Mijn Meester, de filosoof Chʼing zegt: „De Ta Hiŏh is een nagelaten
boek van Confucius, en is de poort der deugd van de eerste leerlingen.
[54] Het is enkel te danken aan de bewaring van dit werk, dat wij nu de
orde kunnen zien in welke de Ouden studeerden; de Loen (Yü) en Mencius
komen hierná. Leerlingen moeten van hieruit hunne studie beginnen, en
dan is het te verwezenlijken, dat zij geen dwalingen maken.