van zijnen edelmoedigen arbeid. Maar reeds valt uw oog met welgevallen
op een gedenkteeken ter eere van den dichter JOANNES LE FRANCQ VAN
BERKHEY, wiens zoetvloeiende poëzie zoo dikwijls _Leidens_ roem
verheerlijkte en nog heden meer moest gekend en gewaardeerd worden, en
dan weder maakt die geest der poëzie zich van u meester, dat is uwe
verbeeldingskracht ontwaakt en voert u terug naar de dagen van weleer.
Die ledige ruimte wordt gevuld met eene knielende schare, waarop de
Heiligenbeelden, getint door de veelkleurige kerkglazen, goedkeurend
schijnen neder te zien. Het hoogaltaar straalt in den glans van het
aangebrachte waslicht en eene rij kanunniken mengt zijne stemmen in het
koor dat het »~Gloria in excelsis~" of het »~Dies irae, dies illa~" doet
klinken door de hooge gewelven; het laatste zeker niet het minst nu
van verre reeds de noodstorm brult--die den beeldstorm voorafgaat. De
beeldstorm. Zie, hij is gekomen met moker en houweel. De biddende schare
is uiteengestoven, de priesters zijn verdwenen, de lichten des altaars
gedoofd en in plaats van dat alles eene woeste schare die in luttel
uren vernielt, vergruizelt, neerhaalt, vertrapt, vernietigt wat jaren
kunstvlijts hebben in het leven geroepen. Dan ook dit tooneel gaat
voorbij. De orde is hersteld, het hoogaltaar verdwenen en de ledige
draagsteenen duiden nog slechts de plaats aan waar de Heiligenbeelden
gestaan hebben. En weder klinkt daar een kerkgezang; maar 't is niet
meer het plechtige lied in de Latijnsche taal door weinigen ~voor~ de
gemeente aangeheven--neen, het dankt aan de Dietsche sprake eene ruwe
kracht en klinkt tegelijk uit duizend monden, want het wordt gezongen
door al de vergaderden, zonder onderscheid van leeftijd of kunne. Zie
hen daar neergezeten, die kloeke poorters met den ernst des levens op
het gelaat, en wees er zeker van dat die handen, welke zich zoo gewillig
vouwen ten gebede, zich straks--mocht het noodig zijn--even krachtig
zullen klemmen om den greep van het zijdgeweer of de kolf van den
snaphaan. En weder .... maar reeds lang genoeg verwijlden wij te dezer
plaatse. Wij moeten verder en gaan door de Hooglandsche Kerkkoorsteeg
naar de Hooigracht, slaan linksaf, laten het kerkje der Bisschoppelijke
Klerezij, welks toegang wij hier zien, onbezocht, en bereiken spoedig
een hofje, »het Sint-Anna Aalmoezeniershuis", waar de portierster ons
gaarne in de gelegenheid stelt de kleine kapel, in 1492 gebouwd, met
het zich daarin bevindende altaar »ghewijt in die eer der heylighe
vrouwe sinte anna", het eenige dat in den beeldstorm gespaard bleef, te
bezichtigen. Zij vertoont u dan ook het kamertje en eenige voorwerpen
bij den laatsten pastoor in gebruik, die nu reeds ongeveer driehonderd
jaren tot zijne vaderen verzameld is, zoodat die zaken een zeer
eerbiedwaardigen ouderdom moeten hebben. Ik raad u echter, voor zooveel
deze niet in schilderijen, altaarsieraden en koperen kandelaars bestaan,
omzichtig te wezen bij uwe bewondering, aangezien het glas- en aardewerk
niets anders met den pastoor gemeens heeft dan dat het dienen moest om
het gebrokene te vervangen. Wij treden dus maar weer naar buiten waar
wij de Hooigracht ten einde, links, den nieuwen Rijn op-, het kerkgebouw
eener vrije gemeente voorbijgaan, en Middelste en Uiterste gracht
onbezocht latende op de Heerengrachtsbrug gekomen een blik slaan op het
rechts gelegen Utrechtsche veer, waar de stoomboot naar _Woerden_ juist
haar schril gefluit doet hooren en de Utrechtsche trekschuit spreekt van
een rustiger geslacht, dat dit middel van vervoer voor zijne behoeften
voldoende vond. Zoo een schuitenmijmering zou, onder de hand van een
DICKENS, iets belangwekkends kunnen verkrijgen, iets elegisch, dat als
maatgezang zou ruischen wanneer het water zachtkens kabbelt tegen het
kalm voortschrijdende vaartuig; maar voor zoo iets ontbreekt ons alweer
de tijd. Wij slaan dus linksom, de oostzijde der Heerengracht op en zijn
dus in het nieuwste gedeelte der stad, door de zesde vergrooting, in
1659, verkregen. De vijfde toch bracht het niet verder dan het aan de
westzijde gelegen huis, waar een gedenksteen in den gevel ons te lezen
geeft:
"Door gunst van God
"Staat hier het slot
"Van 't laatst vergrooten".
