jaren oud. Toen ik hem verliet, genoot hij nog schijnbaar eene
goede gezondheid en beraamde toekomstplannen, die voor zijn omgeving
werkelijk grootsch mochten heeten. Hij was voornemens naar Europa te
gaan en sprak af, mij in Parijs te ontmoeten. Eenige maanden na mijn
vertrek uit Egypte voelde hij zich ongesteld, en besloot te Vichy de
baden te gaan gebruiken voor zijne geschokte gezondheid. Eerst kwam de
onverwachte dood van een zijner broeders tusschenbeide, maar toch ging
hij dadelijk daarna naar Alexandrië, met het plan zich naar Frankrijk
te begeven, het oord, waar hij zijn krachten en zijn levenslust
hoopte te herwinnen. Een paar dagen voor hij zich zou inschepen,
had hij eenige vrienden bij zich ten eten gevraagd in Ramleh, bij
Alexandrië. Hij was gedurende den maaltijd opgeruimd, en ging vrij
vroeg ter rust. Den volgenden morgen vond men hem dood in zijn bed. Dat
plotselinge sterfgeval deed lieden, die niets aan eene natuurlijke
oorzaak kunnen toeschrijven in een land, waar zulke zonderlinge drama's
zich hebben afgespeeld, vermoeden, dat hier vergif in het spel was
geweest. Zijn overlijden was echter eenvoudig het gevolg van een kwaal,
waaraan hij reeds eenige jaren had geleden, en waarover hij dikwijls
klaagde, zonder zich echter daarom te ontzien. Het bericht trof
zijne familie als een donderslag en het geheele land droeg rouw over
hem. Men bracht het lijk naar Balianâ, volgens het egyptisch gebruik,
ook bij de Chineezen in zwang. Van Balianâ werden zijn stoffelijke
overblijfselen vervoerd naar Sjeikh-Marzoek, onder een grooten toeloop
van belangstellenden; al de dienaren der familie, ieder, wien hij
vriendelijkheid had bewezen, en ook zij, die hem enkel uit de verte
kenden, wilden hem de laatste eer bewijzen, en hem groeten bij zijn
dood, zooals zij hem zoo dikwijls bij zijn leven hadden gegroet. Het
was een prachtige begrafenis, met een plechtig geleide, tal van
rouwdragenden en blijken van oprechte droefheid zoowel als gehuicheld
smartvertoon; doch waartoe dit alles? Hij daalde neer in de graftombe
van zijn vader, waar reeds drie zijner broeders hem waren voorgegaan.
De achterblijvenden mochten wel zeggen na die laatste plechtigheid,
als eertijds de monniken van Sjenoedi, aan wie een kapel in de kerk van
Sjeikh-Marzoek is gewijd: "Waarlijk, de zuil, die ons huis schraagde,
is gevallen. Hij is voor altoos heengegaan, wiens sterke schouders het
gebouw van onzen rijkdom vermochten te dragen, wiens leven gekroond
was door een glorie, waarin wij deelden. Hij is voor altoos verdwenen,
en niemand keert ooit terug uit het land, waar hij is heengegaan".
De vreemdelingen verspreidden zich; zijn dienaren keerden tot
hun dienstbaarheid terug, en niets bleef over dan de diepe smart
zijner verwanten. Hij liet geen kinderen na. Zijn huwelijk was
kinderloos gebleven, wat in Egypte als de grootste aller rampen wordt
beschouwd. Gelukkig dat zijn neven, voor wie hij een groote genegenheid
koesterde en die hij geheel op de hoogte had gebracht van zijn zaken,
het beheer der suikerfabriek en de uitgebreide landbouwwerkzaamheden,
zijn taak van hem konden overnemen. Men spande alle krachten in,
om de groote leegte aan te vullen, door zijn dood veroorzaakt, en
elk lid der familie kreeg zijn scherp afgebakende taak te volvoeren.
Eenige dagen na de begrafenis, toen de grootste drukte was afgeloopen
en slechts de herinnering aan zijn plechtige uitvaart den nijd der
kwaadwilligen kon opwekken, had in Balianâ een ongepaste betooging
plaats. Het laagste gespuis, opgehitst door lieden, die zich op den
achtergrond hielden, vergaderde op een klein plein in de nabijheid
van het huis, dat de overledene had laten bouwen en bij zijn leven
had bewoond. Daar gaven zij hun blijdschap lucht door het zingen van
liederen, die in maar al te duidelijke bewoordingen verklaarden, dat
de tijd van voorspoed thans voor goed voorbij was en dat armoede en
verval de familie Botros wachtte.
De toekomst alleen zal ons leeren, of de fortuin den "Battarsi"
ook verder haar gunst zal blijven schenken.
End of Project Gutenberg's Een feudale familie in Egypte, by E. Amelineau.