Walid Ebn al Mogheira, of wel tegen Ommeyya Ebn Khalf geopenbaard
te zijn, die allen van lastering, vooral opzichtens den profeet,
beschuldigd werden (Al Zamakhshari, Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2301] Al-Hotama is een der namen van de hel of van eene harer
afdeelingen, aldus genaamd, omdat zij alles in stukken breekt, wat
daarin geworpen wordt.
[2302] Dit hoofdstuk heeft betrekking op de volgende omstandigheid:
Abraha Ebn al Sarah, bijgenaamd al Ashram (met den gespleten neus),
koning of onderkoning van Yemen, een EthiopiÎr van den Christelijken
Godsdienst, had te Sanaa een prachtige kerk gebouwd, en dwong de
Arabieren daarheen in bedevaart te gaan, in plaats van naar den
Caaba-tempel. De KoreÔshieten zonden daarop een man van den stam
van Kenanah des nachts naar de kerk welke hij op schandelijke
wijze ontheiligde. Abraha ondernam daarop een expeditie naar den
Caaba-tempel, ten einde die te verwoesten. Volgens de overlevering
verloor Abraha zijn geheel leger, dat door de vogels (ababils) werd
aangevallen, die doodelijke pijlen op hen schoten. Toen men Mekka
in het gezicht had, knielde de witte olifant, waarop Abraha reed,
neder, als een teeken van vereering. Abraha ontving den naam van den
meester, of van den man met den olifant; zijn leger, dat van de mannen
van den olifant, terwijl het jaar der expeditie, dat van den olifant
werd genoemd. C. Sprengel (Gesch. der Medizin) is van meening, dat de
genoemde vogels, niet anders waren dan pestbuilen en pokken. Von Hammer
(Gem‰ldesaal I. 24), beroept zich op eene der levensbeschrijvingen
van Mahomet, volgens welke de pokken zich juist in het jaar van den
olifant in ArabiÎ voor het eerst zouden hebben vertoond.
[2303] Sommigen brengen deze woorden met de volgende in verband, en
veronderstellen dat het aldus moet luiden: Laat hen den Heer van dit
huis dienen, voor de vereeniging, enz. Anderen brengen de woorden
met het voorafgaande hoofdstuk in verband, en leiden daaruit af,
dat God het leger van Abraha aldus verdelgde, ter vereeniging der
KoreÔshieten, enz.
[2304] Door hen van Abraha en zijn leger te verlossen, of door het
grondgebied van Mekka tot eene plaats van zekerheid te maken.
[2305] Volgens sommigen is de hier bedoelde persoon Aboe Jahl, die een
wees verstootte, wiens beschermer hij was, en die naakt tot hem kwam,
om hem eenigen bijstand van zijn eigen geld te verzoeken. Anderen
zeggen, dat Aboe Sofian of Walid Ebn al Mogheira was.
[2306] Sommigen denken echter, dat het te Medina werd geopenbaard.
[2307] Dit is de naam van eene rivier in het paradijs.
[2308] Die bij den pelgrimstocht in de vallei van al Mina moeten
geslacht worden.
[2309] Deze woorden werden geopenbaard tegen As Ebn Wayel, die bij den
dood van den zoon van Mahomet, al Kasem, den profeet Abtar (kinderloos)
noemde (Jallalo'ddin).
[2310] Men zegt, dat sommigen der KoreÔshieten eens aan Mahomet
voorstelden, dat, indien hij hunne goden gedurende een jaar zou
willen aanbidden, zij zijnen God gedurende dezelfde tijdruimte
zouden vereeren, waarop dit hoofdstuk werd geopenbaard (Jallalo'ddin,
Al Beid‚wi).
[2311] Zijnde: als God u over uwe vijanden zal doen heerschen en gij
de stad Mekka zult innemen.
