NAWOORD.

Dit twaalfde Hoofdstuk bevat de woorden van Tszʼ Szʼ, dienende om het

eerste te doen uitkomen en duidelijk te maken, namelijk „dat Tao niet

mag verlaten worden.”

In de acht hoofdstukken hieronder haalt hij door elkaar woorden van

Confucius aan, om het (verder) te illustreeren.

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 25 / 107 题