Aan onze zijde zien wij het »Oude mannen- en vrouwenhuis" in het jaar
1783 gesticht en zouden u ook het Minnehuis, eene dergelijke inrichting,
kunnen aanwijzen, indien wij de aan onze rechterhand gelegene vierde
Groenesteeg binnentraden, welker bewoners met »de Predikantsdochter" van
HEINE getuigen kunnen:
"Wir bekommen nur etwas zu sehen,
"Wenn sie jemanden begraben."
Daar ik u echter niet op eene begraafplaats rondleiden wil, gaan
wij die steeg voorbij, bereiken het Waardkerksplein en zien daar
de groote fabriek der Heeren DE HEYDER EN Co. die ook al »door 't
geweld der vlammen vernield" doch evenzeer »in beetren staat hersteld"
werd; echter niet door de »trouw der burgerij" maar door eenige
brandwaarborgmaatschappijen, die zulk eene trouw tegenwoordig overbodig
maken. Op datzelfde plein staat ook de nieuwe kerk van de Waard, in
de wandeling »de Loodskerk" genoemd, een hoogst eenvoudig Godsgebouw,
voor het meerendeel uit hout samengesteld, en in niets gelijkende
op de verwezenlijking van het plan, om daar ter plaatse eene groote
kerk met een »driehonderd Rijnlandsche voeten hoogen toren" te bouwen;
welk voornemen een begin van uitvoering ontving, toen het vierjarig
zoontje van Burgemeester JOHAN MEERMAN, op den 5en November 1663
er de eerste steen van leide. Er werd zelfs nog meer gedaan: de
Thesaurier-extra-ordinaris maakte een reisje naar Amsterdam om Noordsche
masten voor het heiwerk aan te koopen; doch hierbij bleef het dan ook.
De staatkundige verwikkelingen der volgende jaren gedoogden niet het
plan uit te voeren en de houten loods die wij voor ons zien was het vrij
mager surrogaat voor het schoone Godsgebouw, dat men zich gedroomd had.
Wanneer wij den blik naar de overzijde wenden, ontdekt gij het nederig
bedehuis eener Christelijk-Gereformeerde gemeente, die er, zonder
inmenging van staats- of stadsbestuur, vrij spoedig in slaagde zich eene
vergaderplaats tot godsdienstig doeleinde te verzekeren, welke hoewel
niet weelderig ingericht, althans uit steen is opgetrokken en aan de
eenvoudige eischen van den daarin uitgeoefend wordenden eeredienst
voldoet.
