AAN TINE.

Weer wat nieuws! Ge zult vreemd staan te kyken als ge dat hoort! Ze

leggen 't er op toe, me gek te maken, en dit is heel inkonsequent

van de velen die zoo lang reeds zeggen dat ik 't ben. Daar hoor ik

weer dat ik niet minnebrieven schryf maar ze laat drukken, en let wel

... dat ik ze drukken laat ten voordeele van 'n arm huisgezin! Voor

u, Max en Nonnie ... meent ge! Neen, neen, voor 'n onbekend gezin,

voor menschen wier naam ik niet weet, menschen die ik nooit gezien

heb! 't Idee is nieuw ... faire l'amour par charité! Hadt ge zooveel

fantasie verwacht in Publiek? Me dunkt ... ja, als Publiek zelf eens

'n roman schreef.

Ik heb ook lust om te schryven, maar romans niet. Ik wou graag dat

boek koopen van Money. Ik gis dat het besteld werk is voor rekening

van de firma Bato Saldig & Co. en vertrouw dat ik in de meeste punten

met dien Mr. Money eens kan wezen. Ik heb geen geld om 't boek te

koopen, maar uit de analyse die ik las in de Amsterdamsche Courant,

begryp ik heel goed hoe hy aantoont dat de Hollanders zoo veel halen

uit Indië, als maar eenigszins mogelyk is. Wat wil men meer? Il prêche

des convertis. Hy wint z'n pleit vóór hy begon. Maar ik vind dat die

firma zoo'n werk niet had hoeven te bestellen in 't Buitenland. 't

Ware goedkooper geweest daarover natelezen wat Multatuli schryft in

z'n boek over de veilingen:

Doch daar kwamen vreemdelingen uit het Westen, die zich heer maakten

van het land. Ze wenschten voordeel te doen met de vruchtbaarheid

van den bodem, en gelasten den bewoner, een gedeelte van z'n arbeid

en van z'n tyd toetewyden aan het voortbrengen van andere zaken, die

meer winst zouden afwerpen op de markten van Europa. Om den geringen

man hiertoe te bewegen was niet meer noodig dan 'n zeer eenvoudige

staatkunde. Hy gehoorzaamt z'n hoofden: men had dus slechts die

hoofden te winnen door hun 'n deel toetezeggen van de winst ... en

het gelukte volkomen.

Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in

Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van het

DOELTREFFENDE dezer staatkunde ...

Is 't te betreuren dat ze, na zulke hulde uit den mond van iemand,

die toch de Nederlanders niet schynt te vleien, nog Engelsche hulde

noodig hebben? De firma B. S. & Co. lykt wel 'n schryver, die nooit

genoeg wordt geprezen naar z'n zin. Ik spreek by ondervinding. En

nog zeggen ze dat ik ydel ben en hoogmoedig!

Het is puur om boos te worden op dien Engelschman, die daar zoo

geheel onbevoegd zich belast heeft met het pryzen van de godvreezende

Nederlanders. O, hadden ze 't my opgedragen! Holland staat ver

boven den lof van alle Money's! Wat kan zoo'n Money weten van al

de verdiensten ... neen, dit wordt 'n woordspeling. Maar om nu te

bewyzen hoe verkeerd men deed niet my te belasten met het blazen van

de trompet, ziehier.

Money spreekt:

"O, godzalige Nederlanders, m'n Engelsch hart is verliefd op uw

GESCHIKTHEID [26]. Waarmee zal ik u vergelyken? Hoe zal ik lucht

geven aan de bewondering die me ontengelst en ontmoneyt? Zyt ge als

de roos....

Cantique tout pur!

"Zyt ge als de roos ... neen dit gaat niet! Ge zyt als de trouwe

herder die z'n schaapjes scheert....

Ik: Ge VILT ze!

Money weer:

"Ge zyt als de dorstige reiziger, die water drinkt uit de vriendelyke

bron ...

Ik: Water? Reiziger? Drinken? Deugt niet! Dat drinken is ZUIGEN,

die reiziger is 'n VAMPIER, en dat water is BLOED!

Ge ziet, beste Tine, dat men verkeerd deed, lof te bestellen in

't buitenland. Men is schryver of men is 't niet, que diable! Er

zyn gedurig tentoonstellingen van nyverheid. Welnu, ik ben van plan

dien Engelschen trompetter op de eerste tentoonstelling eens te

laten hooren, hoe ik de trompet blaas! 't Zou my niet verwonderen,

als ik terstond bestellingen kreeg op m'n deuntjes, vooral daar er in

Engeland schaarste is aan lof over de manier van regeeren in Bengalen,

waar telkens hongersnood woedt... precies of 't in Lebak lag.

