_Henri, Oompje, Cor._
_Cor_ (_een nog wel flinke, maar ietwat te veel opgemaakte vrouw uit het
volk van in de veertig, vrij zwaar gebouwd, met volle buste. Zij schijnt op
haar Zondags aangedaan, met wat erg bloemigen hoed, een paraplu en een
ouderwetsche reistasch. De deur, welke aanstond, heeft zij opengestooten en
komt nu wat hijgend, met opgestreken zeil binnen_). Hoe heb ik het nou! --
O, neem me niet kwalijk mijnheer Henri, maar de deur stond an -- (_tot
oompje_). Nou maar jij bent ook een lievert! (_weer tot Henri_). Daar zal
ik nou net op reis gaan, en hij loopt naar boven! Aardig moet ik zeggen --
héél aardig hoor -- !
_Oompje._ Mijn goeie mensch, ik was juist even naar boven geloopen, om me
voor te bereiden op het afscheid, hè (_met een knipoogje naar Henri,
terwijl Cor hem dreigt met haar vinger_).
_Henri._ En waarheen gaat de reis?
_Cor._ Ach, dat is niet voor pleizier mijnheer Henri -- naar mijn kind
natuurlijk hè, -- waarheen zou ik anders op reis gaan! Daar is altijd een
heele dag mee gemoeid, -- maar hij heeft het goed in 't gesticht -- de
stumper.
_Henri._ En gaat het nog niet beter?
_Cor._ Och dat wordt immers nooit beter, hè -- idioot blijft idioot -- dat
zeggen de heeren doktoren ook.
_Oompje._ Tja!
_Cor_ (_tot Oompje_). Doe jij nou maar niet of jij je er wat van aantrekt
-- al is het van je eigen!
_Oompje_ (_maakt schouderophalend een afwerend gebaar_).
_Cor._ 't Is me wat moois, zoo naar boven te loopen, net dat ik weg moet!
Over een uur gaat de trein al, godnogantoe -- en dat zal je nou altijd
gebeuren als ik er heen moet, hè; als het op het nippertje loopt, is ie
nooit te vinden. Een fatsoenlijk man brengt zijn vrouw naar de trein! En
biecht jij nou es op: -- wat had je hier boven nou op eens weer uit te
voeren, net dat ik weg moet, hè? 't Is hier bij mijnheer Henri niks gedaan
voor zoo'n oude snoeper als jij!
_Henri_ (_wuift afwerend geruststellend met de hand_).
_Oompje._ Me lieve mensch, ik had eenvoudig een nieuw doekie noodig
(_grinnikend over den rug van zijn hand wrijvend_) een nieuw velletje.
_Cor._ Ajasses, schei toch uit met je "nieuwe velletjes"! Als je zoo bent,
kan ik je eenvoudig niet uitstaan.
_Oompje._ Tja -- het was anders voor jou, melieve: -- ik zou toch nog zoo
graag es een nieuw koppie van je maken.
_Cor._ Hoor nou zoo'n ouwe slampamper! Hij houdt me weer rejaal voor de gek
-- o, 't is zoo'n rakkert! (_oompje bij zijn mouw vattend_). Nou maar zeg
es ouwe heer -- nou gaan we subiet naar beneden hoor.
_Henri._ -- -- Nou, wat de oogen aangaat (_half tegen oompje, half tegen
Cor_) -- ze heeft nog een paar mooie oogen.
_Cor_ (_oompjes mouw weer loslatend_). O zoo! mijnheer Henri, mijn oogen...
_Oompje._ Tja -- maar voor naakt model -- dat gaat toch niet meer.
_Cor._ Hoor hem! -- hoor dat nou! (_zij slaat zich op de gespannen buste_).
Daar kunnen die jonge brutale krengen van tegenwoordig niet tegenop, hoor
-- die platvisschen! Dat mag nog gezien worden, mijnheer Henri! En dat
wisten de heeren aan de Academie vroeger ook wel: -- ze hadden mij er o zoo
graag gehad voor naakt model, -- maar ik wou niet hè -- altijd particulier
model bij de jongens geweest -- en altijd in alle eer en deugd, hoor.
_Henri_ (_voor zich heen_). De uitzonderingen daargelaten.
_Cor_ (_hem maar half verstaande, dreigt hem met den vinger_). Ja, gelooft
u dat maar niet, mijnheer Henri! In ónzen tijd, toen was het nog een mooi
vak, in ónzen tijd toen was het nog "echt", hè, -- maar tegenwoordig halen
de jongens maar alles van de straat -- van die meiden, die niet eens een
dramatische stand kunnen houden -- -- afijn, ik trek me van de heele
beweging niks meer an, hoor. Maar hij -- ! -- zoo'n oude snoeper, hè --
wilt u wel gelooven, dat ie nog wel es graag de kat in 't donker zou willen
knijpen? (_oompje weer bij den mouw vattend_). Zult u vandaag een oogje op
hem houden, mijnheer Henri?
_Henri._ Dat beloof ik.
_Cor_ (_oompje aan zijn sik trekkend_). Ga je mee, ouwe doordraaier?
_Oompje_ (_zijn arm om haar heenslaande_). Precies! -- zoo'n snoepertje --
en nog zoo elegant! -- (_zij gaan samen, elkaar uitgeleidend, naar de deur,
waar oompje zich nog even tot Henri keert, met den vinger naar beneden
wijzend_). Dus -- ?
_Henri_ (_knikt lachend. Cor en oompje af_).