Hij stak zijn vuist in de pijp, die opengescheurd was geweest maar

kon er zijn hand niet door krijgen. De kleermaker had de scheur te

stevig willen hechten en daarom de voor- en achterzijde vastgenaaid.

--Ziet gij het? Ziet gij de verrassing, de oorzaak van mijn

zielsverdriet?

--Ja, Halef, ik zie het!

--Steek er uw been eens in!

--Dat zal ik wel laten.

--Maar er in wilt gij toch, er in moet gij toch, daar is de broek

voor, waaruit nu zoo'n ellendigen zak is gemaakt. Nu blijft u niets

anders over, dan met één bloot en met één bekleed been de wereld

rond te reizen. Wat zullen de menschen zeggen, als ze u zien, u,

den beroemden Effendi en Emir! En waar zult gij hier in dit ellendige

dorp een andere broek krijgen!

--Maar heb ik dan een andere noodig?

--Wel, natuurlijk. Gij kunt deze toch niet aantrekken!

--Zeker kan ik de broek aantrekken.

--Hoe dan? Toch maar met één been.

--Neen, met beide beenen. Onze handige kleermaker mag zijn naaisel

weer lostornen en dan de scheur eenvoudiger dichtnaaien.

--Het naaisel lostornen!--stamelde Halef, mij verbaasd

aanstarende. Daarna barstte hij in luid gelach los en zei:

--Sihdi, gij hebt gelijk. Daar had ik in mijn boosheid niet aan

gedacht, lostornen, dat is het ware!

Het angstige en verlegen gezicht van den kleermaker helderde weer op;

maar hij kwam er toch niet zoo goed af, als hij gedacht had, want de

Hadschi viel tegen hem uit:

--Kerel, ziet ge dan eindelijk in, wat ongehoorde domheid gij begaan

hebt! Eerst naait gij de broek dicht, en dan weet gij geen manier om

die weer open te krijgen!

--Daar had ik wel raad op geweten, maar gij liet mij niet aan het

woord komen,--verdedigde zich de arme schelm.

--O Allah, Allah, wat onbeschaamde menschen zijn er toch! Ik heb u in

alle bedaardheid gevraagd, hoe die fout te verhelpen was; ik heb met

engelengeduld op uw antwoord gewacht; maar gij stondt daar alsof gij

een kameel hadt ingeslikt wiens hals in uw keel was blijven steken,

en toen heb ik u bij uw eigen keel gepakt om u naar den Effendi te

brengen. Zoo zit de zaak in elkaar. En hoe is het nu, kunt gij dien

naad weer lostornen?

--Ja,--antwoorde de kleermaker op bedeesden toon.

--En hoeveel tijd hebt gij daarvoor noodig?

--Twee of drie uren.

--O Allah! Wij zullen dus, voor uw geknoei, tot van avond moeten

wachten? Dat gaat niet, zooveel tijd kunnen wij u niet geven.

--Zoolang zal het niet duren, want ik zelf zal hem er bij helpen,--zei

ik.

--Maar dat komt niet overeen met de waardigheid van uw roeping en

met de majesteit van uw persoon!

--Dat zal zich best schikken. Ik ga met dezen goeden man, die een

bedroefde kleermaker is, hier in huis. Onderwijl hij mijn andere

kleeren uitstrijkt en waarschijnlijk verbrandt, zal ik mijn broek in

orde brengen. Zeg eens, gij ridder van de naald, zijt gij werkelijk

een kleermaker?

De man krabde zich achter zijn oor, en antwoordde eindelijk:

--Effendi, eigenlijk niet.

--Zoo! Wat zijt gij dan eigenlijk wel?

--Een Dürger doghramadschy (schrijnwerker).

--Maar hoe komt gij op de dolle gedachte om u voor een kleermaker

uit te geven?

--Omdat ik twee strijkijzers heb.

--Hoe komt gij daar aan?

--Die heb ik van mijn grootvader, die werkelijk kleermaker was. Die

zijn het eenige, dat ik van hem heb geërfd. Nu heb ik er wat naalden en

garen bij gekocht, en als de gelegenheid zich voordoet, dan herstel ik

de kleeren van de menschen, omdat er voor mij als schrijnwerker niets

te verdienen valt. Uit armoe werk ik dan ook hier aan den spoorweg.

