Dank, dank voor uwen brief, lieve, hartelyke, weldadige
toovergodin! Ja, ik heb uwen kus gevoeld! En zeker voelden de kleinen
dien ook: ik heb ze zien glimlachen in hun slaap.
Maar, Fancy, ik smeek u, zeg hem wat ge zeidet aan my! O, zeg hem
dat hy onsterfelyk is. O, hadt ge 't liever my onthouden, dat heerlyk
geschenk uit uw schatkamer, om 't hem te geven die er naar smacht! Hy
heeft onsterfelykheid noodig, Fancy, en daarvan de wetenschap! O,
zeg het hem! Laat my derven ... ik zal staande blyven zonder die
kennis! Maar hy ... hy is geen moeder, Fancy!