om daarna te besluiten met eenige toepasselyke beschouwingen, waaruit
misschien zou kunnen blyken:
dat het niet juist de vry-arbeiders zyn, die den Javaan zullen opleiden
tot vrywilligen arbeid.
Verleent my hiertoe ... neen, dit behoeft niet.
Vrye arbeid is wenschelyk. Staat me by, alle goede geesten van
kansel en balie! Helpt me met uw verrukkelyke bewysvoeringen en
lankzinnigheden, gy allen die ooit middel vondt om 'n mur-mitoyen te
begraven onder pleitredenen van zeven uren gaans!
Staat me ter-zy, redenaars in de afschaffings-genootschappen, die
'n heelend avend kunt vullen met het betoog dat het beter is nuchter
dan dronken te zyn! Helpt me, gy allen die de kunst verstaat veel
woorden te wyden aan weinig zaaks ... steunt me, redt me, staat me by!
Geeft me 'n adjektief by elk substantief.
Geeft me 'n bywoord by elk adjektief. En by elk werkwoord, 'n bywoord.
Blaast me lange volzinnen in 't oor, overal waar de korte te duidelyk
zouden wezen voor 't begrip.
Overlaadt my met uw nogtans, uw niettemins, uw hoezeers en uw
niettegenstaandighedens.
Geeft my de kracht om tot a te zeggen: o, gy eerste der vierentwintig
letteren! Het talent, om dertienmaal achtereen 't zelfde te betuigen
met andere woorden.
Gy vooral, van der Palm, gy vooral, sta me by! Gy die in uw diepzinnige
uitlegging der nog diepzinniger Schrift, den Volke hebt meêgedeeld
dat er onder 't woord "bedden" moest verstaan worden: groote bedden
en kleine bedden. [73]
Tot u vooral wend ik my, prins der preêkers, tot u wend ik my om
hulp. Want zie, ook ik ga eens 'n preek maken. Men wil dit zoo. Uw
voorbeeld richte my ... uw kracht sterke my ... uw geest beziele my
... dit hoop ik!
En gy die me hoort, vergeeft dat ik niet terstond my verheffen kan
tot de hoogte dergenen die levenslang zich toelegden op lankheid
en overbodigheid.
Bedenkt, bid ik u, dat ik my altyd bezig-hield met kort en goed te
zeggen wat er te zeggen viel, en dat men niet opeenmaal meester worden
kan in alle kunsten.
Ik begin tegen m'n gewoonte met 'n captatio benevolentiae: ik beken
schuld. Reeds veel vroeger had ik my moeten toeleggen op de nooit
genoeg te waardeeren handigheid, de waarheid vervelend te maken opdat
ze u zou aanstaan. Ja daarin beken ik schuld. Ik beloof beterschap
... en tot bewys: ziehier!