Vervolgen wij onzen weg, dan bereiken wij al spoedig de ter linkerzijde
gelegene Haven, waar een zeker getal stoombooten met verschillende
nummers ons de graden van »Volharding" tebinnenbrengen, welke de
Maatschappij van dien naam noodig had om _Gouda_, _Leiden_ en
tusschenliggende gemeenten eene geregelde stoom-communicatie te
verzekeren. Aan het einde dezer gracht verrijst, de in Dorischen stijl
gebouwde Zijlpoort, waarvan in 1667 de eerste steen gelegd werd, op
welks bovenlokaal een tijdt lang de Leidsche Rederijkers vergaderden,
waarna het in 1736 tot Armenschool werd ingericht. Nevens die poort zien
wij den toegang tot de begraafplaats der Catholieken, maar bezoeken
deze evenmin als wij dit de overige Godsakkers gedaan hebben. Wij gaan
dus eenige voetstappen terug en bereiken door de Korte Looierstraat,
de Verwersstraat, een tamelijk ruim plein, waar eenige nette
arbeiderswoningen staan door de Diaconie der Nederduitsche Hervormde
Gemeente voor minvermogenden gebouwd en tegen zeer matige huurprijzen
beschikbaar gesteld. Vervolgens komen wij weder op de Heerengracht, maar
op dat gedeelte 't welk den bijnaam van »Oude" draagt, omdat het geacht
wordt niet tot de vijfde of zesde--maar tot de vierde vergrooting der
stad te behooren, welke reeds in 1610 plaats had. Slaan wij vanhier een
blik op de tegenover ons gelegene Oude Vest en Ouden Cingel, dan zien
wij op den hoek der laatstgenoemde gracht en der Koolstraat een groot
gebouw, »de Zoutkeet" van de firma »WEYLAND en DE FREMERIJ", welke
aldaar korten tijd na de zooeven genoemden vierde vergrooting der
stad gesticht werd en zeker onder de meest belangrijke industrieele
ondernemingen mag gerekend worden. Achter haar ligt alweder eene
begraafplaats, die der minste klasse, wanneer men in het doodenrijk nog
van klassen mag gewagen. Wij laten beiden--evenals de daartegenover
gelegene bad- en zwemplaats--onbezocht, slaan eerst links- dan rechtsom
en komen op die wijze naar de Haarlemmerstraat, welke wij aan de
Donkersteeg hebben verlaten, om haar aan de Havenbrug weder te betreden.
Het Sint-Janshofje den 26en Juni 1504 opgericht en gesticht »ter Eere
Gods, van MARIA zijn gebenedijde moeder en van de twaalf apostelen"
onbezien latende, wijden wij onze aandacht aan eene andere stichting
bij welke insgelijks van dezelfde »gebenedijde" sprake is, namelijk de
Roomsch-Catholieke kerk aan »onze Lieve Vrouwe Hemelvaart" toegewijd,
in quasi-Gothischen stijl opgetrokken, en inwendig der bezichtiging
waardig, al ware het slechts om het beeldhouwwerk van VENEMAN, dat
daarin wordt aangetroffen en de fraaie beschildering (polychromie)
van het priesterkoor met het kostbare hoofdaltaar. Zij heet in den
mond des volks, nog steeds »de Monpeer", afgeleid van het Fransche
»Mon Père" en verkregen door het oude gebouw »de zon" genaamd, dat op
dezelfde plaats stond, waarin--gelijk VAN MIERIS ons mededeelt--een
Fransche ongeschoende Karmeliet den dienst als pastoor waarnam. Een
weinig verder staat weder een kerk, thans schoolgebouw voor eene
Roomsch-Catholieke onderwijs-inrichting. Gaan wij nu de daarnevens
gelegene Bakkerssteeg--ook Pelikaanstraat genoemd--in, dan wordt onze
aandacht ter linkerzijde getrokken door een groot gebouw dat zich
bijna van de Marendorps Achtergracht tot aan de Oude Vest uitstrekt:
eene bewaarschool voor kinderen derzelfde godsdienstgezindte, door
geestelijke zusters bestuurd. Op die (gedempte) achtergracht vindt gij
eene poort, thans mede tot dit gesticht behoorende en een bijzonder,
eenigszins vervallen woonhuis, beiden duidelijke sporen vertoonende van
een bouwtrant, welke aan vroegere eeuwen herinnert. Door wien en wanneer
het gesticht werd, boezemt ons voor het oogenblik minder belangstelling
in. Het is ons genoeg te weten dat het huis, waartoe ook de poort
behoorde, in 1574 bewoond werd door PIETER ADRIAANSZ. VERMEER, of
zooals hij meer bekend is VAN DER WERFF, _Leidens_ fieren burgemeester,
een van die krachtige heldengestalten onzer historie, welke het
begrijpelijk maken hoe het kleine handelsvolk zich, met goed gevolg,
tegen het machtig _Spanje_ kon verzetten, eene figuur die met JOHAN VAN
DER DOES en JAN VAN HOUT een drietal uitmaakt, dat bij het nageslacht
zal leven, zoolang _Nederland_ zich zijne groote mannen herinnert.