--Gij zijt dus een veelzijdig man. Uw hoofdvak is echter hersteller

van kleeren, Doet gij dat altijd zoo, als nu met mijn broek?

--Neen, Effendi! Dat was een vergissing.

--Gij hebt dus inderdaad twee strijkijzers? Kunt gij strijken?

--Uitstekend!

--Welnu, dan willen wij allebei aan 't werk gaan. Maar kijk, wat

is dat?

Ik trok het door hem genaaide van elkaar en liet het hem zien. Hij

begreep echter niet wat ik bedoelde, en zag mij vragend aan.

--Wat kleur heeft de stof?

--Donkerblauw, Heer!

--En welke kleur heeft het garen, dat gij gebruikt hebt?

--Dat is wit garen.

--Maar dat kleurt niet! Hebt gij geen donkerkleurig of zwart garen?

--Overvloedig!

--Waarom hebt gij dat dan niet genomen?

--Omdat het witte dubbel zoo sterk is als het zwarte; daarom dacht ik,

het zal beter houden als gij weer eens met die broek moest zwemmen.

--Gij zijt een zeer voorzichtig man, naar ik zie. Ik zal echter zoo

vrij zijn om zwart garen te nemen. Vooruit nu, naar binnen!

--Zal ik meehelpen, Sihdi?--vroeg Halef.

--Ja, gij kunt de broek vasthouden terwijl ik de scheur naai.

De woning was leeg, daar alle man thans aan den arbeid was. Ik ging met

Halef en de broek op een tafel zitten. Wij kregen naalden en garen;

in plaats van een schaar hadden wij ons mes, en dus konden wij aan

den arbeid gaan. Als schooljongen had ik menigen knoop aangezet en

soms ook wel een kleine scheur dichtgenaaid; ik kende zoo tamelijk

het onderscheid tusschen voor- en andere steken; en daarom begon ik

het groote werk met de noodige zelfbewustheid.

Intusschen was de schrijnwerker-kleermaker druk bij de kachel bezig

en gooide er hout op, alsof hij er een os op braden moest. De kachel

gaf een warmte van zich, die mij aan de goede dagen van de Sahara

herinnerde. Mijn kleeren waren droog en behoefden alleen nog maar

gestreken te worden. De kunstenaar nam het vest ter hand, legde het op

een plank en haalde met een tang het strijkijzer uit het vuur. Het was

gloeiend heet en het houten handvat was verbrand. De man keek van het

ijzer naar mij en van mij naar het ijzer en krabde zich bedenkelijk

achter het oor.

--Wat is er?--vroeg ik.

--Mag ik eens iets vragen, Heer? Wat moet ik doen?

--Strijken.

--Maar hoe?

--Als altijd; gij kunt het immers uitstekend.

--Dat is een vervelende geschiedenis.

--Hoezoo?

--Wel, wanneer ik nu ga strijken, dan verbrand ik het jelek

(vest). Wacht ik tot het ijzer koud is, dan verbrand ik het niet maar

het ijzer strijkt ook niet. Kunt gij mij misschien ook raad geven? Ik

heb gehoord dat gij een Effendi zijt die groote reizen heeft gemaakt,

misschien hebt gij wel eens gezien hoe een kleermaker dat doet.

--Ge moet mij niet kwalijk nemen, maar ik verdenk uw grootvader sterk.

--Och, doe dat niet, als 't u blieft. Mijn grootvader--Allah zij met

hem--was een vroom Moslem en een getrouw onderdaan van den Padischa.

--Dat kan zijn, maar een kleermaker was hij niet.

Nu hief de kunstenaar ook den anderen arm ten hemel, en krabde zich

daarna met beide handen achter de ooren. Hij was blijkbaar ten einde

raad, maar hij antwoordde niet.

--Nu, heb ik gelijk of niet?

--Effendi!--riep hij uit,--hoe weet gij dat?

--Ik raad het, vertel mij dus wat hij eigenlijk was.

--Nu, wanneer gij het dan bepaald wilt weten, hij was eigenlijk

een Odundschu (houthakker) en maakte buitendien zoowat kleeren voor

de andere houthakkers. De strijkijzers had hij echter ook van zijn

grootvader geërfd, geloof ik.

