KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN.

Concert de Harmonie.

De Toonkunst wordt te Vianen met eenen bijzonderen goeden uitslag

beoefend; de kundige en smaakvolle Pianist Dietz, die tevens onderwijs

in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene

jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke

sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap

van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van

Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het

wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de

Roos ten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is,

spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd

wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich

van elders te Vianen zijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan

geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie van

Beethoven of eene Cavatine van Mendels-Sohn Bartholdy met den besten

uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het

lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal

zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.

Dat aan zulk een geheel de naam van Harmonie met regt kan gegeven

worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, dat Vianen

het Concert de Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen

mag tellen.

De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.

In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij

voor de beoefening der Toonkunst, als aan Euterpe toegewijd,

mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de

afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene

meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer

bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen

gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die,

welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt

nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal

den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte

en doet ons aan Tollens, Van den Bergh of Ten Kate denken, en niet

zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of

electriciteit en de kunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken

der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te

weeg gebragt, dat er ook mannen in Vianen worden gevonden, die met

regt den naam van Physici dragen mogen.

Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst te Vianen in

goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje,

van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heer Van Lom, die

dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende

van 's mans heuschheid heeft men dan ook geen' oogenblik geaarseld,

die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel

als een belangrijk sieraad te plaatsen.

Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.

De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde

aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is in Vianen

meer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen,

de heeren Wincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs

geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen

drukkende, beiden waardige zonen van Hippocrates, die zachtzinnigheid,

aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde

zieken weten te paren.

Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte

land in den omtrek, mag de heer C. A. G. van Effen genoemd worden;

als Priester van Lucina verstaat hij grondig zijnen Baudelocque,

als wondheeler zijnen Strohmeijer; in deze laatste betrekking deed

hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den

tiendaagschen veldtogt.

De heer Van Effen is tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich

aan hem aan de heeren Brouwer, Vos van Zalingen en Meijlinck, alle

hun vak volkomen meester en met Apollo kunnende zeggen, «herbarum

subjecta potentia nobis».

Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.

Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in

den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet

onbedrevenen Diepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval

gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden,

want toch alle boeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje

niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburig Utrecht, of van

elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime

keus en houdt u au courant van de literatuur van den dag. Bij al deze

gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van

andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreven

einde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den Predikant Van

Duijll en den Notaris Broekman; hunne welberadene keus voor alles, wat

de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam

en nuttig tijdverdrijf.

Een Vluchtige Blik op het oude en hedendaagsche Vianen · 第 20 / 28 题