaagschheid waanprofeten,

Noemt ééns de dingen bij hun waren naam;

Noemt wat de weduw voelt een droef verlangen,

Gewoonte 't huwelijk, want zoo heeten zij!

STROOMAN.

Neen, jongmensch, hoor eens, dat gaat àl te ver,

Bespotting klinkt ons toe uit ieder woord! (komt Valk dicht onder

de oogen).

Nu waag ik nog mijn oude huid in strijd

Voor 't oude g'loof tegen de nieuwe leer!

VALK.

Ik ga ten tweekamp op als tot een feest.

STROOMAN.

Goed! U zal mij de kogels zien trotseeren!... (dichterbij).

Een echtpaar--als een priester--is gewijd...

STUIVER (aan den anderen kant van Valk).

En een verloofd paar...

VALK.

Half, net als de koster.

STROOMAN.

Ziet u die kindren hier, die mij omringen?

Die kunnen al vooruit Victorie zingen!

Hoe ware 't mogelijk.., hoe ware 't doenlijk...

Neen, 't waarheidswoord is machtig, onomstootlijk;...

Hij moet wel doof zijn, die dit niet verstaat.

Kijk,... dit zijn liefdekindren altegaar...! (houdt verward stil).

Dat is te zeggen... neen, natuurlijk niet...!

JUFFR. EKSTER (waait zich met haar zakdoek).

'k Moet zeggen dat 'k er niets meer van begrijp.

VALK.

U levert daar juist zelf een mooi bewijs;

Zoo waar, zoo goed, en zoo echt nationaal.

U zelf maakt onderscheid tusschen de panden

Van 't huwlijk en der liefde... zooals 't hoort!

't Verschil bestaat als tusschen rauw en gaar,

Als tusschen wilde bloemen en gekweekte.

Bij ons wordt liefde alras een wetenschap,

Al lang is die bij ons geen hartstocht meer.

Bij ons is liefde als een gild apart,

Met vaste wetten en een eigen vlag;

Zij is een stand van minnaars en gehuwden...

Zij doen hun dienst en kunnen dien wel aan;

't Hangt alles aan elkaar als zeewier in een kliek.

Een zangvereeniging is al wat er ontbreekt.

GOUDSTAD.

En een courant!

VALK.

Best! Die zal u ook hebben!

Dat was een goed idee; er zijn al bladen

Voor kindren, dames, g'loovigen en schutters.

Ik hoop dat niemand naar den prijs zal vragen.

Dáár krijgt u dan te zien, als paradeerend,

Hoe Jan en Piet en Klaas in 't huwlijk treden;

Dáár wordt elk rose briefje ingelascht,

Dat Willem aan zijn teedre Laura schreef.

Daar komt dan onder andre ongelukken,...

Als moord, en brand door crinoline-rokken,...

Wie in den loop der week is "aangeteekend";

Daar biedt men in de lijst der advertenties

Gebruikte ringen voor civiele prijzen;

Daar annonceert men tweelingen en drielingen;

Wordt er getrouwd, dan wordt de heele bende

Bijeengetrommeld om te komen kijken;...

Wordt iemand afgewezen, 't wordt gedrukt

In 't blad, zoo tusschen andre nieuwsberichten;

Iets in den trant van 't volgende: "Alweer

Heeft 't liefdeduiveltje geëischt een offer!"

Ja, u zal zien, 't gaat best; want loopt het tegen

Den tijd dat 'k nieuwe abonnees moet werven,

Dan weet ik wel een lokaas dat hen trekken zal,

Dan slacht ik op groot-blads-manier een jonggezel.

Ja, u zal zien hoe 'k dapper strijd voor de eer van 't gild;

Als 'n tijger,... als een redacteur grijp ik mijn prooi..."

GOUDSTAD.

En hoe zal 't heeten?

VALK.

"Amors Noorsche schuttersblad"!

STUIVER (komt naderbij).

Dit alles is je toch geen ernst... of wèl?

Je goeden naam zet je niet zoo op 't spel!

VALK.

Volkomen ernst. Men beweert altijd

Dat niemand van de liefde leven kan;

Ik zal bewijzen dat 't een leugen is,

Want ik zal er van leven als een prins;

Vooral als juffrouw Ekster mij wil toestaan

Als "feuilleton" te plaatsen den "roman"

Van onzen dominee, den heere Strooman.

STROOMAN (verschrikt).

God sta mij bij! Wat is dat voor een plan?

Wàt, mijn roman? Was ik dan ooit romantisch?

JUFFR. EKSTER.

Dat heb ik nooit gezegd!

STUIVER.

Blijkbaar een misverstand!

STROOMAN.

Zou ik gezondigd hebben tegen zede

En oud gebruik! Dat is een groote leugen!

VALK.

Nu goed. (klopt Stuiver op den schouder).

Hier staat een vriend die niet zal wijken.

Ik open 't blad met zijn verliefde verzen.

