AAN TINE.

M'n hart is diep gewond, en, als altyd, klaag ik myn nood aan u. Ze

is 'n meisje. Ze woont in 'n huis, en rekt beddelakens. En ze heeft

haren die geteld zyn!

Zeker draagt ze ook schoenen. Godbewaarme ... misschien heeft ze

likdoorns.

Ik dacht aan haar, en wachtte 'n aardbeving, die my haar brief zou

brengen. De aardbeving was 'n kruier, die 'n dubbeltje vroeg. Ik ben

bitter bedroefd.

Ge begrypt, dat het nu uit is, geheel uit! Hieraan is niets te

doen. Tracht niet my met haar te verzoenen. 't Is onmogelyk. Ik wil

niet, zelfs als gy het begeert.

Ik heb er om geschreid, maar nu niet meer.

O, die arme Heine! Wat was dat vleesch duur!

Wees gerust, Tine, onze kinderen zullen 'n blos krygen zooals die

tweekleurige weezen. Maar terstond kan ik niet. Terstond niet! Eerst

moet ik wat rondloopen.

Gisteravond trad ik 'n huis binnen, waar muziek gemaakt werd. Maar

't was laat. De laatste toon stierf weg toen ik binnentrad. Voor

wien men gespeeld had, weet ik niet: er was niemand in de zaal. Ik

was Publiek ... ge begrypt dat ik schaamte voelde.

Ik was zoo krank van hart, dat ik muziek noodig had. Ik vraagde of men

wat zingen en spelen wou voor my alleen? 't is voor 'n zieke, zei ik.

Men nam de viool weer uit de kast. De meisjes deden de ringen van

strass en den glimlach weer aan, die ze hadden afgelegd omdat Publiek

er niet was.

--Heeft ... m'nheer verkiezing? vraagde iemand die daar gezag scheen

te voeren.

Hy draalde met dat woord: m'nheer. Ik begreep het wel.

--Das lied der Thräne, antwoordde ik,

Zeer goed, riep de man, met 'n buiging.

En de meisjes zongen toen heel wat anders. Maar ze hebben my beloofd

het tranenlied te leeren, en ook dat van de twee nachtegalen, dat ik

zoo gaarne hoor.

Maar betalen kon ik niet, en ik zei dat ik geen geld had.

Maar... m'nheer, ik dacht dat u 'n prins was.

--Dit ben ik ook... maar onttroond voor 't moment, ik ben: prins in

buitengewonen dienst...

--Zou 't de koning van Napels wezen? fluisterden de meisjes, die

gezongen hadden.

Ik gaf 'n bon op de schatkist van Insulinde.

Daarop ging ik naar huis, en verdiepte my in 't volgend voorstel:

"Welke waarschynlykheid is er, dat 'n geworpen bal een bepaald punt

zal treffen op 'n muur, die

O, die waarschynlykheid! Hadt gy 't voor waarschynlyk gehouden,

dat zy 'n meisje was! Had Lobatto dat kunnen berekenen! Ik zal hem

'n voorstel opgeven:

"Gegeven iets dat op my dien indruk maakt, welke waarschynlykheid is

er, dat dit "iets" lakens uit elkander trekt?"

Kunt gy dat uitrekenen, beste Tine? Kus Max en Nonni, en zendt me

tien franken, als gy die hebt.

P.S. Ik kryg daar weer 'n brief van haar ... weer door 'n kruier, die

't bekende dubbeltje vraagt. Ik wil niet lezen wat ze schryft. Duld

geen poëzie in Max. A is A ... B is B .. wat daarboven ligt, of

daarbuiten, is uit den booze.

Och, ze is 'n meisje! Ik zal voortaan u alleen liefhebben, als 't u

niet te lastig is.

Ik zend u haar brief, ongeopend. Lees als ge wilt, maar zeg er me

niets van. 't Is uit, onherroepelyk uit!

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 10 / 125 题