geurig, en bevat slechts weinig nicotine. Van den bodem, waarop zij
wordt gekweekt, is 30 percent humus, de rest kiezel, kalk, klei
en kwarts. Humus en kiezel zijn de noodzakelijke bestanddeelen,
maar vormen slechts in vereeniging met de andere een geschikten
bouwgrond. Deze lichte, dikwijls roode grond is blootgesteld aan een
temperatuur van 25° en heeft een vochtigheidsgraad van 90 percent,
door den hygrometer aangewezen, van October tot December, de tijd
waarin de jonge plantjes opschieten. De tabak wordt op de volgende
wijze behandeld. Na het zaaien wordt de grond tusschen de plantjes
besproeid en gezuiverd, 't geen na twee maanden slechts eens per week
noodig is. Wanneer de plant goed begint te groeien, moeten de talrijke
schadelijke insecten worden geweerd. Deze parasieten verdelgt men door
middel van een groen poeder, Parijsch groen genaamd. Ook worden de
planten wel beschermd door groote schutzeilen er over te spannen. Daar
dit echter zeer kostbaar is (de bedekking van 13 1/2 H.A. kost 40 000
francs) kan het alleen op uitgestrekte plantages geschieden. De fijn
geweven stof, die hiervoor wordt gebruikt, is een soort mousseline,
cheesecloth genaamd, die aan vertikale palen en horizontale latten
wordt bevestigd. Het kan slechts zelden voor de tweede maal worden
gebruikt, is het te veel beschadigd, dan wordt het aan de armen
gegeven. In zulk een afgesloten ruimte, waar de planten voor wind
en alle schadelijke invloeden zijn beschut, vereischen zij toch nog
de grootste zorg. De stengels bereiken een hoogte van 2.20 tot 2.30
M. en de bladeren worden van 35 tot 70 cM. lang. Bij de kweekerij onder
beschutting verkrijgt men 80 percent lange bladeren; in de open lucht
80 percent kleine. In beide gevallen valt omtrent de opbrengst van
den oogst weinig vooruit te zeggen. Wat men wel vooraf kan bepalen,
is het nicotinegehalte, daar dit door de kleur der bladeren wordt
aangegeven, en een geringe zwelling de overvloedige aanwezigheid van
dit vocht verraadt.
Bij den eersten oogst worden de stengels der eerste kwaliteit tabak
tot den grond toe afgesneden. Bij den tweeden oogst snijdt men de
mindere soorten van tabak. De eerste levert de groote bladeren (capas);
de tweede de kleinere (tripas). Als de tabak beschut is gekweekt,
moet zij na het snijden nog gedroogd worden in een daarvoor bestemde
loods, de casa de tabaco. Dit is een stevig gebouwde schuur, gedekt
met palmbladen, en waarvan de vensters zijn voorzien van jalouzieën
met beweegbare latten. Binnen in zijn vier stapels boven elkaar
geplaatste droogrekken, met 34 stokken in elk rek, waartusschen nauwe
doorgangen zijn uitgespaard. In 't geheel zijn er omtrent duizend
stokken, en daar op elken stok 200 paren bladeren kunnen hangen,
worden in zulk een schuur 400 000 bladeren gedroogd. Veertig dagen
duurt dit proces. Zoolang de bladeren nog groen zijn, kunnen zij elke
temperatuur, zelfs koude lucht verdragen; doch later worden zij zeer
voorzichtig behandeld en aan verschillende warmtegraden blootgesteld,
die men verkrijgt door het openen of sluiten der jalouzieën. Het
kweeken van de beste soorten tabak vereischt oneindig veel zorg,
en om een behoorlijke tabaksplantage te vestigen zijn een groot
kapitaal en veel ervaring onontbeerlijke vereischten. Een stuk
grond van 13 1/2 H.A. toch kost ruim 7500 francs; de noodzakelijke
omheining 3700 fr., en voor het bouwen van een eenvoudig woonhuis zijn
minstens 7500 fr. noodig. In den regel worden van de 40 H.A. gronds
er 33 H.A. gebruikt voor weiland en den bouw van andere gewassen,
en slechts 7 H.A. voor het kweeken van de tabak, die een geheel
anderen bodem vereischt. Voor het bewerken van dien grond alleen reeds
zijn noodig: 2 paarden, tegen 1000 fr.; 8 paren ossen, 5200 fr.; 8
inlandsche ploegen, 350 fr.; 8 dito van amerikaansch model, 600 fr.;
elf jukken, 300 fr.; twee wagens en een kar, 1500 fr.; een schuur voor
gereedschappen enz. 500 fr.; een put, 4000 fr.; een stoomketel met
reservoir en pomp, 10 000 fr.; vier kilometer buizen voor besproeiïng,
25 000 fr.; 12 000 houten latten, 3600 fr.; drie droogschuren, 15
000 fr.; en woningen voor de werklieden 3500 fr. Verder moet een
inrichting van deze grootte jaarlijks 150 fr. belasting betalen;
aan jonge tabaksplanten 4500 fr.; aan brandstof voor de sproeimachine
1500 fr.; loon van een machinist 2700 fr.; loon van een knecht en een
kok, door elkaar 1800 fr.; het onderhoud dezer lieden kost 4200 fr,
en een onderzoek door deskundigen van den oogst, dat noodig is om den
prijs vast te stellen, dien de kooper zal moeten betalen, 12 500 fr.