--Die misschien ook alweer geen kleermaker geweest was?--zei ik

lachend. Zijt gij getrouwd?

--Neen, maar ik hoop het toch spoedig te zijn.

--Haast u dan, opdat gij spoedig kleinkinderen moogt hebben, die

de strijkijzers kunnen erven, want men moet het voorbeeld van zijn

voorvaderen zooveel mogelijk volgen, en ik hoop dat deze ijzers steeds

in de familie zullen blijven.

--Daar zal ik voor zorgen,--verzekerde hij ernstig. Deze Miras

nasargiahi (erfstukken) zullen altijd in onze familie blijven. Maar

nu moet gij mij toch zeggen wat ik doen moet.

--Welnu, ik beveel u, deze erfstukken in 't geheel niet meer aan

te raken. Als ik mijn kleeren zelf moet maken, kan ik ze ook zelf

wel uitstrijken.

Hij trok zijn handen uit zijn haar, zuchtte diep, en was meteen

paar groote stappen de deur uit. Halef zou hem liefst met zijn zweep

achterna zijn gegaan om hem een kastijding toe te dienen, omdat hij

zich voor een Uruwadschi terziji (marchand tailleur) had uitgegeven,

terwijl hij niets van het vak verstond. Ik trachtte hem te troosten

met den goeden raad, zich nooit door titels of mooie namen van anderen

te laten overbluffen. Ik moet eerlijk bekennen dat het strijken mij

ook alles behalve handig afging omdat, voor zoover ik weet, nog nooit

een strijkijzer in mijn familie van den een op den ander overgegaan

is. Toen ik evenwel het kunststuk had klaar gespeeld, bleef mij niets

meer over, dan trotsch op mijn werk te zijn, iets waarin Halef mij

met alle macht bijstond. Hij beweerde nog nooit zulke flinke sterke

steken te hebben gezien en hij was verrukt over den onmisbaren glans,

door bruine en zwarte strepen op het strijkgoed getooverd. Mannen

van het vak hebben mij later echter verzekerd, dat ik op die vuile

brandstrepen mij niet moest beroemen.

Toen wij zoover waren, kwam de opzichter met zijn broeder, die nu

ook gereed was om met ons mee te gaan. De kleermaker, gerust dat

zijn hulp als zoodanig niet meer zou gevorderd worden, stak zijn

hoofd door de deur en kwam, toen hij mij geheel gekleed zag staan,

opgetogen en vroolijk op mij af.

--Heer,--zeide hij,--alles is in orde, zooals ik zie. Mijn twee

strijkijzers hebben hun werk mooi gedaan, ik wil dus hopen dat gij

mij daarvoor met een milde Bakschisch zult verblijden.

--Die zult gij hebben!--zeide Halef.

Hij verdween achter het schut, waarachter ik mij verkleed had, en

kwam terug met de jichtlaarzen. Ze hadden meer van zakken dan van

laarzen. Halef hield ze den fooi-vrager voor en zeide op goedmoedigen

toon:

--Wij vereeren u deze Kablar fil ajaslari (foudralen

voor olifantspooten) tot een eeuwige gedachtenis aan uw

kleermakers-talent. Doe ze bij uw strijkijzers, tot een erfenis voor

uw kinderen en kleinkinderen, opdat uw afstammelingen een blijvende

herinnering mogen hebben aan het glorierijke feit, dat hun stamvader

de groote kunst verstond, broekspijpen dicht te naaien. Allah schiep

apen en ezels; u echter zond hij tot bekroning van deze schepping

naar Rumelia!

De kleermaker greep naar de laarzen en beschouwde ze met groote

oogen. Zulk een Bakschisch had hij niet durven verwachten, en dat

nog wel, met zóó'n mooie toespraak!

--Welnu, hoe staat ge zoo in de laarzen te kijken? Meent gij soms

dat uw kleermakers-verstand daarin verscholen zit?--vroeg Halef. Maak

dat gij met ze wegkomt, en wees dankbaar voor onze grootmoedigheid,

die u met zulk een geschenk begenadigt!

