De onderwijzer Stuart.
De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadje Vianen
verwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van
verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te
staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De
Kostschool, aan welks hoofd de kundige Stuart staat, behoort in de
eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche
en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl
de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder
van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare
gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam van
les sciences exactes bestempeld wordt, inzonderheid het lievelings
vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit,
dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting
daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap
ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen
weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen
zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil
est, nisi quod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het
welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt,
en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester
het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede
bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap,
al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor
de school van Euclides kunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo
aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te
onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd,
hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat
geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is,
daartoe opleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd,
zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren
zijnen schedel sieren, niet aan Stuart te danken hebben, dat hij de
gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem
gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die
ten huidigen dage te Vianen de lessen van den begaafden Stuart hoort,
reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen,
van zich als van eenen De Ruijter of Turenne zal doen gewagen. Voorwaar
het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd
is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.
De onderwijzer van Weigerden.
Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafden
Van Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs
geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge
gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten
niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij
bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn
vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles
hangt af van de methodus docendi en van de begaafdheid, om zijn talent
aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezit Van Weigerden
in den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke
de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet
weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men
behoeft slechts eene wijle tijds in 's mans school vertoefd te hebben,
om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe
de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens
onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren
lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang
met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig
gelegd waren, trouwens de heer Van Weigerden op den Weesdijk te Vianen,
is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis
verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks
eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat ouders uit den
hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en
het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne
woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden
genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier
niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede
uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch,
de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en
zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heer Van Weigerden
heeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken;
zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het
Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, als afgevaardigde
ter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs te Arnhem bij
een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs,
dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want een toast door
hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig
de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius van Gelderland
mogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige
man antwoordde: «een schoolmeester uit Vianen.»
De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.
Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen
in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken, gepaard aan eene
godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de Jonkvrouwen Bullot
en La Cave gehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene
geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden
der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming
mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.