En zonder myn groot talent--dat wat te duur zou wezen voor de bekende

firma, die zuinig is in 't betalen van inlandsch fabrikaat--men had

veel eenvoudiger te-recht kunnen komen, en goedkooper, ja geheel

kosteloos! Laat ons zuiver redeneeren: wat begeert de Natie? Een

certificaat dat ze daar-ginder goed en voordeelig huishoudt. Welnu,

hiertoe behoeft geen letter op 't papier gezet te worden; al de

bewysstukken zyn in orde, en ik zal ze--kosteloos!--toonen aan Europa.

De zaak is heel eenvoudig. Wat bevolkingsstaten vóór en na 'n

hongersnood! En de konklusie? Het verlangd certificaat? Wel, dit kan

ieder zelf opmaken uit de eenvoudige cyfers.

Daar waren in 't jaar zóóveel, zooveel menschen.

Daar waren, een jaar later, zóóveel menschen.

't Verschil is gestorven.

Ze hadden geen ryst, omdat zy voor de firma B. S. & Co. koffi, suiker

en indigo moesten planten.

Die koffi, suiker en indigo is voordeelig verkocht voor rekening van

gezegde firma.

Ziehier hoe Multatuli 't zegt:

«Als men let op de ontzettende massa Javasche produkten, die in

Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van het

DOELTREFFENDE dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want

mocht iemand vragen, of de landbouwer zelf 'n belooning geniet,

evenredig met die uitkomst, dan moet ik hierop 'n ontkennend antwoord

geven. De Regeering verplicht hem, op zyn grond aan te kweeken wat

háár behaagt. Ze straft hem, als hy het aldus voortgebrachte verkoopt

aan wien het ook zy, buiten hààr, en zyzelf bepaalt den prys, dien

ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa,

door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog ... de

aanmoedigingsgelden van de hoofden bezwaren daarenboven den inkoopsprys

... en daar toch ten slotte de geheele handel winst afwerpen moet,

kan deze winst niet anders worden gevonden, dan doorjuist zóóveel

uittebetalen aan den Javaan, dat hy niet sterve van honger, hetgeen

de voortbrengende kracht der natie verminderen zou.

Ook aan de Europeesche beambten wordt 'n belooning uitbetaald in

evenredigheid met de opbrengst.

Wèl wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag ... wèl

wordt hy afgetrokken van z'n rystvelden ... wèl is hongersnood vaak

het gevolg van deze maatregelen ... doch vroolyk wapperen, te Batavia,

te Samarang, te Soerabaia, te Passaroean, te Bezoeki, te Probolingo,

te Patjitan, te Tjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen welke

beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.

Hongersnood? Op het ryke, vruchtbare Java, hongersnood? Ja, lezer, voor

weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger! Moeders

boden haar kinderen te-koop voor spyze! Moeders hebben hare kinderen

gegeten ...

Maar toen heeft zich het Moederland met die zaak bemoeid. In de

raadzalen der volksvertegenwoordiging is men daarover ontevreden

geweest, en de toenmalige Landvoogd heeft bevelen moeten geven, dat

men de uitbreiding der dusgenaamde Europesche-marktprodukten voortaan

niet weder zou voortzetten TOT HONGERSNOOD TOE....»

Die lieve vertegenwoordiging! NIET WEER TOT HONGERSNOOD TOE! Ik

verzeker u dat er na dien tyd inderdaad eenige Javanen in 't leven

zyn gebleven.

En andere certificaten! Sedert eenige jaren bemoeien zich velen met

Indie. Die "velen" kunnen onderscheiden worden in twee hoofdsoorten,

de Behouders en de Liberalen. Behouders zyn de personen die gaarne

zoo veel mogelyk voordeel trekken uit Indie. En liberaal noemt

men de zoodanigen die gaarne uit Indie voordeel trekken,.. zoo

veel mogelyk. Ziedaar 't verschil, dat zich oplost in treffende

gelykheid. Maar deze overeenstemming openbaart zich nog duidelyker in

de gelykluidendheid van de scheldwoorden, die ze elkaar naar 't hoofd

werpen. Welnu ze zyn beiden volkomen in hun recht. Het is volkomen

waar, wat de liberalen zeggen: de behouders zuigen Indie uit ... maar

even eerbiedwaardig is de oprechtheid, waarmee de Behouders de eer van

't uitzuigen toekennen aan de Liberalen.

Deze wederzydsche getuigenissen van goed gedrag had de firma aan Europa

kunnen voorleggen, en 't heele boek van dien fameuzen Mr. Money had

achterwege kunnen blyven.

Het eenige verschil misschien ligt hierin, dat de Behouders goedkoope

spoorwegen willen bouwen, en dat de Liberalen veel geld begeeren om

in-staat te wezen hun plaatsen te betalen op spoorwegen die met eigen

geld betaald, en dus duurder zyn.