Ik betuigde mijn instemming met den raad hem door Halef gegeven,

onderwijl ik eenige piasters in de laarzen liet vallen. Daarmee had ik

's mans tong weder losgemaakt. Hij kon weer spreken, bedankte voor

het geschonkene en haastte zich met een en ander weg te komen.

Nu volgde het afscheid. Ik bekortte het zooveel mogelijk, en wij

reden weg, meest over ongebaande grasvlakten, westwaarts houdende. [11]

AANTEEKENINGEN

[1] Zie "de Schuilhoeken van den Balkan".

[2] Zie "de Schuilhoeken van den Balkan".

[3] Beide beroemde rechtsgeleerde werken.

[4] Een theologisch kommentaar in 24 deelen.

[5] Zie "De Karanirwan Khan in Albanië".

[6] Zie Karl May's "In de Schuilhoeken van den Balkan".

[7] Zie Karl May's "Schuilhoeken van den Balkan".

[8] Men leze: Karl May "De Karanirwan-Khan in Albanië".

[9] Men leze: Karl May "De Karanirwan-Khan in Albanië".

[10] Deze belangrijke ontvoering vindt men uitvoerig beschreven in

Karl May's Reisavonturen; Kara Ben Nemsi, bladz. 63-124.

[11] Als vervolg op dit boek leze men "De Karanirwan-Khan in Albanië"

door Dr. Karl May.

Nieuwe werken van Dr. Karl May, verschenen bij H.J.W. Becht te

Amsterdam.

Dr. Karl May's Reisavonturen.

Kara-Ben-Nemsi, De Held uit het Avondland.

In Koerdistan.

Van Bagdad naar Stamboel.

In de Schuilhoeken van den Balkan.

Door het land der Skipetaren.

De Karanirwan-Khan in Albanië.

De Slavenkaravaan.

Winnetou, Het Opperhoofd der Apachen,

De Pelsjagers van den Rio Pecos.

Het Geheim van den Witten Bison, of de Zoon van den Berenjager.

De Llano Estacado.

De Duivelskop in het Rotsgebergte.

De Zonen der Mimbrenjo's.

Old Shatterhand als Detective.

De Schat in het Zilvermeer.

De Petroleumkoning.

De zwarte Mustang.

Het Testament van den Inca.

Winnetou's dood.

Winnetou's Testament.

Het oordeel der "Commissie van het Nederlandsch

Onderwijzersgenootschap" over eenige werken van Dr. Karl May, luidt

als volgt:

De schrijver moet inderdaad veel weten van de streken, waarin zijn

verhalen spelen, anders zou hij zoo niet kunnen vertellen, de jongens

komen geheel onder de bekoring. De figuren zijn sympathiek, de jongens

kunnen er ridderlijkheid, eerlijkheid en flinkheid van leeren.

Kara-Ben-Nemsi. Een onderhoudend relaas van reisavonturen,

in Noord-Oost-Afrika en Arabië doorleefd. De weerzin van den

schrijver tegen bloedvergieten en wreedheid treedt ook in dit boek,

evenals in de andere, sterk te voorschijn. Hoe avontuurlijk alles is

voorgesteld, de grens tusschen het mogelijke en onmogelijke wordt

niet overschreden. Het is een mooi uitgegeven, aanbevelingswaardig

boek voor jongens van 13 jaar en ouder.

In Koerdistan. Schoon een vervolg op "Kara-Ben-Nemsi", is dit boek

zeer goed afzonderlijk te lezen. Het is een aaneenschakeling van

interessante reisavonturen; onderhoudend beschreven door iemand die den

indruk geeft, zeer veel van vreemde landen en menschen te weten. In den

held van het verhaal is de idee der Beschaving belichaamd; dit maakt

dat het boek zich gunstig onderscheidt van andere even avontuurlijke

verhalen, en dat het naar waarheid weergeven van sommige echt-Turksche

toestanden (drinken en omkoopen) niet zooveel aanstoot geeft als

men denken zou. Voor 12-jarigen en ouderen beveelt de Commissie het

degelijk uitgevoerde boek van harte aan.

Eenige beoordeelingen over Dr. Karl May's Reisavonturen.

