AAN FANCY.

Ik zal voortgaan met de geschiedenissen van gezag.

Er was eens 'n land, laag gelegen aan de zee, tusschen Oost-Friesland

en de Schelde ...

O, Fancy men timmert en metselt om my heen. Het huis dat ik bewoon,

wordt verbreed, en hoe breeder het wordt, hoe benauwder zy 't my

maken. Men klopt en schaaft en bikt en zaagt my 't hoofd in twee

... dit is onaangenaam. Die Silvio Pellico kon van geluk spreken. Ik

ga uit, om wat rust te zoeken op de woelige straat. Misschien steel

ik 'n horloge, om aanspraak te hebben op wat stilte in de cellulaire

gevangenis. Adieu, en denk om den haarlok, dien ge me beloofd hebt.

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 23 / 125 题