[2312] Hetgeen in het negende jaar der Hedjira voorviel, toen Mahomet,
nadat hij zich van Mekka had meester gemaakt, de KoreÔshieten dwong,
zich aan hem te onderwerpen, waarop de overige Arabieren in grooten
getale tot hem kwamen, en den Islam beleden.
[2313] Aboe Lahab was de oom van Mahomet en tegelijkertijd een zijner
onverzoenlijkste vijanden. Sommige uitleggers doen opmerken, dat de
handen, de fortuin of de bezittingen beteekenen.
[2314] Voor het vuur der hel. Omm Djemil, de vrouw van Aboe
Lahab stookte namelijk den haat aan, dien haar echtgenoot Mahomet
toedroeg. Men zegt zelfs dat zij des nachts doornen en distels op
den weg van den profeet strooide (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2315] Dit hoofdstuk wordt door de Arabieren bijzonder vereerd. Volgens
eene overlevering zou Mahomet gezegd hebben, dat het met een derde
gedeelte van den geheelen Koran gelijk stond.
[2316] Dit Hoofdstuk en het volgende, worden elmoeawidhetani genoemd
of de twee beveiligende hoofdstukken, omdat zij met de woorden
ik zoek mijne toevlucht beginnen. Zij worden daarom als amuletten
gedragen. Dit Hoofdstuk beveiligt tegen de ongelukken des lichaams,
en het andere voor de gevaren der ziel.
[2317] Sommige uitleggers gelooven, dat men onder dezen naam de vrouwen
in het algemeen moet verstaan, die door hare listen de plannen en
besluiten der mannen verwarren. Anderen gelooven, dat hier de Joodsche
toovenaressen worden bedoeld, die knoopen maakten en daarop bliezen,
om iemand te betooveren. Men zegt dat Mahomet door een Jood werd
betooverd, die elf knoopen in een koord had gemaakt, welke hij in
een put ophing. De engel GabriÎl openbaarde daarop niet alleen het
geheim der betoovering, maar ook de beide hoofdstukken. Elken keer
dat hij deze hoofdstukken las, ging een der knoopen uit elkander,
en Mahomet genas.
[2318] Zijnde de duivel, die zich terugtrekt als een mensch God noemt,
of toevlucht tot zijne bescherming neemt.
[2319] Dit overzicht is een omwerking van het voor den tweeden druk
van deze Nederlandsche uitgave van den koran bewerkte overzicht door
Mr. F. A. de Graaff, oud-leeraar in de geschiedenis aan de H.B. School
te Haarlem. Het is samengesteld, niet naar de bronnen zelf, maar met
gebruikmaking der belangrijkste algemeene werken over de Turksche
geschiedenis. Daaronder zijn vooral te noemen:
J. von Hammer, Geschichte des Osmanischen Reiches (Pest, 1827-1835,
10 deelen).
J. W. Zinkeisen, Geschichte des Osmanischen Reiches in Europa, (in de
Geschichte der europ‰ischen Staaten, herausgegeben von A. H. L. Heeren
und F. A. Ukert, Hamburg, Perthes 1840-1863, 7 deelen).
N. Jorga, Geschichte des osmanischen Reiches (Gotha, Perthes, 1911;
4 deelen).
Voor een beknopt overzicht zijn aan te bevelen:
H. de la JonquiËre, Histoire de l'Empire ottoman (collection Duruy),
1881.
Stanley Lane-Poole, Turkey (in: the Story of the Nations, T. Fisher
Unwin, London, G. P. Putnam's sons, New-York, 1888).
Voor de 16e en 17e eeuw is van groot belang:
Leopold von Ranke, die Osmanen und die Spanische monarchie im 16 und
17 Jahrhundert (in: s‰mmtliche Werke, band 35 en 36, Leipzig, 1877).
[2320] Aldus genoemd naar een vroegeren aanvoerder Seldsjoek; zij
woonden in de buurt van Bokhara.