Als de kweekerij verpacht is, moet de pachter een jaarlijksch
voorschot van minstens 1200 fr. ontvangen, (altijd bij een groote
plantage als boven-beschrevene); bovendien heeft hij 2250 fr. noodig,
om in vereeniging met den eigenaar nieuwe planten te koopen, en
10 000 fr. voor koemest, als binnen de 40 dagen, den gewonen tijd,
de planten hun vollen wasdom zullen bereiken. Daarvoor ontvangt hij
dan 50 percent van den oogst, van 275 balen. Ieder van deze balen
weegt 100 spaansche ponden, of 46 kilogram, en brengt 250 fr. op;
dat is dus een totaal van 68 750 fr. Men kan zeggen, dat, onvoorziene
omstandigheden in aanmerking genomen, een kapitaal van 250 000 fr. aan
zulk een onderneming ten koste gelegd, 27 1/2 percent afwerpt. Die
uitkomsten worden verkregen na afloop van het tweede jaar, of in het
gunstigste geval na 15 maanden, als men zich vestigt tusschen Januari
en Maart, begint te planten in October, en van December tot Mei den
oogst binnenhaalt.
Het pachtstelsel (partidario) is niet in zwang op de 120
tabaks-exploitaties van westelijk Cuba. Meerdere van deze worden
door de eigenaars zelf geadministreerd. Te Guginacabo bij San Luis
is een bezitting van 81 H. A., waar 40 paren ossen, en 10 muilezels
voortdurend aan het werk zijn en 50 werklieden den gewonen arbeid
verrichten, d. w. z. het besproeien der planten (1500 liter per uur)
en het bedekken van 17 velden met cheesecloth, dat jaarlijks 100
000 fr. kost. In den oogsttijd zijn 180 mannen en 100 vrouwen bezig,
met naalden, een zekere hoeveelheid bladeren op stokjes te rijgen,
die in 14 schuren moeten worden gedroogd. Het opzicht over het werk
moet natuurlijk verbazend streng zijn, en de eigenaar kan er dan ook
voortdurend zijn oog over laten gaan, zonder zijn huis te verlaten, dat
op palen is gebouwd, en dus uitnemend geschikt om als observatiepost
te dienen. In 15 jaren smaakt zulk een planter de voldoening, jaarlijks
2000 balen uitmuntende tabak te kunnen leveren.
Behalve de spaansche plantage Calixto Lopez, bezocht ik nog bloeiende
spaansche bezittingen te San Luis, Padron, Santiago, Pinar del Rio,
enz. Ook amerikaansche plantages nam ik in oogenschouw, o.a. eene
te San Luis, die behoorde aan de londensche vereeniging Henry Clay,
Bock en Co., welke nog meer eigendommen in deze streek bezit, en de
kweekerijen der New-Yorksche "Havanna Commercial", en "Cuban Land
and Leaf Societies". Aan het hoofd van deze exploitaties staan vier
goed bezoldigde agenten, die 20 percent van den verkoop ontvangen,
d.w.z. een inkomen genieten van 150 000 fr. Een dier gelukkige
administrateurs, die mij zeer gastvrij in zijn huis welkom heette,
deelde mij o.a. het volgende mede.