De N. Rotterd. Courant van 4 Nov. 1904:

Dr. Karl May's Reisavonturen. En nu een zaligheid voor oudere

jongens. Aimard en Cooper herleven in den Duitscher Dr. Karl

May.... Kostelijke boeken zijn het, die, met de fraaie sprekende

figuren op de banden en de suggestieve prenten voorin, onmiddellijk

de belangstelling van jeugdige oogen zullen wekken. Dat ze die

belangstelling zullen behouden, doet het succes in Duitschland

verwachten: 43 duizend, 45 duizend enzoovoort.

Het Schoolblad van 16 Nov. 1904:

Winnetou, het Opperhoofd der Apachen. Ofschoon in dit boek doodslag,

wraak, foltering, 'n gewichtige rol spelen, beveelt de Commissie

het werk aan voor 15-jarigen en ouderen, omdat het boeiend en

belangwekkend is voor de jongens, en het afschuwelijke, dat beschreven

moest worden, getemperd wordt door mooie voorbeelden van zachtheid,

liefde, onverschrokkenheid en ware beschaving.

De Nieuwe Courant van 29 Nov. 1904:

In de Schuilhoeken van den Balkan en De Llano Estacado--bewerkt naar

zeer beroemde Duitsche boeken nl. de zoo vermaarde Reisavonturen van

Dr. Karl May.

't Eerste, bewerkt door Cath. A. Visser naar het 45ste duizendtal

der Duitsche uitgave, is een mooi, boeiend en ook flink gedrukt boek

in groot octaaf en met een titelplaat, die de jongens in spanning

moet brengen.

Evenveel goeds kan worden gezegd van het op dezelfde wijze uitgegeven:

De Llano Estacado. 't Brengt ons bij de Roodhuiden en dat vinden de

jongens heerlijk.

Het geheim van den witten bison. Met vele "Indianengeschiedenissen"

vormt dit boek een aangename tegenstelling, doordat het bij vele

hoogst spannende avonturen geen bloedige menschenslachterijen

bevat. De helden bestrijden de Indianen maar dooden zoo zelden

mogelijk. De prairieroovers zijn hun vijanden, die ze zonder

genade verdelgen. Het is een Indianengeschiedenis van de beste

soort. Komische en hartstochtelijke tooneelen wisselen elkaar af

en goed geslaagde beschrijvingen van natuurtafereelen beslaan een

vrij groote ruimte. De schrijver toont geen voorliefde te hebben voor

ijselijke tooneelen; het menschendooden is tot een minimum beperkt. De

bloedige botsingen op groote schaal tusschen blanken en roodhuiden,

die in de meeste boeken van dit genre schering en inslag vormen,

zijn handig vermeden, zonder dat daardoor het boek minder boeiend

is geworden. De aantrekkelijkheid wordt bovendien verhoogd door het

aanhoudend dialoog. Dit werk is zonder voorbehoud aan te bevelen voor

de bibliotheek van het laatste schooljaar.

Van H. en A. Bertrand verscheen op dezelfde wijze uitgegeven als dit

boek, ook bij H. J. W. Becht te Amsterdam:

Lambert Hadewart, een verhaal uit den bloeitijd der Hanse,

Voor Koning en Vaderland, een verhaal uit den tijd van Koning Frederik

Wilhelm I en Frederik den Grooten, tweede druk,

De Dragonder van den grooten Keurvorst,

De Groote Koning en zijn recruut, een verhaal uit den tijd van Frederik

den Grooten,

Getrouw aan den Koning, een verhaal uit de jaren 1813-1815, tweede

druk,

In dienst van den Kroonprins, een verhaal uit den Fransch-Duitschen

oorlog,

Een strijd om de schatten van Alva,

Eindelijk gesnapt,

De Ridders van de Rozenorde,

Het gezonken Goudschip,

Van Schooljongen tot Koning,

De geheimzinnige Japannees.

De prijs van elk der bovengenoemde, fraaie en rijk geïllustreerde

boekwerken, welke terecht door alle bladen als de beste jongensboeken

worden geroemd, en waarvan dan ook jaarlijks duizenden exemplaren

worden verkocht, is f 2.40 ingenaaid en f 2.90 gebonden in prachtband.

Met de werken van Dr. Karl May zijn de mooiste en beste jongensboeken

"Wörishöffer's Reisavonturen".

