[55] een man van mijn smaak.
[56] "een Azers deel." Vergel. _Genesis_ 49: 20: "Azer, zijn brood is
vet en hij levert koninklijke lekkernijen." (Knappert).
[57] "een Enakskind," een reus. Vergel. _Numeri_ 13: 28 en 33
(Knappert.)
[58] fretterij = jagen met de fret. Zij wil leggen: gevingen is onze
prooi nu, enz.
* * * * *