Bij een zandigen grond is een voldoende hoeveelheid water en aanwending
van insectenpoeder het voornaamste vereischte, en een bescherming
door schutzeilen overbodig, daar de oogst toch in den regel wordt
binnengehaald voor het seizoen van wind en zon, van Januari tot Maart,
een aanvang neemt. De beste tabak komt uit Corojo; uit Retiro te San
Luis; uit Rio Seco en San Sebastian te San Juan: ook wordt zeer goede
tabak verbouwd te Pinar del Rio en te Luis Lazo. Het allergunstigste
klimaat voor deze cultuur heerscht tusschen Remates en Candelaria,
op de Vuelta Abajo, en de tabak, uit die streken afkomstig, wordt
door liefhebbers zeer gewaardeerd. Andere uitstekende merken zijn:
Artemisa, Alquizar, San Antonio, uit de streek die Partido heet; deze
tabak is licht, bevat veel nicotine en wordt voor sigaren gebruikt,
die in het buitenland zeer gewild zijn.
Het totaal der opbrengst van de vier bekende streken: La Vuelta
Arriba, Las Villas, la Partido en la Vuelta Abajo bedraagt 103 712
152 kilogram, in 415 891 balen. Daarvan koopen de Vereenigde Staten
de eene helft, en de andere helft wordt op het eiland zelf verkocht,
om in den vorm van elf millioen pakjes cigaretten en 227 millioen
sigaren over de geheele wereld te worden verspreid.
De pakken tabaksbladeren worden in de fabrieken van Havanna bewerkt. In
kleine plaatsen gebruiken de tabaquerias geprepareerde bladeren voor
de vervaardiging van sigaren en cigaretten, maar in de stad Havanna en
omstreken zijn niet minder dan 22 sigaren- en 4 cigarettenfabrieken,
die het verbazend druk hebben met de bereiding der kostbare plant. Zij
hebben gewoonlijk gelijkvloers een magazijn en een binnenplaats, waar
de tabak wordt bevochtigd, op de eerste verdieping zalen, waar de tabak
wordt gedroogd, gegist en verder toebereid, en voorts vertrekken voor
het rollen, sorteeren en pakken.
Na het verloop der 24 uren, die vereischt worden om de aaneengeplakte
bladeren los te maken, heeft een gewichtig proces plaats, het
bevochtigen van het blad. Men doet dit door het benedenste deel der
bladeren te besprenkelen en ze dan te schudden, tot het water zich
over de oppervlakte verspreidt. De graad van bevochtiging hangt af
van den toestand van ieder blad.
De groote bladeren (capas) blijven een of twee dagen in kisten
gepakt. De tripas worden een tot drie dagen op rekken uitgespreid
om te drogen, en de lichtere soorten moeten daarna van twee tot vijf
weken in geperforeerde vaten worden blootgesteld aan een gelijkmatige
warmte van 25-30°, en een vochtigheidsgraad van 70 à 80 percent. De
juiste aanbrenging van dien graad van warmte en vocht is het geheim
der cubaansche tabaks-industrie.
Waar de wasdom der plant vertraagd is door de hoeveelheid nicotine
die zij bevat, kan die belemmerende werking slechts worden opgeheven
te Havanna, waar bepaalde microben de nicotinedeelen omzetten in
vluchtige ammoniakverbindingen.
Om sterke en fijnere, of gewoner soorten te verkrijgen, worden de
bladeren, die op den zelfden tijd zijn geplukt, òf in een vat gedaan,
óf met andere vermengd.
Het rollen der sigaren is moeilijk en vereischt langdurige oefening in
het losrollen der kleinere bladen en het schikken van deze op een half
groot blad. Voor het rollen zelf wordt, al naar de soort der sigaren,
van 4 tot 15 minuten vereischt. Men begint het groote blad, de capa, te
rollen aan de punt, en zorgt, dat de nerven van het blad in de lengte
der sigaar loopen. De tamelijk droge, halve tripas (kleine bladen)
worden gewikkeld in de vochtige capa; die zeer zacht en rekbaar is,
en ten slotte wordt de gerolde sigaar met een soort gom dicht geplakt.
Dit rollen gebeurt op planken van Amerikaansch eikenhout. Op elke
plank worden per dag ongeveer 75 gewone sigaren gerold, of 25 van
de fijnste soort. Op 450 van deze planken kunnen dus dagelijks 4000
sigaren worden afgeleverd. Onder het werk worden de _torcedores_
voorgelezen door een kameraad, die boven op een soort estrade is
gezeten; zoodoende blijven zij op de hoogte van de politiek, en kunnen
ook genieten van spaansche geschiedkundige of romantische werken.