Zijn wij de kleine straat ten einde en, linksaf, de Oude Vest opgegaan,
dan trekt al spoedig »Meermansburg", een zeer deftig en aanzienlijk
hofje, onze aandacht. Gesticht door den Heer MAERTEN MEERMAN,
bewindhebber van de _Oost-Indische_ compagnie »ter kamere van _Delft_"
en zijne echtgenoote HELENA VERBURCH, op den grond van het vroegere
klooster Nazareth, dient het, volgens de bepalingen van den stichtbrief,
behalve voor den portier die gehuwd mag wezen, voor »eerbaere, nugtere
weduwen ofte vrouwspersonen, ten minste boven de veertigh jaeren oudt
sijnde, geen kinderen hebbende, ofte, dezelve hebbende, te moeten houden
t' eenemaal buyten laste van 't voorz. hofken" en is eene hoogstgezochte
verblijfplaats voor burgerjuffrouwen, wier middelen niet te ruim zijn
of althans geacht worden dat niet te wezen en die gaarne in eene
hoogstkalme omgeving hare laatste levensdagen slijten willen.
Men vergunne ons thans door de Bouwelouwesteeg weder de Haarlemmerstraat
te bereiken en aangezien wij dit niet kunnen doen zonder de
Marendorpsachtergracht over te steken, wijs ik u op het nieuwe
schoollokaal daar verrezen, dat alweder doet zien hoe onbekrompen alles
wat het openbaar onderwijs betreft hier geregeld wordt; terwijl ik op
die straat gekomen, linksaf gaande, mij haast weder de Bakkerssteeg
te bereiken, thans echter dat gedeelte 't welk naar de Hooigracht
voert, waar ik u verzoek een blik te slaan op de tweede kerk der
Christelijk-Gereformeerden, hun Diaconiehuis en het hofje van
FRANÇOIS HOUTTIJN, om dan door de rechts gelegene Heerensteeg op
den Middelweg te komen, waar wij eerst de Remonstrantsche kerk, dan
het Evangelisch-Luthersch Wees- en Oudeliedenhuis, eindelijk het
Invalidenhuis aanschouwen. Van het laatste zullen wij ons echter een
beter denkbeeld kunnen maken, indien wij--gelijk we dan ook doen--ons
door de Koppenhinksteeg naar den Ouden Rijn begeven, rechtsafgaan en den
blik vestigen op het ruime met hoog geboomte beplante plein, waar wij
op de daar geplaatste banken eenige grijze verdedigers des vaderlands
zien neergezeten. Zij zijn, gelijk we aan hunne bewegingen meenen te
bemerken, in een levendig gesprek gewikkeld. Spreken zij over de dagen
vanouds, toen zij onder de vanen van den algemeen beminden WILLEM II ten
strijde togen op de velden van Waterloo of lauwren gaarden bij _Hasselt_
en _Leuven_ of geldt wellicht hunne conversatie de gewichtige vraag of
de kok genoegzame zorgen heeft gewijd aan den reusachtigen soepketel?
Wij weten het niet; maar zooveel is zeker dat zij veel gezien, veel
gedaan, veel ondervonden hebben, dat zij het vaderland trouw dienden en
een onweersproken recht bezitten op de eervolle rust, welke hun hier
verleend wordt; zoodat wij, hen ziende, instemmen met het woord van
onzen JACOB VAN LENNEP:
"Het vaderland vergeet die braven niet!"
Weder een eindweegs verder zien wij een gebouw, dat, bekend onder
den naam van »Huiszittenhuis" de zetel is der Diaconie van het
Nederduitsch-Hervormd kerkgenootschap en tevens als armbakkerij gebruikt
wordt. Ruim het vierde eener eeuw geleden was het een twistappel
tusschen de Stedelijke regeering en den Kerkeraad. Thans is de veete
daardoor ontstaan, en door eenige eerzuchtigen op treurige wijze gevoed,
naar het gebied der historie verwezen, en is er, welke quaestiën ook aan
de orde gesteld worden, althans van de befaamde »huiszittenhuisquaestie"
geene sprake meer.