[2321] Op kaart no. 1, Zuid-Oost-Europa in ± 1350, vindt men dit rijk
aangegeven. Men lette er op, dat dit kaartje den toestand geeft in ±
1350; in het jaar 1350 zelf was de toestand op papier anders, omdat
toen juist een vrede gesloten werd, waarbij Doughan een groot deel
van zijne veroveringen aan den keizer moest afstaan, maar die vrede
is door Doughan niet erkend en niet ten uitvoer gelegd.
[2322] Sedert heet die plaats Sirf-Sindughi, d.i. nederlaag der
ServiÎrs.
[2323] In West-Europeesche talen verbasterd tot Tamerlan, van het
Perzische Timoer-Lenk, d.i. de hinkende Timoer; hij hinkte vanwege
een wonde, die hij in zijn jeugd door een pijl gekregen had.
[2324] De opsluiting in een ijzeren kooi en dergelijke verhalen
zijn legenden.
[2325] Op kaart n∞. 2, de uitbreiding van het Turksche rijk
(1353-1671), is het verschil tusschen vÛÛr en na 1402 duidelijk
gemaakt.
[2326] De verschillende phasen van den strijd tusschen Turkije en
VenetiÎ zijn om het overzicht van het geheel niet te belemmeren
op kaart no. 2 niet aangegeven, voorzoover de kust van DalmatiÎ en
AlbaniÎ betreft.
[2327] Het woord beteekent: slaven; het zijn menschen uit den Kaukasus
afkomstig.
[2328] In hetzelfde jaar erkende de republiek Ragusa de souvereiniteit
van den Turkschen sultan.
[2329] In dit jaar stierf het oude Moldavische vorstenhuis uit. Sedert
dien deed zich de invloed van Turkije er op dezelfde wijze gelden als
in Walachije: de boÔaren kozen telkens een nieuwen vorst (hospodar),
dien de sultan bevestigde. Schatplichtig was MoldaviÎ reeds sedert
1513 en in 1538 had SuleÔman in het kustgebied een Turksche provincie
gesticht.
[2330] Tunis is in 1569 door de Turken op de Spanjaarden heroverd;
het kasteel bij Tunis eerst in 1573.
[2331] Dit is eigenlijk het paleis van den groot-vizier, gelegen
buiten de poort van het paleis, dat de sultans te Stamboel vroeger
bewoonden; nu de groot-vizier van zooveel beteekenis werd, gaf men
aan de geheele Turksche regeering dikwijls den naam van zijn paleis.
[2332] Bij deze gelegenheid is het Parthenon, door de Turken als
kruitmagazijn gebruikt, grootendeels vernield.
[2333] Zie hiervoor kaart no. 3, waarop aangegeven is, wat Turkije
achtereenvolgens verloren heeft tot in onzen tijd toe.
[2334] Omdat deze landen zoo kort in Turksche handen geweest zijn,
zijn ze op de kaart niet als Turksch gebied aangewezen.
[2335] Dit gebeurde pas in 1779.
[2336] De inbezitneming van de republiek Ragusa, die nog altijd de
suzereiniteit der Porte heette te erkennen, ofschoon ze sedert 1718
geen schatting meer betaalde, door Napoleon (1806) ging geheel buiten
Turkije om. Na Napoleon's val kwam Ragusa aan Oostenrijk.
[2337] D.i. algemeene hervorming.
[2338] Van de beslommeringen, die deze oorlog in Europa bracht,
heeft Rusland gebruik gemaakt om de bepaling over de Zwarte Zee,
opgenomen in het verdrag van Parijs, in zoo verre te doen opheffen,
dat het nu wel arsenalen en oorlogsschepen in die zee mag onderhouden,
maar de Dardanellen blijven voor alle oorlogsschepen gesloten. Daartoe
is een conferentie te Londen bijeengekomen (1850).
[2339] De vorsten van ServiÎ en RoemeniÎ hadden, nu hunne landen
geheel onafhankelijk geworden waren, den koningstitel aangenomen.