AAN TINE.

Vindt ge niet, dat het op 'n preek lykt, lieve? Op een preek met

deelen, onderdeelen, halve deelen en bydeelen. 't Zal zeker algemeen

bevallen.

Wat me dat schryven aan de Kiezers zwaar viel! Ik voel zooveel

vrees niet begrepen te worden! En toch is 't eenvoudig. Ja, juist

hierom! maar ik heb niets te vertellen dan eenvoudige dingen. Als

ik eens 'n systeem maakte? Later, later! Nu ben ik wat moe. Ik heb

nog altyd dat zonderlinge gevoel van leegte. Zou 't van de koffi

komen? Of van de maan ... die er niet is, want gister-avond was

't donker, toen ik wandelde met dien artist en zyn verloofde.

Nog altyd geen antwoord van den minister. Was m'n brief misschien

niet goed geschreven? 't Is wel mogelyk. Alles gaat me zoo slecht van

de hand, tegenwoordig. Daar hebt ge dien brief aan de Kiezers... wat

een draderig ding! 't Zal zeker bevallen. Begryp eens: ik ... deelen

en onderdeelen! Ik ben niet wèl, dit voel ik aan alles, maar wàt me

scheelt, weet ikzelf niet. Ik heb altyd die leegte in 't hart, alsof me

'n kies was getrokken op die plaats, en dit kan toch niet waar zyn.

En die stortvloed van allerlei brieven houdt aan. En m'n droomen! Dag,

beste Tine! Kunt ge 't nog wat uithouden? De minister zal wel

antwoorden ... schryf me hoe het gaat met de kinderen...

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 81 / 125 题