Zoo pratende zijn wij de Vischbrug weder genaderd en voeren wij u langs
Aal-, Bloem- en Boommarkt, over de Borstelbrug, door de Paardensteeg,
over de Blauwpoortsbrug en Steenstraat, weder naar den Heerenweg, welke
eigenlijk de Stationsweg heeten moest; natuurlijk met het doel om u
naar de plek te geleiden, vanwaar wij het genoegen hadden u te komen
afhalen. Daar de trein nog lang niet in het gezicht en het aan zoo'n
station gewoonlijk vrij saai en vervelend is, noodig ik u uit eenige
oogenblikken met mij dat Zomerzorg binnen te treden, waar wij zoo straks
voorbijgingen.
Gij zult u voorzeker dat bezoek niet beklagen, hetzij ge u nederzet
onder het geboomte en den blik slaat op die inderdaad keurige
bloemperken en op dien vijver door den zonneglans verzilverd en met
goudschubbige visschen als bezaaid; hetzij gij de zaal beschouwt, waarin
_Leidens_ ~beau monde~ de vlucht neemt, wanneer het zomerweder maar niet
wil toegeven dat DUNKLER of VÖLLMAR juist in de open lucht de gaven van
hun muziekcorps moeten tentoonstellen, hetzij gij u begeeft naar de
achterzijde en, neergezeten op de eenvoudige houten bank het oog laat
weiden over een echt Hollandsch landschap,--steeds zult gij moeten
toegeven, dat Zomerzorg met zijne vriendelijke wandeldreven ook in
uw oog den goeden dunk rechtvaardigt, dien stadgenoot en vreemdeling
daarvan koesteren; dat het, welke plaatsen van vereeniging en genot
er ook in en om _Leiden_ verrijzen mogen, eene geheel eigenaardige
aantrekkelijkheid bezit, die het in den strijd met deze de overwinning
verzekeren--althans geene nederlaag berokkenen zal.
Maar reeds klinkt de schel ten teeken dat de trein in het gezicht is.
Ik bid u, schrik niet op en haast u maar niet!
Men waarschuwt hier bijtijds, dat wil zeggen vroeg genoeg voor lieden
die aan langdurig afscheidnemen gewoon zijn.
En daar wij niet tot die soort behooren kunnen wij doodbedaard
opwandelen naar het Station.
Zie zoo, we zijn er. De locomotief vertraagt hare vaart, het geratel
houdt stil.
»_Leiden_, Heeren!" klinkt het vele malen uit den mond der conducteurs
en de reizigers komen een voor een uit de deurtjes der rijtuigen.
Het is tijd in te stappen. Een handdruk nog door het portier en gij
verlaat mij.
Hebt gij u nog al geamuseerd, mijn waarde tochtgenoot; hebt gij u
althans niet verveeld?
Het antwoord gaat verloren in het krijschend schel gefluit van het
snuivende en kokende monster, dat zich in beweging stelt; en voordat ik
mijne vraag kan herhalen glijdt de wagen voort.
Hoe het ook zij, God zegene u! Vaarwel!
AANWIJZING DER OPENBARE GEBOUWEN EN INRICHTINGEN.
No. op den Blz. van
plattegrond. dit werkje.
