Mynheer! Een fatsoenlyk uitgever houdt zyn woord. Ik heb "minnebrieven"
geannonceerd.... het publiek heeft recht op "minnebrieven". Ik
was met u overeengekomen dat ge "minnebrieven" zoudt schryven, en
verwacht "minnebrieven". Het regent bestellingen op de aangekondigde
"minnebrieven". Ik verwacht dus kopy uwer "minnebrieven", en 't zou
me leed doen als ik u gerechtelyk moest dwingen tot het leveren der
door u aan my, en door my aan 't publiek toegezegde MINNEBRIEVEN."