Het bovenstaande derde hoofdstuk van commentaar legt uit het rusten in
het opperste Goede.
Ook voor deze verklaring geldt wat ik voor de nawoorden der vorige
hoofdstukken zeide. In stede van uitleggingen, d. i. breed
omschrijven van het idee in den hoofdtekst, zijn het eerder
toepassingen en toespelingen. Ik zal deze aanteekening voor de
hoofdstukken, die nog volgen, niet telkens weer maken, en nu
voortaan als bekend beschouwen.