Hiervan verscheen bij H. J. W. Becht te Amsterdam:

De verrader, een boeiend verhaal uit de Far-west. Tweede druk.

Gered, dooltocht van twee jonge lichtmatrozen door de Indische

wonderwereld. 2e druk.

Robert de Scheepsjongen, zijn reizen en avonturen. Tweede druk.

De Hammonia, of de vaart in de Stille Zuidzee.

Aan land gespoeld, tafereelen uit het zeemansleven. Tweede druk.

Door wouden en woestijnen, reizen en avonturen van twee jongens door

Soedan, Egypte en Arabië. Tweede druk.

Onno Visser, de smokkelaarszoon van Norderney. Derde druk.

Een wederzien in Australië.

Californië, tochten en lotgevallen van landverhuizers in het Goudland.

Onder zeeroovers, tochten, avonturen en gevechten in de zuidzee en

lotgevallen van Christenslaven in Tripoli.

De diamanten van den Peruaan, tochten door Brazilië en Peru.

Lionel Forster, de kleurling, een geschiedenis uit den Amerikaanschen

Burgeroorlog.

Gered uit Siberië, lotgevallen van een verbannen familie.

Nieuwe werken van Dr. Karl May, verschenen bij H. J. W. Becht te

Amsterdam.

Dr. Karl May's Reisavonturen.

Winnetou, Het Opperhoofd der Apachen.

De Pelsjagers van den Rio Pecos.

Het Geheim van den Witten Bison.

De Llano Estacado.

De Duivelskop in het Rotsgebergte.

De Zonen der Mimbrenjo's.

Old Shatterhand als Detective.

De Schat in het Zilvermeer.

De Petroleumkoning.

De Zwarte Mustang.

Het Testament van den Inca.

Winnetou's Dood.

Winnetou's Testament.

Kara-Ben-Nemsi, De Held uit het Avondland.

In Koerdistan.

Van Bagdad naar Stamboel.

In de Schuilhoeken van den Balkan.

De Slavenkaravaan.

Door het land der Skipetaren.

De Karanirwan-Khan in Albanië.

Het oordeel der "Commissie van het Nederlandsch

Onderwijzersgenootschap" over eenige werken van Dr. Karl May, luidt

als volgt:

De schrijver moet inderdaad veel weten van de streken, waarin zijn

verhalen spelen, anders zou hij zoo niet kunnen vertellen, de jongens

komen geheel onder de bekoring. De figuren zijn sympathiek, de jongens

kunnen er ridderlijkheid, eerlijkheid en flinkheid van leeren.

Bij den Uitgever van dit boek verscheen ook:

DE KATJANGS

DOOR J. B. SCHUIL

GEÏLLUSTREERD DOOR O. GEERLING.

Prijs ingenaaid f 2.40; in prachtband f 2.90.

De Avondpost:

't Moet al 'n heel bizondere jongen zijn, die door de vlotheid van "De

Katjangs" niet wordt gepakt, er niet de "echtheid", in dit geval de

echte echtheid, intuïtief van voelt. Ook ouderen, dit boek in handen

nemend, zullen op vele plaatsen genieten, wezenlijk genieten, van de

levendige uitbeelding en het artistiek bewustzijn des schrijvers.

De Telegraaf:

Hoezee! voor dit geestige jongensboek met zijn pittigen

verteltrant.--Adjuus voor 'n moment, overdonderende Indianenromans

en kippenvel-bezorgende prikkellectuur!--hier wordt wat anders

gegeven. Hier is geschreven met kunstzin, en wil met kunstzin

begrepen zijn. 'n Jog, dat alleen 'n boek leest om te rillen

bij de verschrikkelijke lotgevallen van Piet Zus of Zoo, zal de

Katjangs misschien in een hoek keilen--the poor boy! Maar 'n jog,

dat gevoel heeft voor de charme van 'n typeerenden verhaaltrant,

voor het met humor en uitgelaten levenslust vertelde alledaagsche

gebeuren uit het leven rondom hem,--die zal om de Katjangs gieren

en er van genieten. En de pa's en de ma's en de zussen van de lezers

zullen desgelijks doen. De ma's en de zussen zullen zelfs af en toe

'n prop in haar keel voelen rijzen, bij de gevoelige gedeelten in 't

boek,--bij het afscheid van Tom en Thijs uit Indië, bij het verhaal

van den zieken leeraar, en bij de geschiedenis van den hond Bob,

die zijn baas terugvindt.

