HET EENIGE MANUSCRIPT.

Er is slechts één manuscript bekend van de Poema del Cid, het

handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in

het laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke

bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden,

dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de

geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het

in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt

MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan,

daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt,

met opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245

(1207 Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de

juiste datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht

zelf dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van

de 12e en het midden van de 13e eeuw.

Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand. Het

begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het

midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame

hand. Sanchez verklaart in zijn Poesias Castellanas anteriores al

Siglio XV (1779-'90), dat hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596

gemaakt is en waaruit blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde

onvolkomenheden vertoonde als nu.

Legenden en Romances van Spanje · 第 31 / 165 题