1 Stadhuis.--_Breêstraat 98._ 13
1 Bureau van Politie.--_Breêstraat 98._ 13
2 Burcht.--_Burgsteeg 14._ 34
3 Stads-gehoorzaal.--_Breêstraat 62._ 11
4 Schouwburg.--_Oude vest 43._ 32
5 Huis van arrest, genaamd
's-Gravenstein.--_Pieterskerkplein 6._ 20 en 22
Huis van Militaire Detentie en Militaire
strafgevangenis.--_Singel tusschen de Morsch- en
Rijnsburgschepoortsbruggen._ --
5_a_ Arrondissements-rechtbank.--_Rapenburg 19._ 24
5_a_ Kantongerecht.--_Rapenburg 19._ 24
6 Stedelijke werk-inrichting.--_Vrouwenkamp 12._ 1
7 Postkantoor.--_Breêstraat 44._ 11
7_a_ Kantoor van de rijks-telegraaf.--_Aalmarkt 7._ 29
8 Gemeenlands-huis van Rijnland.--_Breêstraat 59._ 11
9 Stads-bank-van-leening.--_Nieuwsteeg 6._ 17
10 Korenbeurs.--_Nieuwen rijn._ 34
11 Waag en boterhuis.--_Aalmarkt 21._ 28
12 Stads-timmerwerf.--_Galgewater 22._ 9
Stedelijke gasfabriek.--_Vestwal bij de Marepoortsbrug._ 31
13 Stedelijk museum van schilderijen en oudheden.--_Ouden
Singel 32._ 30
14 Fontein.--_Vischmarkt._ 28
15 Kruittoren.--_Vestwal bij de Koepoortsbrug._ 27
16 Hervormden weeshuis.--_Hooglandsche kerkgracht 17._ 36
17 Roomschen wees- en oudeliedenhuis.--_St.-Jacobsgracht 1._ 27
Gesticht der Voorzienigheid.--_Hoogewoerd 57._ 27
18 Lutherschen wees- en oudeliedenhuis.--_Middelweg 38._ 42
19 Walschen wees- en oudeliedenhuis.--_Pieterskerkhof 40._ 17
20 Christelijk Gereformeerden diaconiehuis.--_Hooigracht 97._ 42
21 Oude mannen- en vrouwenhuis.--_Heerengracht 35._ 39
22 Minnehuis.--_Kaarsenmakersstraat 7._ 39
23 Huiszittenhuis.--_Ouden rijn 44._ 43
23 Armbakkerij.--_Ouden rijn 44._ 43
24 Gymnasium.--_Lokhorststraat 16._ 43
24_a_ Hoogere Burgerschool met vijfjarigen
cursus.--_Pieterskerkgracht 13._ 23
24_a_ Genootschap Mathesis Scientiarum
Genitrix.--_Pieterskerkgracht 13._ 23
Schilder- en teekenacademie.--_Pieterskerkgracht 9._ 23
25 Gemeenteschool.--_Boommarkt 1._ 9
26 Gemeenteschool.--_Aalmarkt 9._ 29
27 » » _Breêstraat 66._ --
27 Openbare teekenschool.--_Breêstraat 66._ 11
28 Gemeenteschool.--_Pieterskerkstraat 5._ --
28_a_ » » _Oude vest 35._ --
29 » » _Haverstraat 49._ --
30 » » _Binnenvestgracht aan het plantsoen 48._ --
31 » » _Brandewijnsteeg 2._ --
31_a_ » » _Marendorps-achtergracht 72._ 42
32 Openbare bewaarschool.--_Groenesteeg 97._ --
32_a_ » » _Marendorps-achtergracht 100._ --
33 Bijzondere school.--_Haarlemmerstraat 240._ --
33_a_ » » _Bakkersteeg 1._ --
33_a_ Inrichting van liefdadigheid voor de
Roomsch-Cathol.--_Marendorps-achtergracht 96._ 41
34 Bijzondere school.--_Haarlemmerstraat 93._ --
35 » » _Hoogewoerd 41._ --
36 » » _Uiterste gracht 132._ --
» » _Pieterskerkgracht 9._ 23
36_a_ Gymnastiekschool.--_Pieterskerkgracht 7._ 23
37 Pieterskerk.--_Pieterskerkplein 23._ 17-19
38 Hooglandsche of St.-Pancras-kerk.--_Hooglandschekerkgracht
52._ 37
39 Mare-kerk.--_Mare 14._ 32
40 Waard- of Ooster-kerk.--_Langestraat 73._ 40
41 Armen-kerk.--_Korte Langegracht 57._ 32