De gemaakte sigaren worden in pakjes van vijftig verdeeld en naar
den hoofdopzichter van de werkplaats gebracht, om gekeurd te worden;
want de eer der fabriek is ermede gemoeid, dat zij onberispelijk
worden afgeleverd.
De man, die de sigaren moet schiften naar de kleur, de grootte en
de kwaliteit, heeft geen gemakkelijke taak. Hij wordt _escogida_
genoemd, en moet buitengewoon bedreven zijn in zijn vak. Ik hoorde
dat de donkere sigaren, in tinten van zwartbruin, roodbruin,
groenachtig bruin en rood, bestemd zijn voor de rookers van Cuba,
Zuid-Amerika en Spanje; de lichtere, zuiver bruin, met tinten die
naar het geel en groen zweemen, zijn het meest gewild in Amerika,
Engeland en Duitschland; naar Frankrijk worden eveneens lichtgekleurde
gezonden, maar met bruinachtig gelen tint. Verder worden de sigaren
onderscheiden in vier soorten: _seco_, _jugoso_, _pajiso_ en _brillo_;
in zestig verschillende grootten tot die van 25 c.M. lengte, die
Herculesknodsen worden genoemd; en in zestig formaten, waaraan nog
gedurig nieuwe varieteiten worden toegevoegd.
Elf zagerijen leveren de lichte cederhouten kistjes, waarin de sigaren,
soms bij vijven en tienen; doch meestal bij vijf en twintig en vijftig
stuks worden verpakt. De grootste kisten met sigaren naar Engeland. In
Amerika is men gesteld op hermetisch gesloten kisten, doch dit middel
is niet voldoende om te beletten, dat dikwijls na zes maanden de
sigaren door de larf van een zeker insect worden doorboord. Ze zijn
in den regel prachtig versierd, in gekleurd papier met medaillons
gewikkeld, en voorzien van het fabrieksmerk. Ook op den binnenkant
van de deksels der doozen heeft de teekenaar zijn fantasie den vrijen
loop gelaten. Die bontgekleurde prentjes leveren aan zes drukkerijen
volop werk.
De vrouwen (_despalilladoras de tripas_) vormen de meerderheid onder
het fabriekspersoneel der sigarenfabrieken. Zij verdienen 3.25 fr. per
dag; de mannen (_torcedores de capas_) van tien tot vijf en twintig
francs. De bekwaamste werklieden (_escogidores_) en de opzichters
verdienen 136 pesos of 680 francs per maand.
De voornaamste sigarenfabrieken van Havanna zijn, in alphabethische
orde genoemd, Aquila de Oro, Cabanas, Corona, Espanola, Flor de
Naves, Gener, Imperial, Intimidad, Partagas, Prominente. Veertien
fabrieken vormen het engelsche syndicaat Henry Clay, Bock en Co.,
die in vereeniging met andere syndicaten: Suarez Murias Co.,
L. Cabanas y Carvayal Co., Havana Commercial Co. de groote Havana
Cigar Company hebben opgericht. Gecombineerd met de Habana Tabaco
and Cigar Company is dit algemeene syndicaat een amerikaansche
trust geworden, met een kapitaal van 50 millioen dollars of 260
millioen francs, waarbij nog gevoegd moeten worden de kapitalen
van vijf andere amerikaansche trusts; n.l. 1. de Havana America of
Tampa and Key West Comp., die twaalf fabrieken in Florida bezit,
waar cubaansche tabak wordt verwerkt; 2. de American Tabaco Comp.,
die alle sigaren- en cigarettenfabrieken in de Vereenigde Staten
vertegenwoordigt; 3. de United Stores Company, die het monopolie
heeft van den détailverkoop van alle soorten van tabak in Amerika,
4. de Imperial Company, die de fabricatie en den verkoop der engelsche
producten heeft gemonopoliseerd, en ten slotte een vijfde, nog in
wording zijnde trust, die zich meer uitsluitend zal wijden aan den
verkoop van duitsche sigaren en egyptische cigaretten. Allen met
elkander vormen zij "The Consolidated Company of Tabaco, of New-York",
met een kapitaal van 280 millioen dollars.
Waar zulke machten aan het werk zijn, beantwoorden de uitkomsten aan
de meest hoopvolle verwachtingen. In 1904 zijn 563 653 centenaars
tabak uitgevoerd, een waarde vertegenwoordigend van 25 475 770 dollars.
End of Project Gutenberg's Zes maanden op Cuba--Havana, by Charles Berchon