VERKLARINGEN

[1] blz. 5 _Palladas_: Epigram-dichter, die te Alexandrië leefde in

de 4e eeuw na Christus. Het epigram komt voor in de _Anthologie

Palatina_, een bekende codex. Feitelijk staat er in den

Griekschen tekst »bitter als gal«. (N. v. d. v.)

[2] blz. 7 _Espingole_, schrijft Mérimée: dat is een kort dik geweer

met wijd uitloopenden mond. (N. v. d. v.)

[3] blz. 8 De Andalusiërs halen bij de s den adem op en verwisselen

die in de uitspraak met de zachte ~c~ en de ~z~, die de

Spanjaarden uitspreken als de Engelsche ~th~. Alleen reeds aan

het woord _Senor_ kan men den Andalusiër herkennen.

[4] blz. 13 _Zorzico_: Baskische danswijs in 5/8 maat (N. v. d. v.)

[5] _De bevoorrechte provincies_ die bijzondere _fueros_ genieten,

d.w.z. Alava, Biscaye, Guipuzcoa, en een deel van Navarra.

Baskisch is de landtaal.

[6] blz. 21 _à l'obscure_, etc.: Mérimée cursieveert. Het citaat

is uit ~Le Cid~: cette obscure.... etc., acte IV, sc. 3

(N. v. d. v.)

[7] blz. 22 _Neveria_: Koffiehuis voorzien van een ijskelder, of

liever een bergplaats van sneeuw. In Spanje is er bijna geen dorp

of het heeft een _neveria_.

[8] _U is zeker een Engelschman_: In Spanje gaat ieder reiziger,

die geen stalen van katoen of zijde bij zich heeft, voor een

Engelschman door, _Inglesito_. Zoo is het ook in het Oosten.

Te Chalcis had ik de eer te worden aangemeld als een _Milordos

Frantzesos_.

[9] blz. 22 _la baji zeggen_: Waarzeggen.

[10] blz. 27 _Corregidor_: Commissaris van politie. (N. v. d. v.)

[11] _piécette_: zilveren munt in Spanje en Mexico gebruikt, ter

waarde van een franc ongeveer. (N. v. d. v.)

[12] blz. 28 In 1830 genoot de adel nog van dat voorrecht. Thans,

onder het constitutioneel stelsel, hebben de niet-adellijken het

recht op worging verkregen.

[13] _petit pendement_, enz.: Mérimée cursieveert. Het citaat is uit

Molière's _Monsieur de Pourceaugnac_, acte III, sc. 3. Dit citaat

is hier wel wat vreemd, omdat hij even te voren juist had gezegd

dat don José, als hidalgo, niet zou worden opgehangen, maar

geworgd. (N. v. d. v.)

[14] blz. 31 _Maquilas_: Met ijzer beslagen stokken van de Baskiërs.

[15] blz. 32 _Vier-en-twintig_: Magistraat belast met de politie en de

gemeente-administratie.

[16] _blauwe jurken_, enz.: De gewone kleedij van de boerinnen van

Navarra en de Baskische provincies.

[17] blz. 34 _drinkbakjes voor de vliegen_, enz.: _Pintar un javeque_:

een driemaster beschilderen. De meeste Spaansche driemasters

hebben den kant beschilderd met roode en witte ruiten.

[18] blz. 36 _baï, jaona_: Ja, mijnheer.

[19] _barratcea_: Omheinde ruimte, tuin.

[20] blz. 37 _jacques_: Dapperen, pochhanzen.

[21] _Ik stond dadelijk_, enz.: De geheele Spaansche ruiterij is met

lansen bewapend.

[22] blz. 39 _Alcala-brood_: Alcalà de los Panaderos, een vlek twee

mijlen van Sevilla, waar men heerlijke broodjes bakt. Men beweert

dat het water van Alcalà ze zoo lekker maakt en ze worden elken

dag bij massa naar Sevilla gebracht.

[23] blz. 41 _Agur laguna_: Dag, kameraad.

[24] _zag ik door het hek_, etc.: De meeste huizen van Sevilla hebben

een binnenplaats door overdekte galerijen omgeven. Men vertoeft

daar des zomers. Deze binnenplaats is bedekt met een zeil, dat

bij dag wordt nat gehouden en 's avonds weggenomen. De straatdeur

is bijna altijd open, en de gang, die naar de plaats leidt,

_zaguan_, is gesloten door een zeer sierlijk bewerkt ijzeren hek.

