En schamper zegt zij tot hem: "Dat zou u goed te pas komen! Als ik
weer bijkwam, zou ik beroofd zijn van wat mij het dierbaarste is. Neen,
ik wil niet bezwijmen, zoolang hij leeft--water!"
Alva zelf wil het haar brengen, maar zij duwt hem weg en zegt
huiverend: "Niet uit uw handen; mijn kamenier Alida--snel!"
En het Moorsche meisje, dat alles met gespannen belangstelling heeft
gadegeslagen, snelt toe en brengt haar een beker vol.
Terwijl Hermoine drinkt, fluistert zij: "Naar de landingsplaats,
waarschuw de booten--de Engelsche booten!"
Een flikkering in de schrandere oogen van het Moorsche meisje duidt
aan, dat zij het begrijpt en zij verlaat het vertrek met den beker
in de hand.
De Hertog bemerkt het niet. Nadat zijn dochter hem huiverend van zich
stiet, heeft hij zich afgewend en zijn hand op zijn hart gedrukt,
terwijl zich een sterke ontroering op zijn gelaat afteekende. Van dit
oogenblik afaan vermijdt hij het zijn dochter aan te zien, die, nu zij
haar vader niet kan vermurwen, nog alleen van uitstel redding verwacht.
Hierin wordt zij onverwachts geholpen door een vijandin, de gravin
De Pariza, die valsch lachend binnenkomt: "Gij zult hem toch zeker
langzaam laten verbranden? Hij is een ketter."
"Wat leutert gij van ketter, draak," roept Chester, "ik ben een
evengoed Katholiek als de hertog van Alva zelf." En aan zijn God
denkende, nu de dood hem zoo nabij is, neemt hij zijn rozenkrans en
begint te bidden.
"Een Katholiek," lacht Alva hoonend, "evengoed als ik? En gij verzet
u tegen den koning van Spanje?"
"Ja," antwoordt Guy, "ik ben een Katholiek, _maar ik ben ook een
Engelschman_."
"Er zal er spoedig een minder zijn, om tegen de Spaansche vlag te
vechten," zegt Alva hoonend.
Dit gaat vergezeld van een wanhoopskreet van zijn dochter.
De beul, een van hen, die Alva altijd met zich voert, om parate
executie te kunnen houden, komt binnen (een man in een nauwsluitend
leeren buis en met een afgrijselijk wreed gelaat) en Alva zegt tot hem:
"Hoe nu, kerel, waar is uw strop?"
"Ik dacht, heer," antwoordt de man, "naar hetgeen ik buiten hoorde,
dat er iemand verbrand moest worden en ik kwam vragen, waar dat moest
geschieden. Er zijn takkenbossen genoeg in den kelder om mijn man te
roosteren. Zal ik hem verbranden op het plein voor het huis? Ik kan
genoeg talk vinden, om hem in te smeren!"
De uitdrukking op het gelaat van zijn dochter, waarmee zij, zonder
een woord te zeggen, op hem afkomt, terwijl zij hem strak aankijkt,
doet Alva het hoofd afwenden en mompelen:
"De strop; hij is geen ketter, hang hem buiten aan een boom op."
"Zijt gij daartoe vast besloten?" Hermoine's welluidende stem is nu
gebroken en schor.
"Ja! Het is een staatszaak."
"Mijn tranen, mijn gebeden, mijn gebroken hart,"--zij brengt dit met
moeite uit,--"kunnen dus geen verandering brengen--in--uw besluit?" En
er ligt een uitdrukking van doodsangst in de schoone oogen van het
meisje, dat geen tranen meer heeft.
"Neen. Het is een staatszaak." Alva's lippen beven, terwijl hij
dit zegt.
"Dan eisch ik voor den man, dien ik bemin, en die geen ketter is,
het recht om de laatste genademiddelen van de Kerk te ontvangen. Gij
zult zijn ziel niet verdoemen, al veroordeelt gij zijn lichaam. Gij
zijt zelf een te goed Katholiek, om een Katholiek te doen sterven
zonder den bijstand van de Kerk."