Maar dit is van ondergeschikt belang. Als ik 'n keuze doen moest,

zou ik de zyde kiezen van 't Behoud, om deze redenen. Ten-eerste:

't een belet het ander niet. Men kan zeer goed spoorwegen bouwen van

gestolen geld, en bovendien zorgen dat de gepensioneerde residenten

tóch ryk zyn. Ten-andere: op goedkoop spoor kan ook ik meeryden, en

dit zou 't geval niet wezen, wanneer de Liberalen hun zin hadden. Ik

begryp dat de vry-arbeiders zeer dankbaar en tevreden zyn, maar wanneer

de firma B. S. & Co, haar rails betalen moest uit eigen middelen, zou

't me weinig helpen dat de Droogstoppels, Slymeringen, kontraktanten,

industrieelen, planters, of hoe ze allen heeten mogen, by-machte zyn

gebruik te maken van 'n vervoermiddel, dat dan te duur zou wezen voor

ieder ander, die geen fortuin had gemaakt in liberale koffi en tabak.

Ziedaar, waarom ik me voorloopig aansluit by de Behouders. Veel hecht

ik er evenwel niet aan. 't Zyn byzaken. In de hoofdzaak komt alles

hierop neer, dat Indie op 'n zeer voordeelige wyze geëxploiteerd wordt,

en dat Money onnoodig moeite deed.

Maar dit aansluiten by de party van Behoud, is van myn kant niet zóó

hartelyk, dat ik kans hebben zou door haar ontvangen te worden met wat

vriendschap. Integendeel. De Behouders obstineeren zich my aantezien

voor liberaal, even als de liberalen 't omgekeerde. Hiervan heb ik

veel verdriet, want nu word ik uitgescholden en belasterd door beide

partyen, en dit is te veel. Ik had maar te kiezen, ge weet het. Nu

ik niet gekozen heb....

Lieve hemel, zou er geen derde party te scheppen wezen? Een party

die eenvoudig de meening voorstond, dat men den Javaan niet moet

mishandelen? 't Is 'n excentriek idee, dit erken ik, doch zoodra

er weer 'n plaats open komt in die Tweede-Kamer, zal ik dat toch

eens beproeven. Maar, Tine, ik vrees dat ik niet slagen zal, omdat

ik geen systeem heb, en geen politieke beginselen, zoo-als ze 't

noemen wanneer iemand altyd stemt met dezelfde party, onverschillig

of hy de zaak die behandeld wordt goed vindt of niet. Ook zie ik

geen kans geleerdheid te plaatsen in myn beroep op de kiezers. Toch

zal ik m'n stuk maar terstond schryven, dan ben ik gereed zoodra 't

noodig wezen zal. Maar ik hoop dat ze my niet kiezen, want, verbeeld

u, dan zou ik al die redevoeringen moeten aanhooren over de wyze

waarop de Javaan behoort te worden uitgezogen! En wanneer ik daarby

meesmuilde, zou de voorzitter my tot de orde roepen, en klagen over

myn tuchteloosheid! Ik zou me moeten aanstellen als-of ik luisterde

naar 't spreken van den heer Duymaer van Twist, wanneer hy redeneert

over "Indische zaken" en "Vryen Arbeid". Want dit doet hy soms. Is

't niet komiek? Die Tweede-Kamer zou my 'n ware pynkamer wezen. Maar

als ze my kiezen, ga ik! Ge weet wat Luther zei? "Al waren er zooveel

Gouverneurs-Generaal als dakpannen, enz,"

Zie-hier wat ik in zoo'n geval schryven zou:

Brief aan de Kiezers van Nederland.

Kiezers! Ik heb u iets te zeggen dat zeer eenvoudig is, en dat

ge daarom wellicht niet terstond zult begrypen. Maar om 't u niet

al te moeielyk te maken, zal ik de zaak die ik u wil voorstellen,

behandelen van den oorsprong af. Ik beweer geenszins meer te weten

dan gy. Verwacht dus niets nieuws.

In den regel bemoeit gy u weinig met de publieke belangen. Laat ons

eens nagaan, of ge hieraan wèl doet.

Gy hebt behoefte aan orde, aan veiligheid. Ge betaalt vele personen om

in uwen naam die orde te handhaven, en die veiligheid te verzekeren. Ik

hoor u wel eens klagen over te hooge belastingen--en ik vind dat

gy gelyk hebt in die klachten--maar aan den anderen kant waardeert

ge niet genoeg het genot dat u ten-deel valt door de zekerheid van

personen en goederen. Alle menschelyke zaken zyn gebrekkig, en onder

die zaken is er misschien geene die moeielyker te zuiveren is van

gebreken, dan het bestuur eener maatschappy.