[25] blz. 42 _Morgen is weer een dag_: _Manana serà otro

dia._--Spaansch spreekwoord.

[26] _Een hond die_, etc.: Chuquel sos pirela, Cocal terela: Hond die

loopt, vindt een been.--Zigeuner spreekwoord.

[27] _yemas_: Gesuikerde dooiers.

[28] _turons_: Een soort van noga.

[29] blz. 43 _Koning don Pedro_, dien wij den _Wreede_ noemen en

dien Koningin Isabella la Catolica nooit anders noemde dan de

_Handhaver van het Recht_, hield er van 's avonds door de straten

van Sevilla te wandelen, avonturen zoekend als de Kalief

Haroun-al-Raschid.

Op zekeren avond kreeg hij twist, in een afgelegen straat, met

een man die een serenade gaf. Het kwam tot een gevecht en de

Koning doodde den verliefden ridder. Op het gekletter der degens

keek een oude vrouw uit het raam en belichtte het tooneel met

een lampje (_candilejo_), dat zij in de hand hield. Nu moet men

weten, dat Koning don Pedro, hoewel vlug en sterk, een zonderling

gebrek in zijn bouw had. Als hij liep kraakten zijn knieschijven

sterk. De oude vrouw herkende hem gemakkelijk aan dat gekraak.

Den volgenden morgen kwam de dienstdoende »Vier-en-Twintig« bij

den Koning rapport uitbrengen: »Sire, er is in den afgeloopen

nacht in die en die straat geduelleerd. Een der vechtenden is

gedood.--Hebt ge den moordenaar gevonden?--Ja, Sire.--Waarom is

hij niet al gestraft?--Sire, ik wacht uw bevelen.--Pas de wet

toe.«--Nu had de Koning kort te voren een besluit uitgevaardigd,

inhoudend dat iedere duellist zou worden onthoofd en dat zijn

hoofd zou te kijk blijven op de plaats van het gevecht. De

»Vier-en-Twintig« redde zich uit de moeilijkheid als man van

geest. Hij liet het hoofd van een standbeeld des Konings afzagen

en plaatste dat in een nis, midden in de straat die het tooneel

was geweest van het duel. De Koning en de Sevillanen vonden dat

best. De straat werd genoemd naar het lampje van de oude--de

eenige getuige van het avontuur.

Aldus de volkstraditie. Zuniga vertelt de geschiedenis een beetje

anders (zie _Annalen van Sevilla_, deel II, blz. 136). Hoe dit

zij, er bestaat te Sevilla nog een straat van de Candilejo en in

die straat een steenen buste, die men zegt de beeltenis van don

Pedro te zijn. Jammer maar dat die buste modern is. De oude was

zeer vergaan in de XVIIe eeuw en het toenmalige gemeentebestuur

liet die vervangen door die welke men er thans ziet.

[30] blz. 43 _Rom_, echtgenoot; _romi_, echtgenoote.

[31] _Calo_, vrouwelijk _calli_, meervoud _cales_. Woordelijk:

_zwart_--naam die de zigeuners elkaar in hun taal geven.

[32] blz. 44 _Je bent een echte kanarie_, etc.: De Spaansche

dragonders zijn in het geel gekleed.

[33] _Ik ben in wol etc._: Me dicas vriardâ de jorpoy, bus ne sino

braco.--Zigeuner spreekwoord.

[34] _majari_: De heilige--de heilige Maagd.

[35] _een weduwe met houten beenen etc._: De galg, die weduwe is van

den laatsten gehangene.

[36] blz. 45 _Laloro_: Het roode land.

[37] blz. 48 _een Vlaamsche van Rome etc._: _Flamenca de Roma_, in

de dieventaal zigeunerin. _Roma_ beteekent hier niet de eeuwige

stad, maar het volk der _Romi_, of der _gehuwde lieden_, zooals

de zigeuners zich noemen. Waarschijnlijk kwamen de eersten die

men in Spanje zag uit de Nederlanden, van daar hun naam

_Vlamingen_.

[38] _chufas_: Knolvormige wortel, waarvan men een vrij lekkeren drank

maakt.

[39] blz. 49 _rijst en stokvisch_: Het gewone voedsel van de Spaansche

soldaten.

[40] _Ustilar à pastesas_: handig stelen, zonder geweld wegnemen

(zakkenrollen).

[41] _minons_: Soort van vrijkorps.

