Het contrasigne: "Don Frederico."

Terwijl hij leest, kijkt zij hem glimlachend aan: "Ik heb half en

half lust, het u niet te geven. Wat bracht u, wilde jonge officier,

zonder verlof naar Antwerpen?"

"_Gij_!"

"O!"

"En voor u zou ik nog duizend keer terugkomen. Ik wilde naar de

verdronken landen gaan, om eenden te schieten, toen ik door een hoogere

bestiering u van de Watergeuzen mocht redden, mijn eigendom--mijn

buit." En wetende dat hij de heele wereld tegen zich heeft bij zijn

pogen om zijn geliefde tot zijn bruid te maken, wordt Guy door een

razende smart aangegrepen, nu het oogenblik van scheiden is gekomen,

dat hem erger toeschijnt dan de dood. Treurigheid is aanstekelijk,

evenals liefde, en het meisje begint te zuchten en te snikken onder

zijn afscheidskussen, die zoo plechtig zijn--ofschoon zij niet kan

gissen waarom.

Maar Oliver rammelt aan de deurklink en roept: "De gravin De Pariza

zit al in het rijtuig. Vlug!"

En nu geleidt Guy, die begrijpt, dat zijn tijd gekomen is, ofschoon

zijn beminde nog langer zou willen toeven en tegen hem aanleunt met

zuchtjes van liefde, haar haastig naar het rijtuig en helpt er haar in.

Zich half omkeerend, heft zij haar blanke hand een weinig op. Hij

ziet den verlovingsring aan haar vinger schitteren.

De postiljons knallen met de zweepen, de staatsiekoets verdwijnt uit

het gezicht, en alles wat hem rest van de vrouw, die hij slechts

een oogenblik geleden in zijn armen hield, is de herinnering aan

haar kussen, haar ring met den robijn aan zijn vinger en een klein

briefje,--de talisman, die hem veilig door haar vaders schildwachten

aan de poorten zal brengen.

Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 · 第 32 / 73 题