STUIVER (met een verschrikten blik op den dominee).

Ben je niet wijs! Zeg, laat mij even 't woord!...

Durf jij te zeggen dat ik verzen...!

JUFFR. EKSTER.

Neen!...

VALK.

Dat wordt toch rondgestrooid uit het bureau.

STUIVER (in groote woede).

Uit ons bureau wordt nooit iets rondgestrooid!

VALK.

Ook jij verzaakt mij dus; dan heb ik nog

Een trouwen broer, die niet afvallig wordt.

"Een lied der liefde" wacht ik van vriend Lind,

Dier liefde, al te teer voor zee en wind....

Die emigranten prijs geeft voor zijn teederheid,

Zoo toont zijn liefde zich in al haar heerlijkheid!

MEVR. HALM.

Mijnheer, nu is 't gedaan met mijn geduld.

Wij kunnen niet meer onder één dak wonen...

'k Hoop dat u heden nog mijn huis verlaat...

VALK (met een buiging terwijl mevr. en de gasten naar binnen gaan).

'k Had wel verwacht dat u mij dit zou zeggen.

STROOMAN.

En tusschen ons is 't oorlog nu voor goed;

U heeft mij, en mijn vrouw ook, diep gekrenkt...

Ja zelfs mijn kindren, Trientje, Mientje, allen...!

Kraai maar mijnheer,... kraai uit maar je ideeën...

(gaat met vrouw en kinderen naar binnen).

VALK.

En volg u maar uw loopbaan als apostel,

U, met uw liefde, die u heeft verloochend,

Vóór 't haangekraai ten derde maal weerklonk!

JUFFR. EKSTER (wordt onwel).

O Stuiver, help mij! Gauw, ik bid je kom!

Maak mijn corset los... 'k heb het zoo benauwd!

STUIVER (tegen Valk, terwijl hij met juffr. Ekster aan zijn arm

weggaat).

'k Zeg je de vriendschap op!

LIND.

Dat doe ik ook.

VALK (ernstig).

Dus jij ook Lind?

LIND.

Vaarwel!

VALK.

Op jou vertrouwde ik...

LIND.

Ik kan er niets aan doen... mijn meisje wenscht het.

(Hij gaat naar binnen; Zwaanhilde is bij de verandatrap blijven staan).

VALK.

Ziezoo, nu heb ik ruimte om mij heen...

Nu heb ik opgeruimd!

ZWAANHILDE.

Valk, luister eens!

VALK (wijst beleefd naar het huis).

Dáárheen, juffrouw; zij gingen dien kant uit,

Mama, met al de vrienden, al de tantes.

ZWAANHILDE (komt naderbij).

Laat hen maar gaan; mijn weg is niet de hunne;

Met mij zal zich hun kudde niet vermeerdren.

VALK.

Je blijft dus?

ZWAANHILDE.

Ja. Voer jij strijd tegen leugen,

Dan sta ik naast je als je trouwe schildknaap.

VALK.

Jij, Zwaanhild, jij...

ZWAANHILDE.

... die gistren bang was, ja!

Maar was jij zelf dan, Valk, hij, die je nù bent?

Je boodt mij als geluk 't lot van den wilg...

VALK.

En 't wilgefluitje deed mij diep beschaamd staan!

Neen, het is waar, toen was 't maar kinderspel;

Maar jij hebt mij gewekt tot ernstig streven.

In 't woelend leven staat de groote tempel,

Waar klinken zal der waarheid reine stem.

Niet als de oude Asen, uit de hoogte

Toekijkend op het wilde strijdgewoel;...

Maar dragen 't schoonheidsmerk in eigen borst,

Zooals sint Olaf op zijn pantser 't kruis droeg,...

Met wijden blik bet slagveld overzien,

Al zit hij zelf in 't warnet van den strijd...

Een zonnestraal te weten achter nevels,

Dat moet een man als levenstaak aanvaarden!

ZWAANHILDE.

En dat zal ook jij doen wanneer je vrij

En eenzaam staat.

VALK.

Stond ik dàn in 't gewoel?

Toch is dàt de eisch. O neen, dat is voorbij,

Dat leven, eenzaam dwepend, in mijzelf.

Uit is het met mijn dichten binnenskamers;

Mijn lied zal 'k leven, tusschen hei en dennen,

Mijn strijd zal 'k voeren in het trillend heden;...

Ik of de leugen... één van ons moet wijken!

ZWAANHILDE.

Zoo trek dan met mijn zegen op ten strijd!

'k Heb je miskend; je hart is warm en dapper;

Vergeef 't,... en laat ons scheiden zonder boosheid...

VALK.

Neen, in mijn toekomstboot is plaats voor twee!

Wij scheiden niet. Zwaanhilde, heb je moed?

Dan strijden wij te zamen, zij aan zij!

ZWAANHILDE.

Wij samen?

VALK.

Dramatische Werken: De comedie der liefde; Brand; Peer Gynt · 第 3 / 24 段