I. Ik noem een oorzaak _adaequaat_[A31], wanneer hare uitwerking
helder en duidelijk uit haarzelf kan worden verklaard;
_inadaequaat_ of gedeeltelijk daarentegen noem ik een oorzaak,
welker uitwerking niet uitsluitend uit haarzelf verklaard kan
worden.
II. Ik zeg dat wij _handelen_, wanneer er iets in of buiten ons
gebeurt, waarvan wijzelf de adaequate oorzaak zijn, d.w.z. (_vlg.
de voorgaande Definitie_) wanneer er iets in of buiten ons uit
onzen aard voortvloeit, dat uitsluitend uit dien aard helder en
duidelijk kan worden verklaard. Daarentegen zeg ik dat wij
_lijden_, wanneer er iets in ons gebeurt of wanneer er iets uit
onzen aard voortvloeit, waarvan wijzelf slechts voor een deel
oorzaak zijn.
III. Onder _Aandoeningen_[A33] versta ik de inwerkingen op het
Lichaam, waardoor zijn vermogen tot handelen wordt vermeerderd of
verminderd, bevorderd of belemmerd. Tevens versta ik daaronder de
voorstellingen dier inwerkingen.
Wanneer wij dus zelf van een of andere aandoening de adaequate
oorzaak kunnen zijn, noem ik die aandoening een _handeling_, in
het andere geval een _lijding_.