Boekenschouw:

Een echt, goed jongensboek. Thijs en Tom, de twee Indische jongens, die

bij een paar oude tantes in Holland komen, zijn wel woelige kwajongens,

die heel wat kattekwaad uithalen, maar groote fouten hebben ze niet;

ze zijn oprecht en goedhartig. Ook voor te ver gedreven guitenstukken

op school, wordt op een manier gewaarschuwd, welke iederen flinken

jongen inpalmt.

De Tijd:

Een alleraardigst jongensboek, met echt guitige streken van de

Katjangs. Het verhaal is prettig verteld en boeiend geschreven.

Het Vaderland:

Een heerlijk jongensboek is "De Katjangs". Wie zich den "Kostschooltijd

van Jan van Beek" van denzelfden schrijver herinnert, weet, dat

hij weer iets goeds kan verwachten. En die verwachting wordt niet

teleurgesteld.

Dr. J. A. vor der Hake in Het Haarlemsch Dagblad:

Een kostelijk boek, dat voor jongens geschreven is, maar zeker niet

minder, ja hier en daar zelfs nog meer lezenswaard is voor ouderen,

die met jongens in aanraking komen, voor jongens voelen en er geen

afgerond paedagogisch stelsel op nahouden, waartoe jongensstreken en

jongensaardigheden uit den booze zijn; want voor nurksen is dit boek

gelukkig niet geschreven.

Een prachtig jongensboek.

UIT DEN KOSTSCHOOLTIJD VAN JAN VAN BEEK

DOOR

J. B. SCHUIL

Met talrijke Humoristische teekeningen tusschen den tekst.

Prijs in prachtband f 2.90.

Eenige Bladen over "Uit den Kostschooltijd van Jan van Beek".

Handelsblad:

Kleurig en monter is dit kostschoolleven met zijn "geheime verbonden",

"dieventaaltjes", ontvluchtingen en andere avonturen verteld. De

toon bewijst duidelijk, dat de schrijver schik had in de dingen,

die hij beschreef en misschien nog wel eens naar eigen kostschooltijd

terugverlangt.

De Nieuwe Courant:

Wij zeggen het den uitgever in zijn prospectus na, dat dit een echt

Jongensboek is, prettig en vol afwisseling. De schrijver J. B. Schuil

is in de jongenswereld voortreffelijk thuis en weet op 'n prik wat

dit wereldje boeien kan. Maar hij weet er ook een goede keuze uit te

doen en zijn verhaal zoo in te kleeden, dat het ook opvoedend werkt,

zonder den zedenmeester uit te hangen. Er worden in dit boek misschien

wat veel ondeugende streken naverteld en gedeeltelijk gefantaseerd,

maar die streken van Jan hebben vaak een sympathieken achtergrond en

de uiterlijke ruwheid gaat gepaard met innerlijke fijngevoeligheid.

Dit boek is vooral ook leerzaam voor ouders en opvoeders, die hier

menigen wenk krijgen, hoe zoogenaamde ondeugende jongens op te voeden;

hoe gemis van tact, ondoordachte bestraffing en ruwe behandeling vaak

de oorzaken zijn van het verstikken van den edelsten aanleg.

De grappen en dwaasheden die door dit verhaal met kwistige hand zijn

gestrooid, zijn meestal geestig geïllustreerd door Jan Sluyters.

De Tijd:

Een boek, onderhoudend en frisch geschreven, vol jongens-

inzonderheid kostschooljongens-fantasie, vol echte, guitige, schelmsche

jongensstreken en jeugdige ridderlijkheid. 't Is een leven van enkele

jaren, doorleefd op kostschool met haar gewichtigheden, prettige

en minder prettige weken, naar gelang de dag van vertrekken in de

richting kostschool, huis, of omgekeerd, naar gelang de streepjes,

zoovele takjes aan den boom der dagen, successievelijk in kruisjes

veranderen, of een nieuw trimester begint.

Jong Vaderland:

Door het land der Skipetaren · 第 33 / 34 段