[42] blz. 50 _Schurft_ etc.: _Sarapia sat pesquital ne punzava_.

[43] blz. 54 _O, de lillipendi_, etc.: De ezels die mij voor een dame

houden!

[44] blz. 55 _Kreeften_: Naam dien het volk in Spanje aan de

Engelschen geeft, om de kleur van hun uniform.

[45] blz. 56 naar _finibus terrae_: Naar de galeien, of wel naar alle

duivels.

[46] blz. 58 _Minchorrò_: »Mijn minnaar«, of liever »op wien ik

verliefd ben«.

[47] blz. 60 _en in sommige opzichten_, etc.: _Navarro fino_.

[48] _Je bent als de dwerg_, etc.: Or esorjié de or narsichislé, sin

chismar lachinguel--zigeuner spreekwoord. Het heldenfeit van een

dwerg is ver te spuwen.

[49] blz. 65 _Een rivier_, etc.: _Len sos sonsi abela, Pani o

reblendani terela._--Zigeuner spreekwoord.

[50] blz. 66 _de cocarde_: _La divisa_, een strik van linten, waarvan

de kleur de weiden aanwijst waar de stieren vandaan komen. Die

strik is met een haak vastgemaakt aan de huid van den stier en

het is het toppunt van galanterie die van het levende dier af te

rukken, om hem aan een vrouw aan te bieden.

[51] blz. 69 Men heeft Maria Padilla beschuldigd koning don Pedro te

hebben behekst. Volgens een volkstraditie had zij aan koningin

Blanche van Bourbon een gouden gordel geschonken, die de blikken

van den koning voortdurend tot zich trok en hem een levende slang

leek. Vandaar de afkeer dien hij de ongelukkige vorstin steeds

betoonde.

[52] blz. 71 _Calé_: Het is mij toegeschenen dat de Duitsche

Zigeuners, hoewel zij het woord _Calé_ heel goed begrijpen, niet

gaarne aldus worden genoemd. Onder elkander noemen zij zich

_Romané tchavé_.

[53] _Panurge_: Bij Mérimée is _naturellement les coups_

gecursieveerd. Panurge is een hoofdpersoon van Rabelais'

Pantarguel. (N. v. d. v.)

[54] _Casta quam nemo rogavit_: Kuisch is zij die door niemand begeerd

werd. (N. v. d. v.)

[55] blz. 78 _Les Mystères de Paris_: Indertijd beroemde roman van

Eugène Sue. (N. v. d. v.)

+---------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst |

| aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: op de nabijhetd van een beek. |

| C: op de nabijheid van een beek. |

| B: dit ik niet van schrik |

| C: dat ik niet van schrik |

| B: vragen?... Wanner u naar uw |

| C: vragen?... Wanneer u naar uw |

| B: verklaard. omdat ik heb gezegd, |

| C: verklaard, omdat ik heb gezegd, |

| B: betaal mijn schulden!, dat is de |

| C: betaal mijn schulden! dat is de |

| B: niet waar van daan had gehaald. |

| C: niet waar vandaan had gehaald. |

| B: ik tot haar. dan zal ik zeker |

| C: ik tot haar, dan zal ik zeker |

| B: ik was kramer. maar ik vertoonde |

| C: ik was kramer, maar ik vertoonde |

| B: scheen zeer vroolijk Wij krijgen |

| C: scheen zeer vroolijk. Wij krijgen |

| B: er dus heen?, zeide ik |

| C: er dus heen? zeide ik |

| B: zijde en, altijd dezelfde. lachte |

| C: zijde en, altijd dezelfde, lachte |

| B: me bent!--Nu goed. zeide zij, |

| C: me bent!--Nu goed, zeide zij, |

| B: zeide zij. laat ons gaan!--Ik |

| C: zeide zij, laat ons gaan!--Ik |

| B: Zeg mij, jonge man. hebt ge niets |

| C: Zeg mij, jonge man, hebt ge niets |

| B: quam nemo rogavit_[54] Wat |

| C: quam nemo rogavit_[54]. Wat |

| B: voor haar gast. zeide |

| C: voor haar gast, zeide |

| B: een sjerp. een mantille, die hij |

| C: een sjerp, een mantille, die hij |

| B: à pastesas_, handig stelen, |

| C: à pastesas_: handig stelen, |

| |

+---------------------------------------------+

Carmen(#34643) · 第 10 / 10 题