Ik zal voortgaan met de geschiedenissen van gezag.
Er was eens 'n land, laag gelegen aan de zee, tusschen Oost-Friesland
en de Schelde ...
O, Fancy men timmert en metselt om my heen. Het huis dat ik bewoon,
wordt verbreed, en hoe breeder het wordt, hoe benauwder zy 't my
maken. Men klopt en schaaft en bikt en zaagt my 't hoofd in twee
... dit is onaangenaam. Die Silvio Pellico kon van geluk spreken. Ik
ga uit, om wat rust te zoeken op de woelige straat. Misschien steel
ik 'n horloge, om aanspraak te hebben op wat stilte in de cellulaire
gevangenis. Adieu, en denk om den haarlok, dien ge me beloofd hebt.