Het is evenwel, dunkt me, plicht te zorgen, dat dit bestuur zooveel

mogelyk nadere tot de volmaaktheid.

In zóóverre is het jammer, dat u door vele samenloopende omstandigheden

'n Regeering is te-beurt gevallen, die over het algemeen geenszins

onderdoet voor de Regeering der meeste andere volken. Gy bezit een

gepaste maat van vryheid. Geen dwingeland neemt u 't moeielyk verdiend,

of gemakkelyk gewonnen, geld af. Men zet u niet in de gevangenis,

zonder dat ge 't er naar maakt. Men dwingt u niet tot goddienen op 'n

manier die u niet aanstaat. Men roept uw kinderen niet van hun werk,

om ze noodeloos kunsten te leeren met 'n geweer ...

Ja, de militiewet bestaat nog, maar dit zal zoo niet blyven.

... hoe het zy, alles saamgenomen, hebt ge geen sterksprekende redenen

tot ontevredenheid, en hierdoor zyt ge onverschillig geworden voor

de openbare zaak.

Maar hebt gy u wel eens voorgesteld dat dit alles anders wezen

kon? Wanneer uw verbeelding te-kort schiet in deze voorstelling,

lees dan de geschiedenis na! En vèr behoeft ge niet te gaan. Ons

eigen land heeft by herhaling te doen gehad met slechte Regeeringen.

Ik geloof niet alles wat men zegt van Philips den tweede. Maar neem

eens de helft voor waar aan ... 'n derde ... 'n kleiner gedeelte

nog ... en stel u de vraag voor, hoe 't u smaken zou, als we weder

moesten geregeerd worden op 'n wyze als die welke hy zich veroorloofde.

Dit zoudt ge niet begeeren. Ik ook niet. En haasten wy ons hierby te

voegen, dat er voor 't terugkeeren van zulk wanbestuur geen gevaar is.

Wat stelde dien Philips in-staat ons arm landje te teisteren als hy

deed? Macht! De mogelykheid om eigen wil te stellen boven de wet. Of

wel: verkeerdheden in die wet. En, ten-laatste, maar vooral: gebrek

aan wetten.

Want ... wat niet verboden is, wordt als geoorloofd beschouwd. Wanneer

de Fransche koningen waren gebonden geweest door 'n bepaling "dat

niemand mag worden onttrokken aan zyn natuurlyken rechter," zouden zy

zich hebben moeten onthouden van 't genoegen, iemand die hun mishaagde

naar de Bastille te zenden alleen omdat hy hun mishaagde.

Nu geloof ik gaarne dat vele koningen ook zonder zulke wetten zich

zouden vermaken op andere wyze ... maar ik vind het toch geruster en

kalmer, dat men in zulke gevallen niet afhange van smaak.

Het zyn de wetten alzoo die ons beschermen tegen 'n misbruiken van het

gezag, dat men wel genoodzaakt is dezen en genen in handen te geven in

't algemeen belang.

Wie maken deze wetten? De koning laat ze, in zyn naam, aan het volk

voorstellen door z'n ministers. Keurt het volk de voorgestelde wet

goed, dan gaat ze dóór, en wordt van kracht.

Keurt het volk de wet niet goed, dan maken de ministers een nieuwe

wet ... of gaan naar de baden.

Het spreekt vanzelf dat zoo'n inrichting geheel ontbrak in den tyd

van Philips. Wanneer hy aan het volk gevraagd had, of 't genoegen nam

in al dat moorden en branden, in die geloofsvervolging, in 't betalen

van de vele zóóveelste penningen--ja, dat vooral!--dan had het volk

"neen" gezegd, en de hertog van Alva ware naar de baden gegaan, tot

groot relief van de 30.000 menschen die hy nu heeft laten ombrengen

in weinig jaren tyds. 't Was te veel, waarachtig!

Wetten kunnen dus nuttig zyn. Maar opdat ze 't niet alleen kunnen,

maar inderdaad zyn, behooren de wetten goed te wezen.

Het beoordeelen van de voorgestelde wetten is dus van groot gewicht,

en 'n volk dat zich daarmee weinig of niet bemoeit handelt verkeerd

en tegen z'n eigen belang.

Eigenlyk moet het verdrietig wezen voor 'n koning, die gedurig vraagt:

"vindt gy lieden die wet goed?" als hy telkens bemerkt dat het volk

zelf, in wiens belang die vraag geschiedt, niet eens de moeite neemt

zich met die zaken intelaten, en door verregaande onverschilligheid

toont onmondig te wezen.

Als de konklusie niet al te streng klonk, zou ik byna zeggen: zulk

'n volk verdiende dat Alva terugkeerde van de baden.