42 St.-Petrus-kerk.--_Langebrug 56._ 17
43 St.-Ludovicus-kerk.--_Steenschuur 19._ 16
44 St.-Maria-kerk.--_Haarlemmerstraat 262._ 41
45 L. Vrouwe-kerk.--_Haarlemmerstraat 110._ 33
46 Christ. Gereformeerden kerk.--_Hooigracht 99._ 42
47 Christ. Gereformeerden kerk.--_Heerengracht 70._ 40
47_a_ Kerk der Geref. gemeente.--_Nieuwen Rijn 76._ 39
48 Evangelisch-Lutherschen kerk.--_Hooglandschekerkgracht 26._ 37
49 Israëlitische synagoge.--_Levendaal 16._ 28
Vereeniging voor christelijke belangen.--_Noordeinde 38._ 24
50 Walschen kerk.--_Breêstraat 64._ 11
51 Remonstrantschen kerk.--_Middelweg 26._ 42
52 Doopsgezinden kerk.--_Pieterskerkstraat 1._ 28
53 Oud-Catholieken kerk.--_Hooigracht 27._ 39
53_a_ Gebouw der Vrijmetselaars-loge La Vertu.--_Steenschuur 4_
en _6_. 16
54 Academie.--_Rapenburg 73._ 25
54_a_ Rijks-instelling voor de Ind. taal-, land- en
volkenkunde.--_Kloksteeg 23_ en _25_. 20
55 Hortus of plantentuin.--_Rapenburg 73._ 25
56 Kabinet van landbouw.--_Ruïne._ Ingang in de
_Nieuwsteeg 124._ 17
56 Scheikundig laboratorium.--_Ruïne._ Ingang in de
_Nieuwsteeg 124._ 17
56 Industrie-college.--_Ruïne._ Ingang in de _Nieuwsteeg 124._ 17
56 Anatomisch kabinet.--_Ruïne._ Ingang op het _Rapenburg 124._ 17
56 Kabinet van natuurkundige werktuigen.--_Ruïne._ Ingang op de
_Langebrug 124._ 17
57 Physiologisch laboratorium.--_Ruïne._ Ingang in de
_Zonneveldsteeg 18._ 17
57_a_ Zoötomisch laboratorium.--_Cellebroêrsgracht._ 26
58 Academisch ziekenhuis.--_Vestwal bij de Morschpoort 32a._ 8
59 Academische bibliotheek.--_Rapenburg 72._ 21
60 Rijks museum van natuurlijke historie.--_Rapenburg 28._ 22
61 » » » oudheden.--_Breêstraat 18._ 10
61 Kabinet van munten en penningen.--_Boommarkt._ 10
62 's Rijks herbarium.--_Rapenburg 33._ 25
63 Kabinet van pleisterbeelden, gravures en
teekeningen.--_Rapenburg 71._ 25
64 Rijks Ethnographisch museum.--_Hoogewoerd 108._ 27
64 Japansche verzameling.--_In het Ethnographisch museum._ 27
65 Bibliotheek van Thysius.--_Rapenburg 25._ 24
66 Observatorium.--_Cellebroêrsgracht 57._ 26
67 Manége.--_Cellebroêrsgracht 13._ 26
68 Gebouw Tot nut van 't algemeen.--_Steenschuur 21._ 16
Sociëteit Amicitia.--_Breêstraat 86._ 12
Zomersociëteit Amicitia.--_Steenstraat bij de
Rijnsburgschepoortsbrug 2._ 8
Studenten-sociëteit Minerva.--_Breêstraat 50._ 11
68_a_ Nieuwe Sociëteit.--_Langebrug 58._ 16
Sociëteit Concordia.--_Hoogewoerd 6._ 28
Musis Sacrum.--_Plantsoen._ 27
Leesmuseum.--_Breêstraat, tegenover het Stadhuis 113._ 12
Bad- en zwemplaats.--_Vestwal bij de Heerepoortsbrug 1._ 41
Bad- en zweminrichting Rijnzicht.--_Morschweg._ 9
69 Cavalerie-kazerne (huzaren).--_Groenhazengracht 12._ 24
70 Artillerie-kazerne (veld-artillerie).--_Noordeinde 2._ 24
70_a_ Kweekschool voor zeevaart.--_Weddesteeg 4._ 24
71 Infanterie-kazerne (4e regiment).--_Galgstraat 64._ 9
72 Invalidenhuis.--_Middelweg 40._ 42
73 Infirmerie.--_Groenhazengracht 6._ 24
