VAN TINE AAN FANCY.

Dank, dank voor uwen brief, lieve, hartelyke, weldadige

toovergodin! Ja, ik heb uwen kus gevoeld! En zeker voelden de kleinen

dien ook: ik heb ze zien glimlachen in hun slaap.

Maar, Fancy, ik smeek u, zeg hem wat ge zeidet aan my! O, zeg hem

dat hy onsterfelyk is. O, hadt ge 't liever my onthouden, dat heerlyk

geschenk uit uw schatkamer, om 't hem te geven die er naar smacht! Hy

heeft onsterfelykheid noodig, Fancy, en daarvan de wetenschap! O,

zeg het hem! Laat my derven ... ik zal staande blyven zonder die

kennis! Maar hy ... hy is geen moeder, Fancy!

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 45 / 125 题