Deze onverschilligheid blykt evenwel gedurig uit de wyze waarop

gylieden u van uwen plicht kwyt, by de verkiezing der personen die u

tot het beoordeelen der voorgestelde wetten vertegenwoordigen ... of,

beter gezegd, in de wyze waarop gy u van dien plicht niet kwyt.

't Is reeds te betreuren dat men spreken moet van plicht, waar 't

geldt: de uitoefening van een recht.

Indien ge waart overgeleverd aan een despoot die eigen wil voor

recht liet gaan, zonder den wil des volks eenig aandeel te geven

in de beschikking over de algemeene zaak, zoudt ge luid roepen om

verlossing. Ge zoudt dien despoot vloeken, te wapen loopen, stryden

... en over eeuwen had 'n nieuw nageslacht nieuwe dapperheden te

bezingen van nieuwe voorvaderen.

Maar nu gy niet tot weerstand wordt gedrongen door geweldenary,

houdt ge u geheel buiten de zaken, als-of die u niet aangingen. Dit

is niet goed, Kiezers! M'n bedoeling is thans u opmerkzaam te maken op

eenige verkeerdheden, die eerlang zeer nadeelig op uw belangen zullen

werken, en u optewekken tot de meening dat men onvoorzichtig doet

het oordeel over die belangen op den duur overtelaten aan anderen,

zonder--of zonder voldoende--controle.

Het lydt geen twyfel dat de welvaart van Nederland voor 'n zeer

groot gedeelte afhankelyk is van de voordeelen die wy genieten uit

Indie. Zeer onlangs hebt gy in cyfers kunnen nalezen hoeveel gy naar

die gewesten uitvoert, en vooral hoeveel geldswaarde die bezittingen

produceeren, en op uwe markt aanvoeren [27]. En nog zyn deze cyfers

't voornaamste niet. De minder rechtstreeksche maar even zekere

voordeelen, die Indie aan Nederland verschaft, bedragen oneindig

meer. Staat my toe, dit als bekend te veronderstellen. Het is zoo vaak

betoogd--en nooit weersproken!--dat het me inderdaad verdrieten zou,

langer stil te staan by iets dat ieder weet.

Maar erkent dan ook dat het verlies van die voordeelen zeer noodlottig

zoude werken op uwe welvaart.

Erkent dan ook dat het van hoog belang is de Oost-Indische bezittingen

zóó te besturen, dat de kans van dat verlies gering zy.

Erkent alzoo dat ge onverstandig doet ... dat gy handelt tegen uw

eigene belangen, door zoo lauw te zyn omtrent de wyze waarop die

gewesten worden bestuurd.

Een groot gedeelte van uwe welvaart hebt ge te danken aan den arbeid

van den Javaan. Zonder dien arbeid immers, geen koffi, geen suiker,

geen reederyen met alles wat daarmee in-verband staat. Stelt u eens

voor--iets onmogelyks natuurlyk--'n onzinnig minister trachtte eene

wet te doen aannemen, die de strekking had de Javanen te behandelen,

zooals uw voorvaderen werden behandeld door Alva. Het gevolg zou

wezen dat die Javanen--niet zoo spoedig wel-is-waar, omdat ze zeer

geduldig zyn, maar in 't eind zéker toch--zouden opstaan, en het

Nederlandsch gezag afschudden. En hiertoe zouden zy geen tachtig

jaren behoeven, want ze zyn oneindig sterker in verhouding tot u,

dan uw voorouders waren tegen-over Spanje. Bovendien zouden zy hulp

ontvangen van buiten, daar er volken en regeeringen zyn, die nayver

voelen op uwe welvaart. En nog meer redenen bestaan er, die 't van

belang maken dat de Javaan u genegen zy, of althans niet volstrekt

vyandig gezind. Het Europeesch evenwicht zal eenmaal verbroken

worden ... neen, het zal meermalen verbroken worden, zoo-als alle

evenwichten. De taak der staatslieden is juist hierom zoo zwaar,

wyl de Natuur--dat is: alles!--voortdurend in beweging is. Stilstand

is onmogelyk. Het embleem der geheele schepping is 'n baskule ... en

de politiek maakt hierop geen uitzondering! Wat men evenwicht noemt,

is eigenlyk het streven naar evenwicht ... de gelykheid van de som der

beweging aan beide zyden van het midden der balans ... het sidderen van

den wyzer in het "huisje". Eénmaal slaat een der beide schalen neer.

Wie nu 't oog slaat op het gewapend parallelisme van de beide

hoofdmogendheden in Europa, zal inzien dat ook hier eenmaal--misschien

weldra--een der beide schalen zal nederslaan.

