Kniertje. De Boekhouder.
MATHILDE (onzichtbaar). Kaps! Kaps! (De boekhouder staat op, verdwijnt
een oogenblik, keert terug met ’n schaaltje en een geëmailleerd
pannetje).
DE BOEKHOUDER (goedig). Of je de schale bij gelegenheid anreikt – en of
je Zaterdag weer wil komme schoonmake. (Zij staart voor zich uit.
Vrindelijk legt hij haar willooze handen om schaaltje en pannetje,
sloft naar z’n kruk. Een stilte. Kniertje zit onbewogen,
smartelijk-versuft, mumt met de lippen, staat moeilijk op, strompelt
het kantoor uit)... ’n Oproeping voor de krante (glimlachend komt hij
naar den voorgrond, leunt op Bos’ schrijfbureau, leest)... „Weldadige
landgenooten! Wederom doen wij met den vriendelijksten aandrang een
beroep op uwen weldadigheidszin ten behoeve van een aantal
hulpbehoevende weduwen en weezen. De logger Op Hoop van Zegen...”
(Doek).