HOOFDSTUK III.

1. De Shi King zegt: „Het koninklijke domein van duizend lí [57] is

daar waar het volk rust.”

Hiermede wordt bedoeld: „Ieder mensch en ding heeft een eigen

plaats waar hij moet rusten.”

2. De Shi King zegt: „Het zingende gele vogeltje rust op den hoek van

den heuvel.” De Meester zeide: „Als het rust weet het wáár te te

rusten. Kan het zijn, dat men een mensch is en niet gelijk aan het

vogeltje?”

3. De diepe en onbereikbare koning Wĕn! Hoe altijddurend en schitterend

vereerde hij zijne rustplaatsen! Als vorst rustte hij in

menschelijkheid. Als onderdaan rustte hij in reverentie. Als zoon

rustte hij in de Hiao (ouderlievendheid). Als vader rustte hij in

liefde. In den omgang met zijn onderdanen rustte hij in

waarheidlievendheid.

4. De Shi King zegt: „Ziet naar den kronkelenden loop van de Kʼie! O!

Hoe schoon en frisch zijn de groene bamboes! Hier is onze elegante en

welopgevoede prins! Zooals wij snijden, zooals wij (daarna) vijlen,

zooals wij beitelen, zooals wij (daarna) slijpen! Hoe waardig, hoe

streng! Hoe majestueus, hoe gedistingeerd! Onze elegante en

welopgevoede prins, wij zullen hem nooit vergeten!”—„Zooals wij

snijden, zooals wij (daarna) vijlen” beteekent het werk van leeren.

„Zooals wij beitelen, zooals wij (daarna) slijpen” beteekent het

verzorgen van zijn Zelf (zijn eigen karakter).

„Hoe waardig en streng!” beteekent indrukwekkend en imponeerend. „Hoe

majestueus! hoe gedistingeerd!” beteekent een met (eerbiedige)

ontzetting slaand gedrag. „Onze elegante en welopgevoede prins, wij

zullen hem nooit vergeten!” beteekent, dat als de Tao volmaakt is, en

de deugd tot haar uiterste volmaakt, het volk die niet kan vergeten.

De vergelijking van de rivier Kʼie (een zijtak van de rivier Wei in

N.-O. Honan) met een’ vorst, dunkt mij niet bizonder zuiver, al is

de bedoeling dat een koning, wiens gedrag in de goede richting

loopt, het rijk om zich heen vruchtbaar maakt, zooals de rivier dat

het land doet. De in dit nummer verheerlijkte vorst was hertog Woe

van Wei.

5. De Shi King zegt: „O! De vroegere koningen zijn niet vergeten!” (De

latere) vorsten en wijzen vereerden wat zij vereerden, volgden na en

hadden lief wat zij liefhadden. En het gewone volk verheugde zich in

datgene, waarin zij zich verheugden, en vaarden wel in dat, wat zij tot

hun welvaart hadden gedaan. Dit is, hoe de vroegere koningen na hunnen

dood niet werden vergeten.

Met de vroegere koningen, hierin verheerlijkt, worden bedoeld

koning Wĕn en zijn zoon, koning Woe, van Chow.

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 66 / 107 题