Er moet oorlog komen tusschen Frankryk en Engeland! En wie er aan

twyfelt, lette slechts op al de moeite die men zich van weerszyde

getroost, om te beletten dat er oorlog kome. Van beide kanten voelt

men zich gedurig genoopt de hand uittestrekken om de schaal te

stutten. Dit zou niet noodig wezen als het evenwicht natuurlyk ware,

in stede van kunstmatig en gekunsteld. De natuur is sterker dan de

kunst, sterker dan gekunsteldheid vooral.

En 't onmiddellyk gevolg eener vredebreuk? Ik zal 't u zeggen, zonder

te meenen alweer, dat ik u iets nieuws zeg.

Weet ge waar Engeland ligt naar het oordeel van den eersten

Napoleon?...

Engeland ligt in Indie.

En dat ook het hedendaagsche Frankryk met deze geographische kettery

behebt is, blykt uit de "verkenningen" die het doet op de--in dien zin:

Engelsche--kusten, door gedurig expeditiën te zenden naar China, Cochin

en Madagaskar. Door de gezantschappen naar het verre Oosten. Door

't uitlokken van tegenbezoeken ... zie de Siamsche ambassade.

Maar het zyn niet alleen verkenningen. Reeds voorlang zyn de handen

aan 't werk geslagen.

De doorgraving der landengte van Suez is voor den handel en de

scheepvaart of voordeelig of nadeelig. Deze doorgraving geschiedt onder

Franschen invloed. Indien ze nadeelig ware, zou zy niemand baten ... en

in geval van voordeel en nut, zou dat reuzenwerk slechts voordeelig

zyn voor de eigenaars van Indie, d.i. voor Engeland hoofdzakelyk,

en voor Nederland in de tweede plaats. Voorts zou dat voordeel--in

mindere mate, maar eenigszins altoos--genoten worden door den handel

van de noordelyke havens Hamburg en Bremen, enz. Maar niet, of althans

zeer weinig, zou die doorgraving baten aan Frankryk, een land dat

juist het minst met Indie in aanraking is.

Toch geschiedt de doorgraving onder Franschen invloed!

En omgekeerd, Engeland--de Staat die juist by dezen nieuwen handelsweg

het grootste belang hebben zou--verzet zich krachtig tegen die

doorgraving. Het beweert dat de kosten te hoog zyn om door tollen

te kunnen worden gedekt. Het laat door z'n bekwaamste ingenieurs

bewyzen, of ... betoogen, dat de heele zaak onmogelyk is--eilieve,

waartoe dan het verzet?--dat, al slaagt men in 't volbrengen van de

voorgestelde taak, evenwel het onderhoud te veel bezwaren opleveren

zal ... dat men gedurig zal te stryden hebben tegen verzanding. De

Engelsche ekonomisten berekenen, dat op 'n lading die uit Indië naar

Europa wordt overgevoerd om de Kaap de Goede Hoop, de rentekosten

van tydverlies, verhoogd met het verschil der premiën van verzekering

tegen zeegevaar, minder bedragen dan 't evenredig aandeel dat zoodanige

lading, langs den nieuwen weg vervoerd wordende, zou te dragen hebben

in de monsterachtige uitgaven voor 't graven en onderhouden van het

Egyptische kanaal.

Dit alles leidt nu tot de volgende vreemde konkluziën:

Frankryk besteedt geld en invloed, om 'n werk tot-stand te brengen

dat òf onnut is, òf voordeel zal geven aan z'n MEDEDINGER.

Engeland spant zich in om te voorkomen dat er Fransche kapitalen

verloren gaan in't bevorderen van Engelsche welvaart.

Had ik niet recht te zeggen dat die konkluziën vreemd zyn?

Het getal schepen dat uit de middellandsche zee op Indie vaart,

is niet noemenswaardig in vergelyking der koopvaardyvloot die thuis

behoort in de meer noordelyke havens van Europa ...

Nog eens: Frankryk brengt vriendschapsoffers aan Engeland, en Engeland

werkt met ongehoorde edelmoedigheid, deze belanglooze hulp tegen ...

Dit zou 'n combat de générosité zyn, 't geen zooveel zeggen wil als:

de geheele zaak is ongerymd en onmogelyk.

Hoe dàn! Ik zeide dat Frankryk de kusten peilde van het Engeland dat

in Indië ligt ... dat het reeds handen aan 't werk sloeg ...

Welnu, de doorgraving der landengte van Suez, nadeelig voor Frankryk

uit 'n oogpunt van HANDEL, is hierom van belang voor dit land, wyl

ze, UIT EEN STRATEGISCH OOGPUNT, Indië verbindt met Brest en Toulon,

wyl ze vergelykender-wys Indië verwydert van Southampton en Portsmouth.

