HOOFDSTUK XV.

1. De Tao van den Kiün Tszʼ kan vergeleken worden met reizen. Men moet

stellig eerst het nabijë bereiken om tot het vèrafgelegene te komen.

Ook is het er mede als met het bestijgen van een hoogte. Men moet

stellig eerst het lage begaan om tot het hooge te komen.

2. De Shi King zegt: „De goede vereeniging met vrouw en kinderen is als

de muziek van harpen en luiten. Als er eendracht is onder broeders, is

de harmonie gelukkig en langdurig. Zóó behoort gij uwe familie te

regelen en te genieten van uwe vrouw en kinderen.

3. De Meester zeide: „En wat zullen uwe ouders dan rustig en gelukkig

zijn!”

In bovenstaande hoofdstukken ziet men, dat Confucius Tao aanwees in

de gewone verhoudingen der menschen. De Kiün Tszʼ, wetende dat de

Sing in hem is, zal, waar hij ook is, steeds Tao begaan, in

armoede, of rijkdom, of onder barbaren. Hij maakt zich zelf

„recht”. Dit recht, lett. vertaald, is hier het engelsche „right”,

goed, zooals het behoort, puur en rein als een rechtopgaande lijn.

Ook in de familie moet Tao begaan worden, en moet er dus Harmonie

zijn.

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 29 / 107 题