73_a_ Nieuwe Infirmerie.--_Hooge Morsch._ --
74 Meermans-burg.--_Oude Vest 159._ 42
75 Coninck's-hofje.--_Oude Vest 15._ 32
76 P. Gz. Speck's-hof.--_Pieterskerkhof 42._ 17
77 Jan Pesijn's-hof.--_Kloksteeg 21._ 19
78 Jan Michielsz.'s-hof.--_Pieterskerkstraat 10._ --
79 Gesticht voor weduwen uit het Zions-hof.--_Schoolsteeg 3._ --
80 Brouckhoven's-hof.--_Papenstraat 16._ 23
81 Eva van Hoogeveen's-hof.--_Doelensteeg 7._ 25
82 Pieter Loridan's-hof.--_Oude Varkenmarkt 1._ 24
83 St.-Salvator's-hof.--_Steenstraat 17._ 9
84 Jan De Later's-hof.--_Binnenvestgracht, bij de
Rijnsburgschepoortsbrug 13._ --
85 B. Wz. van Assendelft's-hof.--_Langegracht 49._ --
86 St.-Jan's-hof.--_Haarlemmerstraat 264._ 41
87 J. Wz. van Woudendorp's-hof.--_Brandewijnsteeg 17._ --
88 St.-Elisabeth's gasthuis-hof.--_Oude Vest 25._ 32
89 Convent van Tethrode of St.-Steven's-hof.--_Haarlemmerstraat
50._ --
90 Zions-hof.--_St. Joseph-steeg 4._ 33
91 St.-Anna-aalmoeshuis.--_Hooigracht 9._ 39
92 St.-Anna-hofje of Joost H. van
Duiveland's-poort.--_Zegersteeg 10._ 26
92 Catharina Jacobs Dr.-hof.--_Zegersteeg 17._ 26
93 Hofje genaamd François Houttijn.--_Hooigracht 81._ 42
94 Schachtenhof.--_Middelste gracht 27._ --
95 Charles Tevel's-hof, genaamd:
Thevelinck-hofken.--_Binnenvestgracht bij de
Hoogewoerds-poort 7._ 27
96 Bethlehem's-hof.--_Levendaal 111._ --
97 St.-Barbara's-hof.--_Levendaal 23._ --
98 Catharina Maartens Dr.-hof.--_Zijdgracht 26._ --
99 Barend van Namen's-hof.--_Kijfhoekstraat 12._ --
100 Samuel de Zee's-hof.--_Koepoortsgracht 16._ --
101 St.-Jacobs- of G. van Crayenbos'-hof.--_Koepoortsgracht 25._ --
102 Hofje van Jeruzalem.--_Cellebroêrsgracht 49._ 26
103 Bethaniën of Emaus-hof.--_Cellebroêrsgracht 43._ --
104 J. Frans van der Linden's-poort.--_Marendorps-achtergracht
50._ --
105 Hofje van den H. Geest of Cornelis Sprong's-hof.--_Rapenburg
135._ --
[Illustratie: {plattegrond}; LEIDEN._DE BREUK & SMITS._1874.]
#Bij de uitgevers dezes zijn mede verschenen:#
#~LEIDENS OMSTREKEN~#
WANDELEND GESCHETST,
#met eene zeer nauwkeurige kaart#.
Prijs: één gulden.
* * * * *
DE KAART AFZONDERLIJK,
#op groot papier#.
Prijs: zestig cents.
* * * * *
De Breuk & Smits'
#~ALGEMEEN ADRESBOEK~
VAN DE GEMEENTE LEIDEN.#
Prijs: één gulden en vijftig cents.
* * * * *
#~HUISNOMMER-BOEK~#
VAN DE GEMEENTE
~LEIDEN~.
#Naar de officiëele bescheiden gedrukt#.
Prijs: één gulden en vijftig cents.
* * * * *
#~DE POORT DER MANEGE~#
VAN DE GEMEENTE LEIDEN,
#voorheen het "Collegium Theologicum"#.
Prijs: vijftig cents.
* * * * *
#~MAGDALENA MOONS,~
het behoud van Leiden in 1574.#
Met aanteekeningen en bijlagen
DOOR
J. H. EICHMAN.
Prijs: negentig cents.
* * * * *
~EENE BLADZIJDE~
UIT HET VERHAAL
VAN
#LEIDENS BELEG EN ONTZET
in 1574#
toegelicht en verdedigd door
J. H. EICHMAN.
Prijs: vijfendertig cents.
* * * * *
#~HET BELEG EN ONTZET~#
DER STAD
#LEIDEN IN 1574.#
DOOR
~J. H. EICHMAN~.