Ik hoop, kiezers, dat dit u niet te eenvoudig zal schynen, maar, 't is

me onmogelyk u in deze zaak te onthalen op de minste ingewikkeldheid.

In Indie zal eenmaal de stryd gevoerd worden om de

wereldheerschappy. Het kanaal van Suez is de loopgraaf by 'n beleg

... geen trekvaart tot het vervoeren van koopwaren. Wel is dit het doel

later! Als de heirbaan heeft uitgediend, kan ze strekken tot gemak

van de reizigers ... die alsdan hun home zullen hebben te Marseille,

te Genua, te Livorno, te Venetie, te Alexandrie ... want Italie en

Egypte zyn in 't Program begrepen, zooals billyk is.

Nieuw? Volstrekt niet! De verandering waarop we ons moeten

vooorbereiden, is terugkeer tot 'n vroegeren, toestand die

natuurlyker was dan de tegenwoordige. Wanneer men het oog vestigt op

de wereldkaart, is 't inderdaad onnatuurlyk dat de Indische produkten,

voor 't grootste gedeelte, om centraal Europa te bereiken, hun weg

nemen over Londen, Hamburg of Amsterdam. Men zou onrechtvaardig

handelen, iemand euvel te duiden dat hy de havens der Middellandsche

zee voorstelde als genegen en geschikt om terug te keeren tot den

toestand dien ze vroeger innamen, en waaruit ze niet dan door zeer

buitengewone omstandigheden, verdrongen zyn. Maar men vindt dikwyls

vreemd wat natuurlyk is, en we zouden de eenvoudige waarheid met minder

inspanning vatten, wanneer we niet van jongs af te veel inspanning

ten-koste legden aan 't leeren, betoogen, over-eenbrengen vasthouden

van dingen die niet waar zyn.

Zoodra nu 't evenwicht wordt verbroken en de stryd alsdan gevoerd

zal worden op Indisch terrein, kunnen onze bezittingen niet gespaard

blyven. Geen der beide krygvoerende partyen zal de ryke hulpbronnen

versmaden, die Insulinde aanbiedt. Dáár zyn goede oorlogshavens. Dáár

is plaats en geschiktheid voor magazynen en hospitalen. Dáár zyn

te verkrygen alle levensbehoeften voor legers en vloten. Dáár

kan men werven aanleggen tot bouwen en herstellen. Dáár kan men

reeden, uitrusten, ademhalen. Dáár kan men fabrieken oprichten van

ammunitie. Dáár zyn hulptroepen ... dáár is ALLES!

Het is in 't belang van beide partyen, om òf Insulinde te nemen

voor zichzelf, òf--wat precies hetzelfde is--door bezetting het te

beschermen tegen de andere party. Dit laatste is meer gebeurd. En dat

we in 1816 Java van de Engelschen hebben teruggekregen, is te danken

aan 'n misverstand, onmogelyk voortaan door 't boek van Money. Vroeger

meende men dat Java 'n lastpost was, en thans weet ieder wat daar te

halen is.

Men droome nu niet van neutraliteit. Neutraliteit is 'n woord, niets

dan 'n woord, dat alleen kracht heeft zoolang de sterken voordeel zien

in de werkeloosheid der zwakken. "Neutraliteit!" is de onverstane kreet

van iemand die onder den voet is geraakt in 'n gedrang. Het beroep op

neutraliteit doet denken aan 'n pré-aux clercs die zich beklagen zou,

gebruikt te worden als vechtterrein. Neutraliteit van kleine staten

houdt op, zoodra de grootere--of één van de grootere--behoefte voelen

aan het tegendeel.

En Frankryk en Engeland zullen eerlang Insulinde noodig hebben! 't

Zal die vraag niet wezen, wie trachten zal het te nemen. De vraag

voor Nederland is: of 't goed is het te laten nemen, door wien ook?

Ik vertrouw dat ge volmondig neen zegt op deze vraag.

Nederlandsch-Indie zal dus verdedigd moeten worden.

Maar deze verdediging zal zeer zwaar vallen, ja onmogelyk wezen,

wanneer de inlandsche bevolking gemeene zaak maakt met de aanvallers

... of met de ongeroepen beschermers, wat kompleet hetzelfde is.

En 't behouden van de Indische bezittingen zal gemakkelyk wezen,

wanneer de bevolking ons steunt.

Van de stemming der bevolking hangt derhalve zeer veel af.

Deze stemming is 'n natuurlyk gevolg van de wyze waarop ze geregeerd

wordt.

De wyze van bestuur berust op wetten die te 's Hage door den Koning,

na overleg met het volk worden vastgesteld.

Gebrek aan belangstelling in die wetten, is alzoo gebrek aan

belangstelling in 't bezit van Indie ... gebrek aan belangstelling

in uw eigen welvaart.

