1. De Tao van den Kiün Tszʼ kan vergeleken worden met reizen. Men moet
stellig eerst het nabijë bereiken om tot het vèrafgelegene te komen.
Ook is het er mede als met het bestijgen van een hoogte. Men moet
stellig eerst het lage begaan om tot het hooge te komen.
2. De Shi King zegt: „De goede vereeniging met vrouw en kinderen is als
de muziek van harpen en luiten. Als er eendracht is onder broeders, is
de harmonie gelukkig en langdurig. Zóó behoort gij uwe familie te
regelen en te genieten van uwe vrouw en kinderen.
3. De Meester zeide: „En wat zullen uwe ouders dan rustig en gelukkig
zijn!”
In bovenstaande hoofdstukken ziet men, dat Confucius Tao aanwees in
de gewone verhoudingen der menschen. De Kiün Tszʼ, wetende dat de
Sing in hem is, zal, waar hij ook is, steeds Tao begaan, in
armoede, of rijkdom, of onder barbaren. Hij maakt zich zelf
„recht”. Dit recht, lett. vertaald, is hier het engelsche „right”,
goed, zooals het behoort, puur en rein als een rechtopgaande lijn.
Ook in de familie moet Tao begaan worden, en moet er dus Harmonie
zijn.