[34] Mevr. Holst, J.J. Rousseau. Blz. 158, 159, 160.--Cursiveering van
mij.
[35] _Les Confessions_, blz. 1. Cursiveering van Rousseau.
[36] H. Roland Holst, J.J. Rousseau, blz. 33. Cursiveering, ook in de
beide voorafgaande citaten van mij.
[37] Hier kunt ge nu, lezer, mocht ge er lust toe gevoelen, als arbiter
tusschen mijn literairen criticus en mij optreden! _Hij_ meende, dat
Mevr. Holst de klaarblijkelijk juiste subjectieve waarheid _wel_ bezeten
heeft, maar dat haar tendentieuse lagere persoonlijkheid die verminkt
heeft tot 't dan onechte, dat wij nu kennen. _Ik_ neem liever aan, dat
zij _niet_ in haar was. Veel doet 't er niet toe, wie gelijk heeft, want
in _beide_ gevallen, zooals wij zullen zien, valt _op den invloed der
historisch-materialistische aesthetiek de schuld._
[38]...maar die idealen waren innerlijk onwaar en voos, want de
overwinning der burgerlijke klassen bracht niet vrijheid en gelijkheid,
niet vrede en recht, zooals zij geloofden, maar meer ellende, dan de
aarde ooit gekend had; riep niet in den mensch de aandriften van
broederlijkheid wakker, maar van hebzucht en heerschzucht en nijd." Blz.
159.
[39] H. Roland Holst, J.J. Rousseau, blz. 23.
[40] Zie noot vorige pagina.
[41] Confessions. Cursiveering van mij.
[42] zie noot 2 vorige pagina.
[43] ibid.
[44] _Zie Seconde lettre à M. de Malesherbes_.
[45] H. Roland Holst, J.J. Rousseau, blz. 23.
[46] Confessions.
[47] Hoe Rousseau inderdaad aan deze mogelijkheid gedacht heeft, moge de
volgende uitlating bewijzen: De tout ce que j'ai dit jusqu'à présent, il
en est resté quelque trace dans tous les lieux où j'ai vécu....--Einde
Livre IV, Confessions. De voorvallen, waarvan hier sprake was en zijn
zal, behooren dus alle tot die, die "een spoor hebben achtergelaten."--
[48] H. Roland Holst, J.J. Rousseau. Blz. 36.
[49] Confessions.--Cursiveering van mij.
[50] Er is nog een andere en zeer _beteekenisvolle_ zijde aan de zaak,
welke echter pas belicht kan worden bij de behandeling der Le
Vasseur-figuur.
[51] Confessions.
[52] Confessions. Cursiveering van mij.--
[53] Ik geloof, dat dit over 't algemeen het "wilde" leven van vele
groote artisten verklaart. Men zie overigens mijn 3den "Brief over
Literatuur."
[54] Dans ces temps-la même où Rousseau entretenoit l'Europe de ses
souffrances, _je ne l'ai jamais vu incommodé_; il cheminoit, gambadoit,
atteignoit avant les autres le sommet des montagnes, et mangeoit de fort
bon appetit" (d'Escherny, geciteerd bij Petitain.)
[55] d'Escherny.
[56] Schetsen en Critische opstellen, blz. 149--150.
[57] H. Roland Holst, J.J. Rousseau, blz. 87: "Het wordt tijd dat
eindelijk eens andere oogen over u heenbuigen, oogen minder
bevooroordeeld door _klassegevoel_," enz. enz.
[58] H. Roland Holst. J.J. Rousseau, blz. 82.
[59] G. Petitain, Appendix aux Confessions.
[60] H. Roland Holst. J.J. Rousseau, blz. 252.--
[61] Ibid., blz. 83.--
[62] H. Roland Holst, J.J. Rousseau, blz. 83.
[63] Confessions. Cursiveering van mij.--
[64] Confessions. Cursiveering van mij.--
[65] Confessions.--
[66] Confessions.--
[67] Men zie eens wat Petitain, in een noot bij de Confessions, van de
d'Houdetot-geschiedenis met betrekking tot Thérèse zegt. En deze
schrijver is waarlijk geen vriend van Thérèse.--
* * * * *