DON ALONZO DE AQUILAR.

Na den val van Granada beijverden Ferdinand en Isabella zich, om de

Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te brengen. De meesten

der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste uiterlijk, aan het

koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra bleef het onder de

Mooren gisten, en zij weigerden den doop te ontvangen uit de handen

der priesters, die gezonden waren om hen te bekeeren. Ten slotte

werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de onwilligen met

geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het ondergaan van de

plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand met den koppigen

moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij onderworpen

en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met zware

verliezen aan de zijde van hunne quasi-weldoeners, onder wie één

der voornaamsten was Don Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo

Hernández de Cordova de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam

van »Den Grooten Kapitein«. Maar de ballade houdt zich niet aan de

historie, want zij laat Aquilar sterven vóór den val van Granada,

terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice

Kelly besluit hieruit, »dat de romance eerst geschreven werd, lang

nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden reeds

vergeten waren.« Maar waarom zouden wij een geheel volk laken om

iets, dat misschien een lapsus memoriae is geweest van een enkelen

balladeschrijver? En zou Kelly één enkele ballade kunnen aanwijzen,

die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de bijzonderheden den

toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek kunnen doorstaan?

Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat meestal

met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een bewerking,

die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche origineel.

Fernando, Spanje's hooge vorst, ligt voor Granada's wallen

Met alle grandes van het land, met heel zijn staf vazallen;

En met Castilië's ridderschaar in al haar hoofsche pracht,

Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens legermacht.

Legenden en Romances van Spanje · 第 118 / 165 题