Hassan verkocht dadels in de straten van Damaskus. Als ik zeg dat hy
die verkocht, bedoel ik eigenlyk dat hy ze niet verkocht, want z'n
dadels waren zoo klein, dat niemand die koopen wilde.
Met verdriet en afgunst zag hy hoe ieder den ryken Aouled begunstigde,
die naast hem woonde op 'n mat. Want ze woonden op matten, in Damaskus,
met zeer hooge verdieping, omdat ze geen dak boven zich hadden. De
rykdom van Aouled bestond dan ook niet in huizen, maar in 'n tuin
die zeer vruchtbaar was, ja zóó vruchtbaar, dat de dadels die er
groeiden zoo groot waren als drie gewone dadels. En daarom kochten
de voorbygangers de dadels van Aouled, en niet de dadels van Hassan.
Daar kwam in de stad 'n Derwisch die wysheid te veel had, en te
weinig voedsel. Althans hy ruilde z'n kennis voor spyze, en men zal
zien hoe onze Hassan wèlvoer by dien ruil.
--Geef my te eten, gebood hem de Derwisch, dan zal ik doen wat geen
Khalif voor u doen kan. Ik zal het volk dwingen uw dadels te koopen,
door die groot te maken, ja, grooter dan de vruchten van Aouled. Hoe
groot zyn die?
--Helaas, Derwisch van Allah gezonden--ik kus uwe voeten--de dadels
van Aouled--Allah geef hem krampen--zyn driemaal grooter dan gewone
dadels! Treedt binnen op m'n mat, kruis uwe beenen, wees gezegend,
en leer my m'n dadels grootmaken, en het volk te dwingen die te koopen.
Hassan had kunnen vragen, waarom de Derwisch die zoo bekwaam was,
spyze behoefde? Maar chicaneeren deed Hassan nooit. Hy zette z'n gast
gekookt leder voor, alles wat hy overhad van 'n gestolen geitebok.
De Derwisch at, verzadigde zich, en sprak:
--Driemaal grooter dan gewone dadels zyn de vruchten van uw
buurman.... hoe groot wilt ge dat de uwen worden, o Hassan, zoon van
ik weet niet wien?
Hassan bedacht zich even, en zeide:
--Allah geve u kinderen en vee! Ik wenschte dat m'n dadels driemaal
grooter waren, dan ze door u kunnen gemaakt worden.
--Zeer wel, sprak de Derwisch. Zie hier 'n vogel, dien ik meebracht
uit het verre Oosten. Zeg hem dat elk uwer dadels zoo groot is als
drie van uw dadels.
--Ik wensch u vrouwen en kameelen, o Derwisch--die aangenaam riekt
als olyven--maar wat zal het baten of ik dezen vogel zeg wat niet is?
--Doe naar m'n zeggen, hernam de wyze man. Daarvoor ben ik Derwisch,
dat ge my niet begrypt.
Hassan wenschte den vogel lengte van veeren, en noemde hem Rock. Maar
't was geen rock [11]. 't Was 'n kleine vogel die wel wat op 'n
raaf geleek, met losse tong en hippelenden tred. De Derwisch had hem
meegenomen van Indaloes [12] waar hy was aangebracht door kooplieden,
die over zee waren gekomen uit het land waar de menschen op negers
gelyken, schoon 't ver is van Afrika. Dat Hassan het beest "rock"
noemde, was omdat hy had opgemerkt dat iemand wien men iets vraagt,
uitdyt. En ook 't omgekeerde. Wie wat noodig heeft van 'n ander,
krimpt in. Zoo was 't in Damaskus.
Hassan kromp in, en zeide:
--Ik ben uw slaaf, o vogel Rock! M'n vader was 'n hond... en elk
myner dadels is zoo groot als drie van m'n dadels!
--'t Is wel, zei de Derwisch. Ga zóó voort, en vrees Allah!
Hassan ging zoo voort. Hy vreesde Allah, en vertelde maar altyd door
aan den vogel, dat z'n dadels onmogelyk groot waren.
Het loon der deugd bleef niet uit. Nog geen driemaal had de Khalif
al de bewoonsters van z'n harem laten ombrengen ... nog had geen
moeder den tyd gehad hare dochters bekoorlyk te maken voor de markt
te Roem [13], nog had Hassan geen enkel verdwaald geitebokje ontmoet,
om hem gezelschap en in 't leven te houden op z'n mat, en ziedaar,
de vogel riep:
--Myn vader is een hond ...
Dit is niet noodig, maar hy zei 't Hassan na.
... m'n vader is 'n hond, kryg lengte van veeren, de dadels van Hassan
Ben [14] ...
Ik weet den naam van Hassan's vader niet, en als de man 'n hond was,
komt het er ook niet op aan.
--De dadels van Hassan zyn driemaal grooter dan ze zyn!
Toen waren er betweters in Damaskus, die dit tegenspraken. Maar 't
duurde niet lang. Er was namelyk in de stem des vogels iets dat de
lucht deed trillen op 'n wyze die invloed had op de straalbreking. De
dadels groeiden, groeiden ... in aller oogen!
En de vogel riep maar al voort:
--De dadels van Hassan zyn driemaal grooter dan ze zyn!
En ze groeiden! Men overgaapte zich om er in te byten.
En Aouled werd zeer mager. Maar Hassan kocht veel geitebokken en
lammeren en hy bouwde een dak over z'n mat. Hy werd zeer eerlyk,
en vond het schande als iemand die zelf geen lammeren had, een opat
van de zynen. En hy ging voort Allah te vreezen.
Deze vroomheid en dien rykdom had hy te danken aan den kleinen
vogel, die altyd hetzelfde zei, en leugen tot waarheid maakte door
herhaling. Ieder vond Hassan's dadels groot, ieder was gedwongen die
te koopen, ieder ...
Behalve Hassan zelf, die in stilte voorzag zich by Aouled, wiens
eenige klant hy was.
En dit is alzoo gebleven tot op dezen dag.