Hoe is deze belangstelling te toonen? Door het acht geven op de wyze

hoe Indie geregeerd wordt, en op de keuze der personen die gy naar

den Haag afvaardigt om in uwen naam de wetten te onderzoeken die

's Konings ministers voorstellen.

Ik vind dit alles zeer eenvoudig, kiezers! En duidt me niet ten

kwade dat ik u dingen vertel, die vanzelf spreken. Ik heb meermalen

opgemerkt ...

O, beste Tine, dat is niet uittehouden. Verbeeld u dat het huis

waarin ik woon, geschilderd wordt. Boven m'n kamer--ik ben gaan

kyken--legt men uitgehaakte vensterramen en deuren op den grond,

en daarby liggen geknielde mannen die zich vermaken met scherpe

driehoekige yzers de verf van die deuren en vensters aftekrabben. Dit

noemen ze schilderen! Ze krabben my dol. Ik moet nu dien brief aan

de kiezers afbreken. Ik zou anders vreezen daarin dingen te zeggen,

die in klank rymen op de driehoekige tonen boven m'n hoofd.

't Is eigenlyk verdrietig dat 'n genie als ik zoo afhangt van

allerlei kleinigheden. Ja, dit is heel verdrietig! 't Is misschien

'n vreemd denkbeeld, maar toch vraag ik dikwyls hoe Christus zich zou

gedragen hebben by zinkings of kramp? Hoe, als hy wissels te betalen

had gehad, zonder 't noodige daartoe? En, als hy gelukkig getrouwd

was?--'n doodsteek voor 't genie ... ik leef nog, helaas!--En, als

hy z'n voet verstuikt had? En, als 't was begonnen te regenen in 't

midden van z'n bergrede? En--natuurlyk!--als men óm hem, naast hem,

onder hem, had getimmerd, of met yzeren driehoeken had geschilderd

... lieve hemel, daar beginnen ze weer! Ik ga uit.

Neen, dit nog. Ik heb u, geloof ik, reeds geschreven dat ik allerlei

malle brieven kryg over dingen die ik niet begryp. Dit houdt nog

altyd aan. 't Is of ze 't er op toeleggen me razend te maken. Zou 't

een komplot wezen in konniventie met die schilders? En ook 's nachts

heb ik geen rust. In m'n slaap word ik geplaagd door bespottelyke

droomen. Meestal zit ik in de war met 'n meisjes-historie. M'n

beminde--ja, ja, er is 'n beminde in 't spel!--plaagt en sart my met

'n haarlok die ik grypen wil, maar nooit vat. Dan vliegt ze heen, en

ik voel iets leegs, iets hols ... 't is me of ik iets verloren heb,

dat ik terugvinden moet en wil, maar niet machtig worden kan. Ge weet

hoe droomen zyn. Als ik dan wakker word, heb ik pyn in 't hart. Morgen

zal ik u verder vertellen wat ik schryven wil aan de kiezers ...

Ja, ja, die Christus zou schooner zyn, als hy mensch was. De verzinners

hebben te veel verzonnen, en gingen het doel voorby. Christus is

'n schildery zonder schaduw. 't Licht schynt niet, door gebrek

aan bruin. Job is veel schooner; Job was mensch! Hy voelde en leed

als mensch. Job werd beproefd als mensch... O, die verzoeking van

Christus door den duivel beduidt niets. De duivel biedt te weinig. Met

zóó'n bod kwam hy niet eens klaar by my die zoo vol gebreken ben,

en niets weet van 'n hemel! De koninkryken dezer wereld? Wat is

dat voor iemand die oneindig grooter erfdeel te wachten heeft? Men

koopt geen Rothschild met 'n paar penningen om. Neen, neen, dat 's

'n onhandige vertelling. Ik wou toch graag weten of we onsterfelyk

zyn? Van tyd tot-tyd denk ik het wel, omdat ik hier zooveel verdriet

heb. Maar ... hoe dan al die anderen die minder verdriet hebben?

O, die schilders! ...

Daar kryg ik waarachtig weer 'n brief dien ik niet begryp--ditmaal

van 'n uitgever--lees zelf. Is 't niet om dol te worden? 't Is een

komplot! Ik weet waarachtig niet wat ze bedoelen met hun geschryf! Ik

minnebrieven? Zyn ze gek?

't Hoofd loopt me om! Is dát 'n leven? Ja, ja, we zyn zeker

ontsterfelyk! Ik ga uit. Zeg me of gy iets begrypt van die

Kappellui en van dien uitgever met z'n minnebrieven ... en van de

ontsterfelykheid? Ja, dàt vooral!

Vaarwel, myn Tine!

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 48 / 125 题